​Procesindustrie kan bijdragen aan klimaat

21.03.2017 | Branchenieuws | 517 keer bekeken
​Procesindustrie kan bijdragen aan klimaat

De Nederlandse procesindustrie kan richting 2050 een flink deel van haar processen elektrificeren en hiermee een bijdrage leveren aan de klimaatdoelen uit het Parijsakkoord. Voor de komende vijf jaar biedt warmte uit elektriciteit een groot potentieel.

De Nederlandse procesindustrie is verantwoordelijk voor 46% van het totale energieverbruik en is hiermee een essentiële speler in de energietransitie. Elektrificatie van de procesindustrie is één van de mogelijke transitiepaden om tot een duurzame energievoorziening te komen, aannemend dat elektriciteit in de toekomst volledig duurzaam of CO2-neutraal beschikbaar komt. Wel zijn systeem- en procesinnovaties noodzakelijk, zoals verdere ontwikkeling van hoge temperatuur warmtepompen, uitwerking van nieuwe businessmodellen en marktrollen voor ESCo’s (voor services), aanpassing van de nettariefstructuur en meer experimenteerruimte.

Elektrificatie
Dit blijkt uit een onderzoek van Berenschot, CE Delft, Industrial Energy Experts en Energy Matters. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van RVO en in samenwerking met het TKI Industrie & Energie. Kernvraag was hoe de Nederlandse procesindustrie het beste kan elektrificeren. Hiervoor zijn twee strategieën: flexibele elektrificatie, waarbij processen op- en afschakelen al naar gelang het aanbod van groene stroom, en baseload elektrificatie, voor processen die continue doorgaan en minder afhankelijk mogen zijn van het groene stroomaanbod. Sommige technologieën zijn geschikter voor flexibele elektrificatie, andere technologieën zijn juist geschikter voor baseload elektrificatie.

Prijsvolaliteit
Voor flexibele elektrificatie is volgens het onderzoek vooral de ontwikkeling van de prijsvolatiliteit interessant, terwijl voor baseload elektrificatie de prestatiecoëfficiënt (COP) van belang is. Bij dit laatste zal de gemiddelde groothandelsprijs voor elektriciteit naar verwachting niet dalen, waardoor er weinig reden is om te elektrificeren. Volgens het onderzoek zijn twee toepassingsgebieden van belang, namelijk elektrificatie in de utilities en elektrificatie in het productieproces zelf. Vooral voor elektrificatie in de utilities heeft de betrokkenheid van ESCo’s veel potentie. Hierbij levert een ESCo bijvoorbeeld stoom als dienst, in plaats van elektriciteit of gas.

Power to heat
Het consortium stelde met deze achtergrond een overzicht van elektrificatie-categorieën en kansrijke technologieën op voor de korte, middellange en lange termijn. Op de korte termijn laat power-to-heat een groot potentieel zien en een verscheidenheid aan technologieën, toepassingen en betrokken partijen, zowel in Nederland als in het buitenland. Hierbij kan gedacht worden aan technologieën als de hoge temperatuur-warmtepomp, stoomrecompressie en mechanische damprecompressie. Bij de warmtepomp is nog verdere ontwikkeling nodig voor industriële toepassing, de andere twee technieken zijn al klaar om toegepast te worden.

Power to gas
Power-to-hydrogen, en dan vooral elektrolyse, laat een groot potentieel zien op de langere termijn, zowel voor flexibiliteit als baseload toepassingen. Op dit moment is deze optie echter economisch nog niet haalbaar voor grootschalige toepassing. Het potentieel van power-to-gas opties lijkt pas interessant op de lange termijn. Power-to-chemicals heeft een hoog potentieel en veel variëteit wat betreft opties en initiatieven maar bevindt zich nog voornamelijk in de startfase. Power-to-mechanical drive en power-to-separation laten een gelimiteerd potentieel zien.

Optimale combinatie?
Het onderzoek doet geen uitspraak over de optimale combinatie van transitiepaden. Naast elektrificatie zijn dit geothermie, biomassa en CC(U)S. Wel doet het onderzoek aanbevelingen voor de ontwikkeling van industriële elektrificatie als transitierichting, waarbij een breed scala aan ontwikkelingsbehoeften naar voren komt. Wanneer deze ontwikkelingen op korte termijn worden opgepakt, kan Nederland een internationaal onderscheidende innovatiepositie op het gebied van industriële elektrificatie verwerven, aldus Berenschot.

Rapport
Lees het rapport ‘Electrification in the Dutch process industry’.

Foto: De procesindustrie kan overtollige windenergie goed gebruiken (foto Berenschot).

Redactie Ensoc, 20-mrt-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    21.03.2017 - 10:03 uur | P. Lomito

    De procesindustrie kijkt wel beter uit dan haar productieprocessen afhankelijk te maken onbetrouwbare energiebronnen. Elektrificeren lost geen problemen op maar creëert juist problemen voor eindgebruikers die afhankelijk zijn van betrouwbare, leveringszekere energiebronnen. Een grote hoeveelheid hernieuwbare energiebronnen op het netwerk maakt dat netwerk onbetrouwbaar, zie bijvoorbeeld de vele black-outs in zuid-oost Australië waar men te veel windmolens heeft opgesteld. Zie ook het snel stijgende aantal ingrepen dat op het Duitse netwerk gemaakt moet worden om instabiliteit door hernieuwbare bronnen te voorkomen.

    Blijkbaar heeft men geen benul dat ons elektriciteitsnetwerk slechts 15% van de totale energiestromen voor z'n rekening neemt, wil je alles gaan elektrificeren dan zal het bestaande netwerk minstens 7x meer capaciteit moeten hebben. Kun je je voorstellen dat er 7x meer hoogspanningsmasten in ons kleine landje komen, naast de duizenden windmolens waarmee het landschap al ontsierd wordt?

    Maar ja... het bericht komt van CE Delft dus dan weet je dat er politieke doelstellingen (opdrachten doorgaans van overheden) achter zitten en dat de realiteitszin ver te zoeken is.