‘Overheid: neem uitkomst energiedialoog serieus’

07.04.2016 | Branchenieuws | 923 keer bekeken
‘Overheid: neem uitkomst energiedialoog serieus’

De Nederlandse overheid moet de uitkomst van de energiedialoog, die het ministerie van Economische Zaken organiseert, zeer serieus nemen. Dat is een van de lessen voor een geslaagde energiedialoog, concludeert het Rathenau Instituut.

Het Rathenau Instituut noemt in een rapport elf lessen voor de nationale energiedialoog die het ministerie van Economische Zaken vanaf 7 april tot juli 2016 organiseert. De auteurs Rini van Est en Arnoud van Waes onderzochten vijf soortgelijke dialoogprocessen uit het verleden, om te beginnen de Brede Maatschappelijke Discussie over kernenergie uit de jaren tachtig die veel maatschappelijke opwinding veroorzaakte. Ze onderzochten ook recente discussies rondom schaliegas, windmolens op land, gaswinning en het energieakkoord. Fundamenteel voor het succes van elke maatschappelijke dialoog is het vertrouwen van het publiek in het proces, concluderen de auteurs. Als de overheid de uitkomst van de energiedialoog niet serieus neemt ondermijnt dat het vertrouwen in het proces.

Kernenergie
Dat laatste gebeurde bij de Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) over kernenergie. Toenmalig minister van EZ Van Aardenne vroeg in 1978 de Algemene Energieraad een plan te ontwikkelen voor het voeren van een maatschappelijke discussie over kernenergie. Toen de BMD in 1981 van start ging was kernenergie niet het enige dat zorgen baarde; de economie en bezuinigingen eisten meer aandacht op. Daardoor verdween de discussie over kernenergie naar de achtergrond. Sommige politici, zoals premier Van Agt en vicepremier Wiegel, uitten openlijk hun twijfel over het nut van de BMD. Tegenstanders zagen de BMD als een grote praatshow en riepen zelfs op de BMD te boycotten. Veel deelnemers van de BMD waren verontwaardigd dat de regering de uitkomst van de BMD niet overnam.

Lessen
Het Rathenau Instituut komt na bestudering van de BMD en recente discussies over energie tot de volgende elf lessen voor de energiedialoog:

1. Maak urgentie van energietransitie voor Nederland helder

Als initiatiefnemer van de energiedialoog dient de overheid helder te maken wat de urgentie van de energietransitie is voor Nederland. Als de urgentie duidelijk is, zullen mensen eerder bereid zijn om deel te nemen aan de energiedialoog. In tegenstelling tot de BMD en de strijd rondom kernenergie ziet het Nederlandse publiek de energietransitie nog niet als een urgente kwestie. Hierdoor zullen burgers weinig bereid zijn om deel te nemen aan een dialoog daarover. Daarom is van belang dat het ministerie van EZ voorafgaand aan de energiedialoog helder maakt wat de maatschappelijke urgentie is van de energietransitie voor Nederland.

Dit laatste zou volgens het Rathenau Instituut niet moeilijk moeten zijn ‘omdat de uitdagingen groot zijn’: het klimaatprobleem, de miljardeninkomsten uit de aardgaswinning die de komende twee decennia geleidelijk zullen wegvallen, duurzame energie die langzaam van de grond komt en tegen maatschappelijke weerstand aanloopt, en de gewenste transitie van de Rotterdamse haven. Het probleem is volgens de onderzoekers dat de overheid al jaren in vrij bedekte termen (‘duurzaam’) over de energietransitie spreekt. Het wordt daarom tijd voor het ministerie van EZ om open te communiceren en de urgentie van de energietransitie richting de burger te verhelderen.

2. Neem doelstellingen Energierapport als startpunt

Het Energierapport ‘Transitie naar duurzaam’ van EZ vormt het democratisch en politiek-bestuurlijk gelegitimeerde startpunt van de energiedialoog. De doelstellingen schoon, betrouwbaar, betaalbaar en ruimtelijk inpasbaar zijn al lange tijd de beleidsuitgangspunten en worden maatschappelijk breed ondersteund. In het Energierapport verwoordt het kabinet drie randvoorwaarden voor de CO2-arme energievoorziening in 2050: veiligheid, zekerheid en betaalbaarheid. Er is echter discussie mogelijk over de vraag wat CO2-arm, veilig, betrouwbaar en betaalbaar inhoudt en welke innovaties hiervoor nagestreefd dienen te worden. Daarom is het wenselijk dat de energiedialoog ruimte biedt voor het debat over de precieze inhoud van de genoemde doelstellingen.

