Lokale overheid als financier voor duurzame energieprojecten

17.09.2015 | Branchenieuws | 1866 keer bekeken
Lokale overheid als financier voor duurzame energieprojecten

Provincies en gemeenten kunnen duurzame energieprojecten financieren met een publiek energiefonds. Dat is vooral een uitkomst als private investeerders en banken te kort schieten. Een voorbeeld van zo'n regionale overheidsfinancier is de Drentse Energie Organisatie.

Stel je voor: je bent ondernemer en je hebt een goed idee om energie te besparen of op te wekken. Je verzamelt wat mensen om je heen en je stelt een ondernemingsplan op. Maar wat nou als de bank je niet wilt helpen met financiering, en je zelf de middelen ook niet hebt? Misschien kan een publiek energiefonds je dan verder helpen. Dit zijn fondsen met geld van lokale overheden zoals provincies en gemeenten om duurzame energieprojecten te financieren. Wat is nodig om voor deze vorm van financiering in aanmerking te komen? En hoe zijn de ervaringen met publieke energiefondsen?

Maatschappelijke impact
Publieke energiefondsen hebben een gat opgevuld dat private investeerders en banken hebben laten liggen. De fondsen verstrekken investeringsgelden aan ondernemingen niet alleen gebaseerd op het financieel rendement, maar evenveel gebaseerd op de maatschappelijke impact zoals duurzame energie, energiebesparing, CO2-reductie, werkgelegenheid en innovatie. Door deze aanpak kunnen fondsbeheerders projecten financieren die anders niet van de grond waren gekomen.  De ontwikkelaars van een duurzaam energieproject kunnen bij de fondsen terecht voor leningen, garanties en participaties aanvullend op eigen financiering.

Vereisten voor financiering
Directeur Jan-Coen van Elburg van adviesbedrijf Rebel Energy en Guido Hoek, directeur van de Drentse Energie Organisatie, vertelden afgelopen 9 september tijdens het Nationaal Energie Congres in Utrecht meer over deze nieuwe financiële modellen. Om allereerst in aanmerking te komen voor een lening moet er een stevige businesscase liggen. Van Elburg: “Het is goed om als financiële instelling kritisch te zijn op het verstrekken van financiering. We kennen allemaal de voorbeelden van een leuk initiatief dat na twee jaar weer ten einde loopt omdat de subsidie stopt. Daar wordt achteraf dan toch gedacht, zonde van het geld.”

De simpele beginselen van het ondernemersschap, startkapitaal en een goed (financieel) plan, moeten goed zitten, zegt Van Elburg. Daarnaast moet de ondernemer de volgende punten inzichtelijk hebben en kunnen tonen aan de fondsverstrekker:

• Wie heeft de leiding (kennis, ervaring, track record)
• Juridisch (hoe zit het met contracten / vergunningen)
• Technische specificaties (maak je gebruik van een bewezen techniek?)
• Organisatiestructuur (samenwerking, afhankelijkheden, structuur)
• Markt (afnemers, zekerheden, prijzen)
• Financieel (kasstroom, investeringen, ratio’s etc.)

Lokale overheid als financier
Sinds 2012 heeft de meerderheid van de provincies (alleen Groningen en Zeeland ontbreken nog) ‘publieke energiefondsen’ opgericht. Daarnaast hebben steden als Den Haag, Utrecht en Amsterdam ook een eigen fonds. Alle publieke energiefondsen samen beheren vandaag de dag zo’n 600 miljoen euro. ‘Het feit dat de lokale overheid zich mengt in het het financieren van ondernemingen komt door een gebrek aan nationale wet- en regelgeving en handhaving die op een andere manier duurzaam ondernemersschap stimuleren. Private investeerders hebben daarnaast vaak weinig interesse in het financieren van projecten met weinig (zekerheid op) rendement,’ aldus Van Elburg.

