​Zware industrie omzeilt verplichting voor energiebesparing

06.04.2017 | Branchenieuws | 368 keer bekeken
​Zware industrie omzeilt verplichting voor energiebesparing

De energie-intensieve industrie heeft op het nippertje een voorstel ingediend om een wettelijke verplichting voor energiebesparing te voorkomen. Minister Kamp van Economische Zaken is er blij mee.

De energie-intensieve industrie heeft op het laatste moment een deal gesloten met het ministerie van Economische Zaken over de 9 petajoule (PJ) extra energiebesparing in 2020. Dit is een van de doelstellingen uit het energieakkoord dat in 2013 is gesloten. Lange tijd leek het erop dat de energie-intensieve industrie deze doelstelling niet zou gaan halen, waardoor minister Kamp van Economische Zaken dreigde met een wettelijke verplichting om dit af te dwingen. De verplichting zou 1 januari 2018 ingaan, maar de zware industrie kreeg tot 15 maart de tijd om een alternatieve maatregel voor te stellen. Van dit aanbod heeft de industrie gebruik gemaakt.

Alternatief voorstel
Dit meldt minister Kamp van Economische Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Hij had tijdens een debat op 7 februari in de Kamer aangegeven dat hij openstond voor een alternatief voorstel van de energie-intensieve industrie, zolang de voorbereiding van de wettelijke verplichting via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) nog niet was afgerond. ‘De industrie heeft vervolgens aangegeven met een alternatief voorstel te willen komen,’ meldt Kamp. Hij bedankt Ed Nijpels, voorzitter van de commissie die toeziet op naleving van de afspraken uit het energieakkoord, voor zijn ‘belangrijke’ rol bij de besprekingen met de industrie, waaronder Shell en Tata Steel.

Voorstel ‘serieus’
Kamp noemt het voorstel van de zware industrie ‘serieus’. De doelstelling van 9 PJ energiebesparing wordt naar rato van het energiegebruik onderverdeeld over de industriële bedrijven. ‘De bedrijven moeten deze besparing realiseren, anders volgt een financiele sanctie.’ De industrie zelf volgens Kamp zelf een privaat systeem op voor het innen van deze boetes. Werkgeversorganisatie VNO-NCW vult daarbij aan: ‘Onderling kunnen bedrijven wat ze meer besparen of te weinig, uitruilen. Haalt een bedrijf zijn doelstelling niet, dan moet het een boete betalen. Het bedrag van de boete wordt vervolgens besteed aan het realiseren van energiebesparing.’

Is het genoeg?
Leidt het voorstel van de industrie tot de beoogde 9 PJ energiebesparing? Daarvoor heeft Kamp het voorstel laten beoordelen door Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). ECN heeft aan dat het geschatte effect van het voorstel 5 tot 10 PJ ‘finale’ energiebesparing oplevert met een ‘middenwaarde’ van 8 PJ ‘finaal’. Dat lijkt net niet genoeg, maar volgens ECN kan het voorstel bij een ‘voorspoedige implementatie en uitvoering’ voldoen aan de verplichting van 9 PJ uit het energieakkoord. ‘Hiermee voldoet het voorstel van de industrie aan de voorwaarde dat het minimaal gelijkwaardig moet zijn aan de AMvB die ik van plan was’, meldt Kamp.

Beter dan verplichting
Kamp staat positief tegenover het voorstel van de industrie, schrijft hij. “Met de uitvoering van het energieakkoord liggen we goed op koers, maar de energie-intensieve industrie bleef nog achter. Met dit akkoord nemen ook zij uiteindelijk hun verantwoordelijkheid om te komen tot een forse energiebesparing. Ik ben daar verheugd over. Een door de industrie gedragen akkoord heeft wat mij betreft altijd de voorkeur gehad. Dit past ook het beste in de aanpak die we met de partijen van het energieakkoord beogen. Het toont aan dat alle partijen gecommitteerd blijven aan het uiteindelijke doel ervan: een duurzame energievoorziening in een CO2-arme samenleving,” aldus Kamp.

Vinger aan de pols
Het voorstel van de industrie zal verder worden afgestemd met de partijen van het energieakkoord. De borgingscommissie onder leiding van Ed Nijpels zal een vinger aan de pols houden om te garanderen dat de doelen ook echt gehaald worden. Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW: ‘De afspraken van dit akkoord geven de bedrijven de flexibiliteit en ruimte om te zorgen dat de doelen uit het energieakkoord gehaald worden’. Volgens minister Kamp en Hans de Boer loopt de Nederlandse industrie dankzij de aanpak met convenanten internationaal voorop als het gaat om energiebesparing, aldus VNO-NCW.

Aanvullende afspraken
De extra afspraken, die nodig zijn voor de uitvoering van het energieakkoord, komen als aanvulling bovenop de afspraken in het MEE-convenant (Meerjarenafspraken Energie Efficiëntie). In dit convenant is op basis van vrijwilligheid afgesproken om maatregelen te nemen die leiden tot 22 PJ energiebesparing in de periode 2017-2020. Als deze resultaten niet gehaald worden of als blijkt dat de voortgang van het akkoord van de industrie achterblijft, zullen de verplichtende maatregelen zoals eerder door de minister aangekondigd bij het ontbreken van een akkoord, alsnog in werking treden.

Brief en uitvoeringsagenda
Lees de brief van minister Kamp en de Uitvoeringsagenda Energieakkoord 2017.

Foto: Tata Steel in IJmuiden bespaart energie door in haar warmbandwalserij de doorschuifovens te vervangen door wandelovens (foto Michiel Wijnbergh)

Redactie Ensoc, 6-apr-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    06.04.2017 - 21:07 uur | P. Lomito

    Om dit bericht in perspectief te plaatsen, die besparing van 9 PJ zegt helemaal niets zonder referentie.

    Het totale jaarlijkse energieverbruik in NL is ongeveer 3.255 PJ.

    De energie-intensieve industrie is goed voor 1.270 PJ:
    - 815 PJ chemische industrie
    - 200 PJ aardolie-industrie
    - 112 PJ basismetaalindustrie
    - 85 PJ voedingsmiddelenindustrie
    - 24 PJ bouwmaterialenindustrie
    - 24 PJ papierindustrie
    - 10 PJ rubber- en kunststofindustrie

    De extra besparing is dus 0,3% van het totale energieverbruik of 0,7% van het energieverbruik van de energie-intensieve industrie... waar praten we over.