​‘Zware industrie moet meer energie besparen’

25.10.2016 | Branchenieuws | 1087 keer bekeken
​‘Zware industrie moet meer energie besparen’

Energie-intensieve bedrijven moeten meer investeren in energiebesparende maatregelen die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. Ook moeten ze net als het mkb een energieaudit uitvoeren. Dat meldt D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven in een initiatiefnota.

Volgens Van Veldhoven loopt de energie-intensieve industrie momenteel achter met energiebesparing. “Dat is zonde, want energieverspilling kost geld,” schrijft Van Veldhoven. Het D66-Kamerlid wil de Nederlandse economie sterker maken en banen creëren door energiebesparing. Ze stelt voor om net als in de omringende landen de zware industrie te laten investeren in maatregelen die energie besparen en zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. Met de initiatiefnota beoogt ze de energiebesparing in de energie-intensieve industrie te versnellen om zo de besparingsdoelstelling uit het energieakkoord te helpen realiseren.

‘Energiebesparing levert geld op’
Van Veldhoven: “Energiebesparing levert geld op. Daarmee verbetert de concurrentiekracht van onze economie en de bedrijven. Bovendien zorgt het voor tot wel 6.800 extra banen bij de installatie- en bouwbedrijven die de nieuwe energiebesparende technieken plaatsen. De besparing kan gelijk staan aan het totale energiegebruik van zo’n 60.000 huishoudens.” Volgens Van Veldhoven kan de energie-intensieve industrie veel energie besparen met kleine maatregelen, zoals leidingisolatie, procescontrole en elektrische motoren. Deze aanpassingen zijn vaak goedkoop, makkelijk uit te voeren en verdienen zich dan ook snel terug. Toch wordt dit besparingspotentieel nauwelijks benut.

Zware industrie
Volgens Van Veldhoven zijn er in Nederland 110 bedrijven met een gezamenlijk energiegebruik van 540 petajoule (PJ), omgerekend een kwart van alle energie die Nederland gebruikt. Het gaat bijvoorbeeld om bedrijven in de chemische industrie, raffinaderijen en de zware staalindustrie. Deze bedrijven stoten zoveel CO2 uit dat ze onder het Europese handelssysteem voor emissierechten (ETS) vallen. In het energieakkoord is afgesproken om 9 petajoule (PJ) van de 100 PJ aan energiebesparing binnen de energie-intensieve industrie te realiseren. Tot nu toe blijft de voortgang steken op zo’n 2 PJ. Dat betekent dat er 7 PJ van de beoogde 9 PJ energiebesparing blijft liggen.

Trage voortgang
“Tot nu toe blijft de voortgang steken en wordt de doelstelling bij lange na niet gehaald,” meldt Van Veldhoven. “Dat is zonde, want bij energie-intensieve bedrijven zijn er nog veel mogelijkheden om rendabel energie te besparen.” Volgens Van Veldhoven worden bedrijven in de energie-intensieve industrie te weinig gestimuleerd om met energiebesparing aan de slag te gaan. Deze bedrijven zijn zelfs vrijgesteld van de verplichting uit de Wet Milieubeheer  om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd korter dan vijf jaar te nemen. Bovendien hebben ze een vrijstelling om energieaudits uit te voeren, waarmee ze hun energiegebruik in kaart brengen.

D66 wil verplichten
De energie-intensieve bedrijven moeten volgens D66 ook energiebesparende maatregelen nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Hierbij gaat het om energiegebruik dat geen directe invloed heeft op de eigen emissies die onder het ETS vallen. Dan gaat het bijvoorbeeld over het energiegebruik op kantoren, efficiëntere koeling, energiezuinigere pompen of ventilatoren. In Nederland zijn grootgebruikers nu nog uitgezonderd op de regel om elke vier jaar een energieaudit uit te voeren. Nederland wijkt hiermee af van andere Europese landen. In onder andere Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden, Italië en het Verenigd Koninkrijk bestaat deze uitzondering niet.

Energieaudit
Van Veldhoven wil ook dat ook de industriële grootverbruikers van energie iedere vier jaar een doorlichting op het energieverbruik krijgen. Een dergelijke energieaudit maakt inzichtelijk hoe bedrijven efficiënt energie kunnen besparen. Volgens het D66-Kamerlid moet de zware industrie een voorbeeld nemen aan het mkb, dat al bezig is met energieaudits. Ed Nijpels, voorzitter van de commissie die toeziet op de voorgang van het energieakkoord, reageert positief op het voorstel van D66. “Dit voorstel kan bijdragen aan het halen van de doelstelling voor energiebesparing op een manier die de industrie ook nog eens structureel sterker maakt,” zegt Nijpels. 

Rapport
Download de initiatiefnota van D66 voor energiebesparing in de zware industrie.

Foto: D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven op bezoek bij Tesla in Tilburg (foto VNO-NCW)

Redactie Ensoc, 25-okt-16

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    25.10.2016 - 17:51 uur | P. Lomito

    Er is geen sprake van "moeten", het gaat hierbij steeds om de wens van instellingen, bedrijven, overheden e.d. die vinden dat hun (politieke) wensen gehonoreerd worden.

    Deze schijndwang is zeer populair op dit blog, een kleine bloemlezing:
    - Om weer een voorsprong op te bouwen moeten overheid en bedrijfsleven diverse belemmeringen wegnemen. (lees: wij willen meer geld)
    - Het feit dat men opslag nog onvoldoende ziet als bron van flexibiliteit, vereist dat deze technologie vanuit de overheid gestimuleerd moet worden. (lees: wij willen meer geld)
    - Volgens Vermaat (Enexis) moet Nederland haar energienetten toekomstvast maken, daarvoor moeten de netten worden uitgebreid en slimmer worden gemaakt.(lees: wij willen meer geld)
    - De bouwsector wil woningen energiezuiniger maken, maar moet daarvoor klanten zien mee te krijgen (lees: klanten gaan niet mee als er geen geld bij komt)
    - Nederland moet nog grote stappen zetten voor de energietransitie (lees: we willen meer en sneller subsidie)
    - Daarvoor zullen ook de andere energieleveranciers versneld moeten overschakelen naar meer groene stroom (lees: met meer geld krijgen we meer groene stroom)
    enzovoorts...

    Wat je bijzonder weinig leest (lees: wat je nooit leest) is dat men vindt dat de eigen inspanningen wel wat hoger mogen en dat men daarvoor zelf de benodigde middelen gaat genereren.