‘Koppel energielabel aan feitelijk verbruik’

12.04.2016 | Branchenieuws | 2760 keer bekeken
‘Koppel energielabel aan feitelijk verbruik’

Energielabels van woningen krijgen pas betekenis wanneer ze worden gekoppeld aan het werkelijke in plaats van aan het theoretische energieverbruik, stelt promovenda Daša Majcen. Dat is ook duidelijker voor bewoners.

Energielabels zijn in Nederland de belangrijkste etiketten voor de energieprestaties van woningen, maar feitelijk zeggen ze weinig. Labels vergelijken alleen de thermische waarden van woningen met elkaar. Veel factoren, zoals de gezinssamenstelling en hoe bewoners hun woning verwarmen, worden onterecht als vaststaande gegevens gezien. Dat constateert promovenda Daša Majcen in haar proefschrift waarop ze vandaag promoveert aan de TU Delft. De onderzoekster pleit voor meer bewustmaking van bewoners. Woningen zijn in theorie prima energieneutraal te bouwen, maar in de praktijk wordt dit vaak niet gerealiseerd door het gedrag van de bewoners en technische fouten. De forse kloof tussen theorie en praktijk bemoeilijkt beleid en investeringen in Nul-op-de Meter renovaties, want kosten en terugverdientijden zijn daardoor lastig vast te stellen.

Grote steekproeven
Voor haar proefschrift over het verschil tussen verwacht en werkelijk energieverbruik en energiebesparing door Nederlandse huishoudens analyseerde promovenda Daša Majcen meerdere grote steekproeven van meer dan 200.000 woningen met als doel de oorzaken van die verschillen te achterhalen. Zulke grote steekproeven zijn in Nederland niet eerder hiervoor gebruikt en ze geven resultaten die representatief zijn voor de hele woningvoorraad. Daarnaast gebruikte ze informatie die ze verkreeg uit onderzoek dat ze in opdracht van de Rekenkamer Amsterdam uitvoerde om de effectiviteit van hoofdstedelijke subsidies aan woningcorporaties voor energierenovatie van hun huurwoningen te analyseren. De hoofdvraag van dat onderzoek was of een verbetering die recht geeft op een gunstiger label werkelijk leidt tot minder energiegebruik en dus minder CO2-uitstoot.

Besparing blijft achter
Majcen voerde voor haar promotieonderzoek een steekproef uit onder een kleine veertigduizend sociale huurwoningen door de database met energielabels van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) te koppelen aan de energiedata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ook onderzocht zij de werkelijke energiebesparing in de ruim 600.000 renoveerde woningen op basis van de SHAERE database van AEDES. Deze studie liet zien dat de werkelijke besparingen in op hoog niveau gerenoveerde woningen sterk achterblijven bij de theoretische besparingen. In dit onderzoek analyseerde ze ook de werkelijke energiebesparing van verschillende renovatiemaatregelen. Enkele van die maatregelen pakten gunstiger uit dan verwacht, maar de meeste andere niet.

A-label minder zuinig dan verwacht
Een alleenstaande oudere in een huis met energielabel G verbruikt soms minder energie dan een gezin met kinderen in een woning met label A, zo blijkt uit het onderzoek. Sterker nog, de meeste gebruikers van oude, slecht geïsoleerde huizen hebben relatief bescheiden stookkosten. Het omgekeerde is ook het geval. Terwijl het werkelijke gasverbruik voor de labels D tot en met G aanzienlijk lager ligt dan het theoretische – gemiddeld pakweg de helft – geldt voor de hoogste labelklassen juist het omgekeerd: het werkelijke energiegebruik is fors hoger dan vooraf berekend.

Oude vs nieuwe woningen
Het energieverbruik gaat wel naar beneden als de U-waarde wordt opgekrikt. Maar voor een label A-woning ligt het werkelijke verbruik toch gauw 20 tot 30 procent hoger dan het theoretische verbruik. ‘Een verklaring is dat in oude woningen niet altijd alle ruimtes centrale verwarming hebben’, vermoedt Majcen. ‘Ook kan het moeilijk zijn om tochtige, slecht geïsoleerde ruimtes warm te krijgen. In dat geval is het efficiënter om alleen de belangrijkste ruimten te verwarmen. Bewoners van zeer goed geïsoleerde huizen hebben al gauw het idee dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over hun stookgedrag.’

Theorie vs praktijk
Door de forse kloof tussen theorie en praktijk zijn kosten en terugverdientijden van energiezuinige investeringen lastig vast te stellen. Het bemoeilijkt beleid en investeringen voor energierenovaties. Problematisch is ook dat verbruiksgetallen die op de labels worden vermeld van weinig betekenis blijken. ‘Het is beter om het gemiddelde werkelijke verbruik te vermelden’, stelt Majcen. Zij constateert daarnaast dat bewustmaking van bewoners minstens zo belangrijk is als technische ingrepen. ‘De doorslaggevende factor zijn we zelf: richt het beleid dus ook op de gebruikers. Gelukkig is er inmiddels een grote hoeveelheid gegevens beschikbaar op basis waarvan theorie en praktijk bij elkaar gebracht kunnen worden.’

Promotie
Daša Majcen verdedigt haar proefschrift ‘Predicting energy consumption and savings in dwelling stock: A performance gap analysis in The Netherlands’ op 12 april om 10.00 in de aula van de TU Delft.