3. Stel rol nationale overheid ter discussie

De energietransitie is naast een technologische, economische, maatschappelijke transitie ook een bestuurlijke transitie. Stel daarom de wijze waarop de nationale overheid interacteert met lagere overheden en de samenleving ter discussie, concludeert het Rathenau Instituut. ‘Gebrek aan draagvlak wordt vaak veroorzaakt door de manier waarop de nationale overheid interacteert met lagere overheden en de samenleving. Overheden missen vaak de gevoeligheid om tijdig maatschappelijk verzet in te schatten en daarover ook tijdig het gesprek met de samenleving aan te gaan. De energiedialoog zelf is een vorm van bestuurlijke vernieuwing en deels een zoektocht naar nieuwe, gewenste afstemmingsmechanismen tussen overheid en maatschappij, en tussen de nationale overheid en provincies en gemeenten. Door dit helder te maken, laat de nationale overheid zien dat ze ook haar eigen rol in de energietransitie ter discussie stelt.'

4. Neem de uitkomst van de energiedialoog serieus

Maak helder dat het advies dat voortkomt uit de energiedialoog niet-bindend is, maar zeer serieus genomen wordt. Spreek als overheid eigen wensen en verwachtingen uit ten aanzien van de resultaten van de energiedialoog voor de besluitvorming. De uitkomst van de dialoog kan niet-bindend zijn voor de overheid of het parlement. Het organiseren van een energiedialoog is echter voor de politiek geen vrijblijvende exercitie. Aangezien het ministerie van EZ een appel doet op maatschappelijke partijen, mogen deze partijen verwachten dat hun inbreng serieus genomen wordt. Dat kan door van tevoren duidelijk te maken welke wensen en verwachtingen de overheid ook zelf heeft ten aanzien van de resultaten van de energiedialoog en hoe de overheid zich zal verantwoorden over het al dan niet gebruiken van de resultaten van de dialoog.

5. Zorg voor onafhankelijke en betrouwbare organisator(en)

De organisator speelt een sleutelrol bij de opzet en het verloop van een participatietraject. Als de organisator niet onafhankelijk van de politiek-bestuurlijke opdrachtgever kan opereren, kan de afstemming tussen de organisator en de maatschappelijke context problematisch worden. De overheid moet vertrouwen hebben dat zij de regie kan loslaten. Dat lukt eerder als de organisator vertrouwen geniet van de overheid en heeft bewezen goed gevoel te hebben voor de politiek-bestuurlijke context. Omdat bij een publiek participatieproces ook maatschappelijke actoren hun lot in de handen van de organisator leggen, is het van belang dat de organisator ook vertrouwen geniet en als onafhankelijke partij wordt ervaren vanuit de maatschappelijke context.

6. Zorg voor vakkennis over participatie

De organisator(en) moet(en) expertise en ervaring bezitten op het gebied van het organiseren van publieke participatieprocessen rondom complexe controversiële politiek-bestuurlijke en maatschappelijke onderwerpen. Het organiseren van participatieprocessen is een vak. Daarom heeft de organisator bewezen expertise nodig voor het uitvoeren van participatieprocessen rondom complexe controversiële politiek-bestuurlijke en maatschappelijke onderwerpen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het herkennen van politiek-maatschappelijke gevoeligheden, methodologische kennis en ervaring met het vormgeven, organiseren en begeleiden van participatieve processen.

7. Verhelder gezamenlijk voorafgaand aan energiedialoog doel, inhoud, proces en spelregels

Maak onder leiding van de organisator aan het begin van de energiedialoog in gezamenlijkheid heldere afspraken over de vormgeving ervan (doel, inhoudelijke agenda, interactieve proces, spelregels). Bouw ook tijdens de energiedialoog ruimte in voor regelmatige reflectie en discussie over de vormgeving en pas deze zo nodig aan. Om te komen tot een energiedialoog die maatschappelijk geaccepteerd wordt, is het van belang om eerst de discussie te voeren over de vormgeving van de dialoog. Voor die discussie dient genoeg tijd genomen te worden. Voor reflectie op en discussie over deze zaken is ook tijdens het proces steeds ruimte nodig. Om de discussie te structureren is het behulpzaam om in interactie met de samenleving relevante centrale thema’s te kiezen. Per thema kan de opzet van de dialoog op maat gemaakt worden; opzet van de dialoog en deelnemers kunnen per thema anders zijn. Ook is het goed om voort te bouwen op bestaande discussies.

8. Communiceer open en transparant met de buitenwereld

Zowel de overheid (als initiatiefnemer) als de organisator dienen gedurende het proces open en transparant te communiceren over de energiedialoog. Keuzes over de vormgeving van de energiedialoog worden vaak in kleine kring gemaakt. Het is belangrijk om keuzes aangaande doel, inhoud, proces en spelregels in brede kring te verantwoorden. ‘Ondoorgrondelijke’ keuzeprocessen kunnen namelijk tot veel discussie leiden. Het is daarom van belang om te zorgen voor heldere keuzeprocessen waarover goed gecommuniceerd kan worden. Ook over de resultaten van publieksparticipatie en hoe die zijn bereikt dient transparant gecommuniceerd te worden.