Drentse Energie Organisatie
Een voorbeeld van een regionale financier is de Drentse Energie Organisatie die in 2011 werd opgericht en 29,2 miljoen ter beschikking kreeg van Provincie Drenthe om duurzame initiatieven te mede-financieren. Het fonds heeft tot 2020 om het geld te investeren, maar de verwachting is dat in 2017 het geld op is. Tot nu toe heeft het fonds zo’n 90 investeringen gedaan ter waarde van 15 miljoen. Een van de bestaansredenen van het fonds is om de beslissingen voor financiering uit het beslissingveld van de provinciale politiek te trekken en onafhankelijk te maken, zegt directeur Guido Hoek: “Voordeel van de onafhankelijkheid is dat het fonds pragmatisch te werk kan gaan en projecten echt van plan naar realisatie kan tillen.”

Succesfactoren
Je zou verwachten dat ondernemers met bosjes zouden aankloppen met aanvragen voor financiering, maar niets is minder waar. Hoek noemt als een van de succesfactoren van de Drentse Energie Organisatie dat ze zelf vasthoudend zijn en soms tot wel vijf keer langs een ondernemer gaan. ‘Het meest voorkomende probleem is dat, ondanks een positieve houding hier tegenover, verduurzaming geen prioriteit heeft voor ondernemers. Dat proberen we om te buigen. Verder is de eerder genoemde onafhankelijkheid, onze oplossingsgerichtheid en het bieden van eenvoudige financieringsmogelijkheden wat de Drentse Energie Organisatie tot een succes maakt.’

Bijdrage aan energietransitie
Centrale vraag op het congres was hoe bepaalde oplossingen bijdragen aan de energietransitie. Voor de Drentse Energie Organisatie is dit door financieren te zien als middel, niet als doel. Hoek: ‘Dat werkt doordat we ondernemers verder helpen met antwoorden, en ze niet alleen met vragen bestoken, en door het simpel houden’. De Drentse Energie Organisatie zal ondernemers niet screenen of controleren op liquiditeit, vertelt Hoek. ‘Doordat er een businessplan ligt en ondernemers zelf de helft van de financiële middelen inbrengen blijft het risico beperkt. ‘Hierdoor kunnen we zelfs garanderen dat we altijd binnen 24 uur krediet kunnen verstrekken’.

Waar gaat het geld heen?
De Drentse Energie Organisatie investeert het meeste geld in lokale energieprojecten, met name op gebied van biovergisting, biomassacentrales, zonnestroomsystemen en restwarmte. De leningen die de organisatie verstrekt aan het MKB en organisaties in Drenthe gaan vooral naar PV-systemen, LED-verlichting en isolatie.

Conferentie
Meer weten over financieren van energiebesparing en duurzame energie? Kom op 3 november 2015 naar de Jaarbeurs in Utrecht voor de volgende Ensoc-conferentie. Hier zal onder andere Roy Ellenbroek van het Utrecht Energie Fonds spreken. Kijk hier voor meer informatie en inschrijven.

Foto: Directeur Jan-Coen van Elburg van Rebel Energy spreekt over publieke energiefondsen op het Nationaal Energie Congres (foto Lian van Mourik)

Tekst: Lian van Mourik

Redactie Ensoc, 17-sep-15

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    17.09.2015 - 17:37 uur | P. Lomito

    Biovergisting, biomassa, zonnesystemen... weggegooid geld dus. Dat er ondernemers zijn die daarin investeren is ALLEEN vanwege de subsidies en subsidies zijn altijd een flinke risicofactor. Maar veel belangrijker is dat deze duurzame technieken niet duurzaam zijn... op papier is het één groene wolk maar in de praktijk is het doffe ellende, de onderhoudskosten zijn hoog, er zijn klachten door stank, geluidsoverlast en/of horizonvervuiling en de inkomsten vallen zwaar tegen. Zonnestroom levert helemaal niets meer op, in de zomer kost het zelfs geld om van de ongewenste stroom af te komen. En na enkele jaren aan het subsidie-infuus gelegen te hebben wordt ook die kraan dichtgedraaid... zeer begrijpelijk dat ondernemers ver weg blijven van dergelijke investeringen.