Nederlandse technologie-industrie vergroent langzaam maar zeker

29.06.2015 | Branchenieuws | 1427 keer bekeken
Nederlandse technologie-industrie vergroent langzaam maar zeker

De energietransitie biedt geweldige kansen voor de Nederlandse technologie-industrie. Dat blijkt uit het rapport ‘FME Insights Energy’ die ondernemersvereniging FME onlangs heeft uitgebracht. Wel zijn er volgens clustermanager energie Hans van der Spek nog de nodige obstakels te overwinnen.

FME energiecluster
Met ruim 400 bedrijven en zo’n 85.000 aangesloten leden vertegenwoordigt FME, ondernemersvereniging voor de technologische industrie, een flink aandeel binnen de energieketen. Sinds kort is binnen FME daarom het Cluster Energy in het leven geroepen, om de krachten van al die deelnemende bedrijven te bundelen. Volgens Van der Spek zijn dat van oudsher “vooral bedrijven in de olie- en gassector. Maar de laatste tien tot vijftien jaar zijn er veel bedrijven uit het duurzame segment bij gekomen, niet alleen op het gebied van opwekking, maar met name ook in besparing. Die zorgen er dus juist voor dat er minder energie verbruikt wordt, of dat die in ieder geval efficiënter wordt benut. Zoals bij aandrijvingen, waar 60 % van het totale industriële electriciteit verbruik in gaat zitten. Met behulp van slimme technologieën kun je wel zo’n 40-50 % energiereductie realiseren.”

Nederland koploper
Volgens Van der Spek zien de meeste sectoren energietransitie weliswaar als kans, zij het met de nodige kanttekeningen. Van der Spek: “Wat je bijvoorbeeld ziet is dat energiebesparing in sommige sectoren veel meer leeft dan in andere. Maar je ziet ook dat er nieuwe kansen ontstaan die er aanvankelijk niet waren, zoals met energieopslag. Waarbij Nederland overigens nog achterop loopt, al zijn er inmiddels allerlei pilotprojecten in het leven geroepen. Een voorbeeld daarvan is ‘Buurtbatterij’. Dat is een batterij die op wijkniveau zorgt dat er een goede balans is tussen vraag en aanbod van elektriciteit.

Waar wij in Nederland wel heel goed in zijn, zijn smart grids. Dat komt omdat wij jaren geleden al met proeftuinen zijn begonnen. Er zijn in Nederland zo’n 18 pilotprojecten op het gebied van smart grids, die inmiddels ook zijn afgerond. Daarvoor zijn allerlei apparaten en technologieën ontwikkeld, met name aan de ‘demand’-kant, met betrekking tot de vraag naar energie. Daarmee kun je dus monitoren wat de energiemarkt doet, je kunt er vraag en aanbod mee aan elkaar koppelen en daarop reageren met prijsprikkels in de markt.

Waar Nederland ook echt koploper in is, is de machinebouw voor solar. Niet voor de panelen zelf, die worden met name in  China gemaakt, maar ten aanzien van aanverwante productietechnologie. Wat de meeste mensen niet weten is dat 60 % van alle zonnepanelen wereldwijd Nederlandse technologie bevat. Dat is best een fors aandeel en daar mogen we dan ook best trots op zijn.

Verder hebben wij in Nederland een beperkte windturbine-industrie, maar waar wij wel heel goed in zijn is die hele offshore technologie. Voor bijvoorbeeld de funderingen van windturbines, het bekabelen en het aanleggen van ‘stopcontacten’ op zee, waarbij het gaat om een combinatie van de energiesector en de maritieme sector. Ik denk dat er met name ten aanzien van die energiekabels nog een hoop te doen zal zijn in de komende jaren.”

kader FME artikel.png

Frustraties
Helaas verloopt de energietransitie in Nederland nog niet altijd even vlot. Van der Spek: “Een van de frustraties van onze leden is dat energiebesparing in het bedrijfsleven nog vaak een lage prioriteit heeft. Energie maakt voor veel bedrijven namelijk maar 2 a 3 % van de kosten uit, dat komt dus niet zo hard aan. Bovendien is er een regelgeving die zegt dat je allerlei energiebesparende maatregelen, die een terugverdientijd van vijf jaar hebben, verplicht bent om te nemen. Die wet is er dus wel, maar die wordt slecht gehandhaafd door de regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s), die de naleving van die wetten in de desbetreffende regio’s moet controleren. Energiebesparing staat niet heel hoog in hun agenda, wat onder andere komt door een gebrek aan kennis. Dat gaat in de toekomst hopelijk veranderen. Het is door het Energieakkoord ook wel hoger op de agenda komen te staan, er zijn daar ook afspraken over gemaakt. Zo komt er bijvoorbeeld een expertisecentrum voor energiebesparing, om die RUD’s beter uit te rusten om toe te zien dat die bestaande regelgeving wordt nageleefd.

Maar naast die implementatiekwestie is het ook een investeringskwestie. Als het gaat om investeringen, is voor de industrie een terugverdientijd van twee jaar al vrij lang, terwijl energiebesparende maatregelen een terugverdientijd van wel drie tot zeven jaar tijd hebben. Dus ook daarin is nog een wereld te winnen.

Of neem nu energieopslag. Binnen de energiemarkt had je eerst alleen maar producenten en gebruikers, die zie je ook terug in de wettekst. Maar energieopslag zit daar tussenin. Bij een batterij, accu’s in auto’s en al die andere nieuwe mogelijkheden en vormen van energieopslag, is er geen sprake van een consument noch van een producent. Daar is de huidige wet- en regelgeving nog niet voldoende op uitgerust. Wij zijn als FME actief bezig om daar een verandering in te brengen.”

Het rapport ‘FME Insights Energy – Transition energy systems offers opportunities for Dutch technological indusytry’ is uitsluitend voor leden van FME beschikbaar via www.fme.nl/energy. Een Nederlandstalige samenvatting van het rapport vind je hier.

Tekst en Beeld: Erzsó Alföldy, redactie Ensoc.
29-06-2015

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • David Dirkse
    30.06.2015 - 16:26 uur | David Dirkse

    Die energietransitie is een fictie.
    Energietransitie = voorraadtransitie. Kolen,olie , gas of uranium, zijn voorraden.
    Waar liggen die nieuwe voorraden? Nergens.
    Wind en zon kunnen nooit een modern land van energie voorzien.
    Er geen geen technologie voorhanden om de economie te decarboniseren. Het geld moet dus in research worden gestoken.