9. Heb aandacht voor representatie en ondersteuning van deelnemers om te participeren

Maak binnen de energiedialoog afspraken over representatie en ondersteuning van deelnemers om te participeren. Maak de middelen vrij om waar nodig minder vermogende groepen te ondersteunen. Vanuit het oogpunt van democratische legitimiteit en procedurele eerlijkheid is het van belang dat de energiedialoog aandacht heeft voor een brede maatschappelijke representatie en het vermogen van alle belanghebbenden om te participeren. Het energieveld kent veel machtige spelers. Vanuit het oogpunt van gelijkheid is ondersteuning van minder machtige groepen legitiem en vanuit het oogpunt van representatie zelfs noodzakelijk. Selectie en ondersteuning van deelnemers zijn gevoelige kwesties en hoe daarmee om te gaan, maakt onderdeel uit van de discussie. Het is verstandig daar gezamenlijk spelregels voor op te stellen (zie ook les 7).

10. Heb aandacht voor kennisopbouw

Ontwerp de energiedialoog niet slechts vanuit het perspectief van discussie, maar als een kennis- en leerproces, dat vorm krijgt door middel van een wisselwerking tussen kennisopbouw en discussie. Een goede discussie ontstaat niet simpelweg door mensen bij elkaar te brengen. Inhoudelijke voorbereiding is cruciaal en vereist veelal onderzoek. Een discussie levert vervolgens vaak vragen op die om verder onderzoek vragen. Een energiedialoog is daarom niet slechts een verzameling van debatten, maar vereist een goed doordachte wisselwerking tussen dialoog en kennisopbouw. De ontwerpopgave is om die wisselwerking op een productieve manier vorm te geven en onderzoek te kunnen doen.

11. Stel tijdig een borgingscommissie in

Denk voorafgaand aan de energiedialoog na over de borging van de resultaten die hieruit voortkomen. Stel tijdig een onafhankelijke borgingscommissie in die toeziet op de uitvoering van resultaten. Dit gebeurt ook voor het energieakkoord; ook kan hierdoor tijdig worden bijgestuurd als resultaten tegenvallen. Gelet op de urgentie van de energietransitie verdient de energiedialoog een onafhankelijke borgingscommissie die toeziet op de uitvoering van resultaten. De uitkomsten van de energiedialoog kunnen niet-bindend zijn voor politiek en bestuur. Met de instelling van een borgingscommissie geeft de overheid wel het signaal af dat ze de energiedialoog zeer serieus neemt.

Foto: Het Rathenau Instituut beschrijft in een rapport elf lessen om de landelijke energiedialoog tot een succes te maken (foto Rathenau Instituut)

Redactie Ensoc, 6-apr-16

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (6)

Reageren
  • P. Lomito
    12.04.2016 - 17:12 uur | P. Lomito

    @ Duck van Elk, uiteraard staat de kwaliteit van de samenleving op nummer 1. Die kwaliteit hebben we tot nu toe vooral te danken aan de beschikking over grote hoeveelheden goedkope en betrouwbare energie. Om onze toekomst veilig te stellen hebben we dan ook vooral veel energie nodig om onze economie en welvaart op peil te houden. En dus niet halfbakken windmolens en zonnepanelen waarmee nog geen deuk in een pakje boter geslagen kan worden maar een energiebron die onze groeiende energievraag kan volgen tegen lage kosten en met grote leveringszekerheid.

  • 12.04.2016 - 15:52 uur | Dick van Elk

    @Limoto

    Met processen bedoel ik niet symptomen zoals u noemt: ...toenemende energiearmoede aan de onderkant de maatschappij, de hoge energieverspilling door gebrek aan goed geïsoleerde woningen, de groeiende weerstand tegen windmolens etc.

    Processen zijn gedefinieerd rond het "waarom" en "hoe" we zaken zo regelen in onze samenleving, dat er geen energiearmoede onstaat, geen verspilling van energie optreedt, geen toenemende weerstand tegen windmolens komt, en zelfs de overheid de belastingdruk (geldlust?) kan verlagen. Omdat we als verantwoordelijke burgers en bedrijven de kwaliteit van de samenleving op plaats 1 zetten ipv allerlei eigen (waaronder privé) doelen.

    Dat los je helaas niet meer op met 1x per 4 jaar naar de stembus gaan. Daar is meer energie voor nodig. Om te beginnen duurzame energie. Daarmee kunnen alle processen duurzaam, houdbaar worden. Nogmaals: dat vraagt om goed geïnformeerde burgers en bestuurders. Wanneer in ieder geval alle bestuurders goed geïnformeerd zijn kunnen èn de kwaliteit van de samenleving voorop stellen, kunnen ze minder goed geïnformeerde burgers overtuigen van de noodzaak mee te doen in de samenleving. Op basis van kwaliteit...

