‘Oplossing voor warmte verschilt per buurt’

25.04.2017 | Branchenieuws | 579 keer bekeken
‘Oplossing voor warmte verschilt per buurt’

Om Nederland te verwarmen zonder aardgas zijn alternatieve warmtebronnen nodig. Wat gas uiteindelijk gaat vervangen, moet lokaal bepaald worden. “De oplossing verschilt per buurt.”

Van de ongeveer 7,5 miljoen gebouwen die Nederland telt zal in 2050 nog 80 tot 90 procent overeind staan. Om de warmtetransitie te maken en in 2050 alle woningen van het gas af te hebben, vormt deze bestaande bouw de grootste uitdaging, weet senior onderzoeker Schepers van CE Delft. Op het congres Warmte zonder Gas, georganiseerd door F&B kennispartner in energie en milieu, licht Schepers toe hoe CE Delft tegen dit vraagstuk aankijkt.

Aardgas dominant
Aardgas is met 95 procent dominant in de warmtevoorziening van gebouwd Nederland. Deze fossiele bron past niet in de klimaatneutrale gebouwde omgeving die Nederland nastreeft in lijn met het verdrag van Parijs. “Groen gas uit duurzame biomassa is een één-op-één-oplossing, maar is nog kostbaar om te maken en veel minder beschikbaar dan aardgas”, weet Schepers. “Dus moeten we een alternatief zoeken.”

Trias Energetica
Volgens Schepers is het duidelijk dat voor de warmtetransitie aan drie knoppen gedraaid moet worden. “De eerste is in lijn met de Trias Energetica: besparen. Alles wat je niet gebruikt, hoef je niet op te wekken. Het gaat hier om het dichten van kieren, betere gebouwschillen en ook het veranderen van bewonersgedrag zodat er meer wordt bespaard.” De tweede knop, gebouwinstallatie, sluit hier op aan. De derde knop gaat om de energiebehoefte die na besparing overblijft: waar haal je die warmte vandaan en welke infrastructuur is daarvoor nodig? Belangrijk is dat aan alle drie de knoppen tegelijk gedraaid wordt, benadrukt Schepers: “Geen van deze elementen is onafhankelijk van de andere.”

Gasvraag gehalveerd
Aan knop één en twee is al flink gedraaid in afgelopen dertig jaar, laat Schepers tijdens het congres zien. Waar het gasverbruik in 1980 gemiddeld 3.000 m3 per woning in het jaar bedroeg, ligt dat nu onder de 1.500 m3. Dat betekent een halvering van de gasvraag. Dit komt vooral doordat woningen energiezuiniger zijn geworden, dankzij de HR-ketel en meer isolatie bij nieuwbouw. Waarom dan niet de komende dertig jaar vol inzetten op besparen, zo luidt een vraag uit het publiek. Daar zit een grens aan, vertelt Schepers. Hij wijst naar de vraag naar warmtapwater. “Mensen zijn niet minder gaan douchen. De lastige vraag is hoe we die behoefte invullen in een toekomst zonder aardgas.”

Niet één antwoord
Op het vraagstuk van duurzame warmtevoorziening is niet één antwoord te vinden. Technieken  en bronnen als geothermie, zonnepanelen, restwarmtenetten en biomassa hebben elk hun voorkeurslocatie, legt Schepers uit: “Pelletkachels op vaste biomassa zijn best interessant als individuele oplossing. Maar je kan je afvragen hoe duurzaam het is als heel Amsterdam een eigen pelletkachel heeft, gezien het transport en de opslag die nodig is voor de pellets en de fijnstof die zoveel kachels zouden uitstoten. Geothermie wordt veel potentieel toegewezen en kan zeker passen in een dichtbebouwde omgeving, als de ondergrond er geschikt voor is. Tegelijkertijd vraagt het wel proefboringen en andere dure voorinvesteringen die je moet terugverdienen.”

Stad of platteland
Welke oplossing waar werkt, verschilt per type omgeving en soort buurt, zegt Schepers. “Individuele oplossingen zijn economisch interessant in een minder bebouwde landelijke omgeving, collectieve opties zijn rendabeler in de stad.” Overigens moet in de warmtetransitie de koudevraag niet vergeten worden volgens Schepers. “Door goed te isoleren maar niet te letten op ventilatie ontstaat een ongezond binnenklimaat. Daar moet integraal over nagedacht worden.”

Lokaal beleid
Net als de lokale kwestie van vraag en aanbod, heeft het beleid rond de warmtetransitie geen top-downbenadering, vertelt Schepers. “In Europa bestaan richtlijnen als de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD), de Energy Efficiency Directive (EED) en de Renewable Energy Directive (RED). Op Rijksniveau wordt binnen de Energieagenda 2016 gewerkt aan de transitie. Ook zijn er op nationaal niveau nog de Warmtetafel en het Nationaal Expertisecentrum Warmte.” Schepers wil maar zeggen: Nederland is druk bezig met de warmtetransitie. Niet alleen het Rijk, maar ook warmteleveranciers en netbeheerders zijn hierbij betrokken.

Gasvrije wijken
Gemeenten zitten tegelijkertijd ook niet stil. Schepers verwijst naar de Green Deal voor gasvrije wijken, die dertig gemeentes afgelopen maand maart ondertekenden. Hij hoopt dat in een van deze wijken snel de schop de grond in gaat, als ‘eerste stap voor de komende 33 jaar’. “Duidelijk is dat we niet meer kunnen wachten. Ruim 7,5 miljoen woningen in 2050 van het gas af betekent 220.000 woningen per jaar.” In elk van die woningen wonen mensen met hun eigen voorkeuren en meningen. Die moeten allemaal mee in een transitie van huizen verbouwen en infrastructuur aanleggen. “Dat moet 33 jaar lang gebeuren, om uiteindelijk over te stappen op warmte zonder gas.”

Foto: Een monteur last twee pijpen aan elkaar voor een koppeling in het warmtenet in Alkmaar

Tekst: Joost Agterhoek

Redactie Ensoc, 25-apr-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    25.04.2017 - 20:58 uur | P. Lomito

    +++ Belangrijk is dat aan alle drie de knoppen tegelijk gedraaid wordt, benadrukt Schepers: “Geen van deze elementen is onafhankelijk van de andere.” +++

    Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Energiebesparing is de belangrijkste en daarom ook eerste stap van de TE. Stap 2 uitvoeren zonder stap 1 eerst maximaal te benutten komt neer op het verduurzamen van verspilling. Het stappenplan moet daarom volledig serieel gezien worden, dus eerst stap 1 volledig uitvoeren en dan pas beginnen met stap 2 enz.