​Energietransitie: ‘Moeilijkste moet nog komen’

24-04-2017     |     Branchenieuws     |     407 keer bekeken
58fdfaad5fb17-1

Het moeilijkste deel van de energietransitie moet nog komen voor Nederland, melden negentig hoogleraren. Ze roepen het komende kabinet op om ‘fors te investeren in de nieuwe economie’.

Van alle Europese landen staat Nederland momenteel het verst van zijn duurzame energiedoelstelling af, schrijven de hoogleraren in een open brief in dagblad Trouw. Onder andere professoren van de TU Delft, Maastricht Universiteit, Nyenrode Business University en Wageningen Universiteit hebben het pleidooi ondertekend. De hoogleraren bekleden leerstoelen op gebied van innovatiemanagement, maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo), milieubeleid en economie. Volgens hen kan ‘alleen een langdurige inspanning, gebaseerd op een consistente combinatie van visie, strategie en actie’ Nederland voorop laten lopen in de ‘nieuwe economie’. Voor de nieuwe ‘slimme infrastructuur’ is volgens de hoogleraren de komende decennia 200 miljard euro nodig.

Winnaar en verliezers
Het makkelijkste deel van de energietransitie is achter de rug, het moeilijkste moet volgens de hoogleraren nog komen: de overgang naar een aardgasvrije woonomgeving, een duurzaam en ‘klimaatslim’ landbouwsysteem, een industrie die draait op hernieuwbare grondstoffen en een decentrale digitale energie-infrastructuur. De hoogleraren vergelijken deze beweging met de industriële revolutie en sociale modernisering die in de tweede helft van de 19e eeuw plaatsvond. ‘Dat vraagt moed en leiderschap, aangezien deze transitie niet alleen winnaars maar ook verliezers zal kennen’. Toch zal de overgang niet alleen burgers, bedrijven en de overheid geld kosten, maar ook werkgelegenheid, innovatie en ‘een nieuw economisch perspectief’ bieden.

200 miljard nodig
In de open brief roepen de hoogleraren het nieuwe kabinet op om fors te investeren in de nieuwe economie. Ze stellen dat 200 miljard euro nodig is om de infrastructuur te bouwen voor deze economie. Dit bedrag werd vorig jaar berekend door onderzoeksbureau McKinsey voor extra investeringen die nodig zijn om Nederland meer CO2 te laten besparen (van 0,7 naar 2 procent per jaar) met economische groei. De gelden zijn niet alleen bedoeld voor de nieuwe digitale, mobiele en energetische infrastructuur, maar ook om te investeren in scholing en arbeid. Zo kan Nederland immers maatschappelijk munt slaan uit de energietransitie door schepping van honderdduizenden banen, meer ‘wendbare en betere voorbereide’ mensen en door de klimaatdoelen te behalen.

CO2-heffing
Om het moeilijkste deel van de energietransitie door te komen doen de hoogleraren twaalf aanbevelingen. Ze pleiten voor een minister voor Energie en Klimaat die een klimaatwet kan maken waarin de Parijse doelstellingen zijn vastgelegd. Verder is volgens de hoogleraren een CO2-belasting nodig, aangezien dit de CO2-uitstoot effectiever zou verlagen dan het emissiehandelssysteem. Deze handel in emissierechten heeft zich in de praktijk niet bewezen en een CO2-belasting in bijvoorbeeld Zweden wel. Ook een kilometerheffing is een van de aanbevelingen, net als de sluiting van de vijf kolencentrales die Nederland nog telt in 2020. Daarmee is de CO2-doelstelling van 25 procent reductie in 2020 ten opzichte van 1990 te halen, aldus de hoogleraren.

Verdubbeling SDE+
Tegenover zwaardere belastingen op uitstoot staan grotere investeringen in hernieuwbare energie, waarbij de hoogleraren pleiten voor een verdubbeling van de SDE+ regeling. Om de Nederlandse huizen energiezuiniger te maken wordt een uitbreiding van de Nationale Hypotheekgarantie voorgesteld en een aanloopsubsidie van 2 miljard voor energieneutrale renovaties en bouw. Dergelijke oplossingen zijn nu nog 40 procent te duur en de overheid kan met een subsidie zorgen voor schaalvergroting, wat de kosten uiteindelijk zal drukken.

Investeringsfonds
Ook stellen de hoogleraren een duurzaam investeringsfonds voor, aansluitend op InvestNL, ‘maar dan grootschaliger en innovatiever’. Een revolverend investeringsfonds, geïnspireerd op het Dutch Good Growth Fund, is het idee van de professoren. De open brief wordt online zowel ondersteund als bekritiseerd: de brief zou door slechts 2 procent van alle Nederlandse hoogleraren zijn ondertekend. Energiespecialist en publicist Remco de Boer beschuldigt de hoogleraren ervan hun titel te gebruiken om hun privémening te verkondigen, terwijl energie doorgaans niet het vakgebied is van het negentigtal professoren.

Foto: Hoogleraren roepen de Tweede Kamer op Nederland groener te maken (foto ANP / Trouw.nl)

Redactie Ensoc, 24-apr-17

 

Om op dit artikel te kunnen reageren dien je ingelogd te zijn.
Inloggen

Heb je nog geen account? 

Registreren

Reacties: 1
Let op: uw reactie heeft goedkeuring van de redactie/beheerder nodig voordat deze geplaatst zal worden.
Carel Anink 19-07-2017 om 11:31 uur
Het moeilijkste deel van de energietransitie moet nog komen voor Nederland, melden negentig hoogleraren. Ze roepen het komende kabinet op om ‘fors te investeren in de nieuwe economie’.

Deze redenering is zeer juist: Met de energietransitie bedoelen de hoogleraren stoppen met fossiel. Om dit te bereiken wordt er nu voornamelijk gekozen voor zon, wind en besparing. Het absolute maximum dat we kunnen realiseren in Nederland is naar mijn inzicht 20.000 MW wind en 4.000 km² zon (er is 400 km² dakoppervlak voor zon beschikbaar als we ook het paleis op de Dam meerekenen). Daarmee komen we aan 10,4 % van ons huidige energieverbruik. Dat betekent dat er minimaal 89,6 % bespaard moet worden. Zelfs als we gemotoriseerd verkeer afschaffen en huizen van 40 cm dikke isolatie voorzien zal dat nooit lukken. We hebben dus de keus uit fossiel blijven stoken of nucleair. Fossiel hebben de hoogleraren, terecht, in de ban gedaan. De boodschap dient dus feitelijke te zijn ‘er komt nucleaire renaissance’. Als deze groep hoogleraren die eenvoudige boodschap niet durven te noemen dan wel dat ze nog niet door hebben dat dit de enige boodschap is, dan hebben we nog een moeilijke transitie te gaan.