  • 12.04.2016 - 15:37 uur | Math Geurts

    In 2014 bedroeg het eindenergieverbruik in Nederland 1980 PJ. Als we dat ieder jaar met 2% weten te verminderen resteert in 2050 nog zo'n 1000 PJ. Gaan we doen! 62 Duitse energiescenario's voorzien maximaal 150 GW PV in Duitsland in 2050. Voor Nederland (20% van de gebouwen, 10% van het landoppervlak) zou 25 GW PV daarom een zeer goede prestatie zijn. 25 GW PV levert t.z.t. ca. 100 PJ eindenergie. Gaan we gewoon doen. Daar hoeven we ook niet over te discussiëren.

    Maar dan. 100 PJ is ca. 10% van het in 2050 te verwachten eindverbruik. We weten dat in 2050 900 PJ CO2-armere energie-produktie nodig is. Voor hoeveel windenergie op land is er plaats als "we processen in de de samenleving" als uitgangspunt nemen? Welke opties zijn machtige spelers als Greenpeace et al. bereid te accepteren of blijven milieu-organisaties binnen de beperkte context van hun eigen visie? Zijn deze organisaties en het publiek bereid een open en transparant gecommuniceerde uitkomst van onderzoeken en dialoog serieus te nemen, ook als die uitkomst minder kleinschalig en groen is dan gehoopt? Ik ben heel benieuwd.

  • P. Lomito
    12.04.2016 - 15:24 uur | P. Lomito

    Processen in de samenleving... zoals de toenemende energiearmoede aan de onderkant de maatschappij, de hoge energieverspilling door gebrek aan goed geïsoleerde woningen, de groeiende weerstand tegen windmolens en tegen de geldlust van de overheid, de uitholling van onze prima energievoorziening met gesubsidieerde stroom en het aanstaande faillissement van energiebedrijven met hoge maatschappelijke kosten, het onnodig sluiten van energiecentrales die nog gemakkelijk 20-30 jaar goedkope en betrouwbare energie kunnen leveren, de toenemende milieuvervuiling en CO2-uitstoot door het toepassen van zogenaamd duurzame technieken...

    Gelukkig mogen we volgend jaar weer stemmen voor de Tweede Kamer, dan hebben we weer een duidelijk ijkpunt voor de heersende opvattingen over allerlei maatschappelijke processen. Het huidige mandaat is zeg maar wat sleets geworden.

  • 12.04.2016 - 10:40 uur | Dick van Elk

    Zou het niet beter zijn om de processen in de samenleving als uitgangspunt te nemen en daaruit een context af te leiden en niet te beginnen c.q. door te gaan gaan binnen de beperkte context van de eigen visie?

  • P. Lomito
    07.04.2016 - 08:37 uur | P. Lomito

    Het gaat al fout bij punt 1: urgentie van energietransitie... die is er namelijk niet. De gangbare opvatting dat de mens verantwoordelijk is voor catastrofale opwarming van de aarde is gebaseerd op rekenmodellen die nog niet eens in staat zijn het verleden te simuleren en dat is onvoldoende om een CO2-vrije energietransitie urgent te maken.

    Dat betekent niet dat we achterover moeten gaan leunen, er is immers wel sprake van eindigheid van fossiele voorraden waar onze energievoorziening nu grotendeels op gebaseerd is. We moeten dus nu eerst werken aan een toekomstbestendige energievoorziening (goedkoop, betrouwbaar en veilig) die een volwaardig alternatief is, die de basislast van elektriciteitscentrales kan overnemen. Dat volwaardige alternatief is er nu nog niet, de duurzame opwekking met windmolens en zonnepanelen kunnen geen basislast leveren en kunnen alleen tegen hoge maatschappelijke kosten toegepast worden.

    Dat is ook de reden dat deze energiedialoog op de agenda staat, gezinnen moeten immers overtuigd worden dat ze een flink deel van hun vrij besteedbare inkomen moeten inleveren om de energietransitie te financieren...

    En dan is er nog de ellende die omwonenden van nieuwe windmolens op land staat te wachten die op te korte afstand van de woningen worden geplaatst en de te lage energiedichtheid van hernieuwbare bronnen die het onmogelijk maken om ons dichtbevolkte landje van voldoende energie te voorzien. Op dit moment is kernenergie de enige voorziening die ons op weg kan helpen met de energietransitie voor de komende 20 jaar. Die tijd hebben we hard nodig om betere alternatieven geschikt te maken voor toepassing zoals de veelbelovende thoriumcentrales, maar daar moeten we nu dan wel aan beginnen en niet een beetje lopen aankloten met windmolentjes en biomassa die niets oplossen en juist een scala aan nieuwe problemen veroorzaken.