Meerjarenafspraken helpen industrie met energiebesparing

26.01.2016 | Branchenieuws | 1376 keer bekeken
Meerjarenafspraken helpen industrie met energiebesparing

Van de energiebesparing die de Nederlandse industrie realiseert kan een kwart tot de helft worden toegeschreven aan de Meerjarenafspraken tussen bedrijven en overheid. Dat concludeert Martijn Rietbergen, docent duurzame energie van de Hogeschool Utrecht, op basis van promotieonderzoek.

Versnellen Meerjarenafspraken (MJA) verbetering van de energie-efficiëntie? Dat is een van de vragen die Martijn Rietbergen stelde aan het begin van zijn promotieonderzoek. Meerjarenafspraken zijn afspraken die bedrijven op vrijwillige basis met de overheid maken over energiebesparing. In deze zogeheten convenanten staan de doelstellingen voor de jaarlijkse energiebesparingen vermeld. ‘Energieconvenanten tussen overheid en industrie worden vaak gezien als een veelbelovend en (kosten)-effectief alternatief voor traditionele regelgeving. Het was echter nog niet bekend of dergelijke convenanten ook daadwerkelijk de energie-efficiëntie verbeteren,’ schrijft Rietbergen in zijn proefschrift.

Meerjarenafspraken
Meerjarenafspraken zijn al decennialang een belangrijk beleidsinstrument voor energiebesparing in Nederland, meldt Rietbergen. De eerste generatie Meerjarenafspraken stammen uit de periode 1992 – 2000. Ze zijn een van ‘s werelds eerste energieconvenanten tussen overheid en industrie. Later werden ze gevolgd door nieuwe meerjarenafspraken. Voor zijn onderzoek bepaalde Rietbergen het effect van de Meerjarenafspraken op additionele energiebesparing. Hij deelde de energiebesparende maatregelen en bijbehorende besparingen in verschillende categorieën: good housekeeping maatregelen (9%), vervangingsinvesteringen (32%), energie-efficiëntie of retrofit maatregelen (18%), warmtekrachtkoppeling (22%) en andere maatregelen (22%).

Retrofit vs vervanging
Rietbergen liet in zijn onderzoek zowel deskundigen als bedrijven beoordelen in hoeverre de diverse categorieën energiebesparingsinvesteringen zijn gestimuleerd door de Meerjarenafspraken. Zo werd beoordeeld dat retrofit maatregelen in ‘sterke mate’ zijn gestimuleerd door Meerjarenafspraken, terwijl vervangingsinvesteringen maar in ‘beperkte mate’ zijn aangemoedigd door de Meerjarenafspraken. Doordat Rietbergen weegfactoren toekende aan de verschillende ‘mate van stimulering’ kon hij de gestimuleerde energiebesparing per categorie berekenen en daarmee de totale impact van de Meerjarenafspraken op de verbetering van de energie-efficiëntie.

Lees ook: Ron van Brenk (Hogeschool Utrecht) – “De kunst is om energie besparen, zonder dat studenten dit merken”

Conclusie
‘De belangrijkste conclusie is dat tussen een kwart en de helft van de energiebesparing in de Nederlandse industrie kan worden toegeschreven aan de Meerjarenafspraken. Met andere woorden, de mate van verbetering van de energie-efficiëntie is toegenomen met 33 tot 100 procent in vergelijking met een situatie waarin er geen Meerjarenafspraken zouden zijn geweest,’ meldt Rietbergen. In zijn studie heeft Rietbergen de resultaten en effecten van de eerste generatie Meerjarenafspraken geëvalueerd. Deze afspraken stammen uit de periode 1992 – 1998. De afspraken zijn gemaakt tussen bedrijven en het ministerie van Economische Zaken, dat jaarlijks de voortgang van de Meerjarenafspraken laat monitoren.

Vergeleken
Rietbergen vergelijkt zijn bevindingen met enkele rapporten. ‘Meer recente voortgangsrapportages van de nieuwere Meerjarenafspraken tonen dat de verbetering van de energie-efficiëntie in het productieproces in dezelfde sectoren als in mijn studie op een vergelijkbaar niveau bleef. Die bedroeg in de periode 1998-2007 1,8 procent per jaar, maar daalde tot 1,3 procent per jaar in de periode 2009-2013.’ Volgens een recente evaluatie door Ecorys in 2013 schrijven deelnemers aan de Meerjarenafspraken 60 procent van de energiebesparing toe aan het convenant. Volgens Ecorys is deze bijdrage echter overschat omdat 60 tot 80 procent van de maatregelen ook zouden zijn genomen zonder de Meerjarenafspraken.

Promotie
Martijn Rietbergen promoveerde op 20 november 2015 aan de Hogeschool Utrecht bij het lectoraat Nieuwe Energie in de Stad, dat tot doel heeft om via onderzoek handvatten te bieden voor de transitie naar een duurzame gebouwde omgeving. Zijn promotieonderzoek ging over de effectiviteit van publieke en private beleidsinstrumenten voor energiebesparing, zoals de meerjarenafspraken over energiebesparing, de CO2-Prestatieladder en energielabels voor gebouwen. Zijn proefschrift is getiteld ‘Targeting Energy Management Analysing targets, outcomes and impacts of corporate energy and greenhouse gas management programmes’. Een samenvatting van zijn proefschrift staat
hier.

Foto: Hogeschool Utrecht doet zelf ook mee aan de Meerjarenafspraken voor energiebesparing

Redactie Ensoc, 23-jan-16

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (0)

Reageren