Foto: Nul-op-de-meter-woning in Heerhugowaard (foto De Stroomversnelling)

Redactie Ensoc, 11-apr-16

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (8)

Reageren
  • C Bouwman
    12.04.2016 - 22:42 uur | C Bouwman

    Leuk: promoveren op een verplicht energielabel dat inmiddels is omgetoverd in de niet verplichte energie-index (ook inhoudelijk alweer gewijzigd) en waarbij de term is overgedragen aan het verplichte en (dramatisch) gesimplificeerde energielabel "nieuwe stijl".
    Overigens waren de bevindingen allang bekend, zij het op minder omvangrijke schaal onderzocht.
    Typisch geval van waste of time, money, effort...

  • P. Lomito
    12.04.2016 - 11:45 uur | P. Lomito

    De genoemde isolatie- en luchtlekken zijn niet te onderschatten. Ga maar eens op een bouwplaats kijken met welke nauwgezetheid de isolatie wordt aangebracht... het is doorgaans om te huilen. Ik heb foto's van diverse bouwwerken waar de isolatie zelfs beter niet geplaatst was, met kieren in de isolatie waar je een hand in kwijt kunt, isolatie (minerale wol) die zeiknat geworden is door het niet afdekken van de open spouw, muisdichte ventilatierooster die tegen het binnenspouwblad geplaatst worden... En dan de dampdichting en luchtdichting, daar hebben Nederlandse aannemers ook nog nooit van gehoord. Zelfs nieuwbouwwoningen zijn zo lek als een mandje waardoor de werking van isolatie teniet wordt gedaan.

  • 12.04.2016 - 11:21 uur | Roel van der Brug

    Harde gegevens van de bouwschil en de luchtdichtheid moet alleen meetellen in het bepalen van een label. Stookgedrag van bewoners zegt niets over de woning maar meer over de bewoners. Bouwbedrijven zouden meer zorg moeten besteden in het aanbrengen van isolatie, een kier kan al voor 30% verlies zorgen. TNO heeft in het verleden nieuwbouw woningen onderzocht en 8 van de 10 vertoonde meerdere isolatie lekken. Daša Majcen had ook moeten onderzoeken waarom woningen niet voldoen aan de verwachting.

  • 12.04.2016 - 11:21 uur | Joris Berben

    Het werkelijke energiegebruik in een woning wordt bepaald door de kenmerken van de woning en door het gedrag van de bewoner (hoeveel kamers verwarm je op welke temperatuur, hoe lang douche je). Het huidige energielabel gaat uit van 1 standaardgedrag. Rondom het hierbij berekende verbruik zit in de praktijk een (grote) spreiding. Het doel van het label is om de woning te beoordelen, en niet de bewoner.
    Het label is verplicht bij verkooptransacties. In zo’n geval komt er een nieuwe bewoner in, met vaak een ander gedrag dan de vorige bewoner. Het verbruik kan dan dus ook flink wijzigen. Dat blijkt ook uit het proefschrift.

    Een oplossing zou kunnen zijn om meerdere gebruikersprofielen door te rekenen en op basis hiervan een bandbreedte in het berekend verbruik aan te geven. Het nadeel daarvan is dat het onderscheid tussen woningen veel vager wordt, omdat die bandbreedtes vaak overlappen. Een zuinige bewoner in een onzuinig huis kan een lager verbruik hebben dan een onzuinige bewoner in een zuinig huis. (Maar, als diezelfde zuinige bewoner in het zuinige huis woont, is het verbruik waarschijnlijk nog lager).

  • Hans de Wit
    12.04.2016 - 10:10 uur | Hans de Wit

    Eindelijk een onderzochte conclusie dat het label, bij een woning, erg weinig zegt. Het aantal personen, gedrag, wel/niet thuiswerken, zegt soms veel meer.
    Zelf woon ik in een jaren '30 woning (theoretisch label: G) en heb een gasverbruik van ca. 1000 m3/jaar. Mijn stroomverbruik is - op jaarbasis- dus nul.
    (mijn laatste isolatieplannen ga ik nooit meer terugverdienen; dus doe ik dit eigenlijk voor het label).
    Ik doe wat redelijk en haalbaar is, maar soms knaagt het wel.

  • P. Lomito
    12.04.2016 - 09:48 uur | P. Lomito

    Het probleem hier is de theorie die een verkeerd beeld geeft van de energiezuinigheid van de woning. Het gaat hier om de software waarmee de energieprestatie (en energielabel) gesimuleerd wordt aan de hand van gebouweigenschappen (compactheid, isolatie, ventilatie, installaties) en gestandaardiseerd bewonersgedrag. Deze software vindt zijn oorsprong in de installatiebranche die al ervaring had met het berekenen van de benodigde verwarmings-/koelingscapaciteit van gebouwen. Niet geheel toevallig is daardoor software ontstaan waarbij bouwkundige maatregelen (m.n. isolatie) weinig invloed hebben op de energieprestatie terwijl met installaties de hoogste EPC-reductie bereikt kunnen worden. Door die software worden onze nieuwbouwwoningen tot op vandaag voorzien van te weinig isolatie en te omvangrijke en dure installaties als zonneboilers en warmtepompen. Het resultaat is bekend: bewoners klagen terecht over te hoge stookkosten.

    Daarnaast is de berekening gebaseerd op een grote hoeveelheid aannames en vereenvoudigingen die er voor moesten zorgen dat een EPC-berekening snel uitgevoerd kan worden met als gevolg dat het verwachte energieverbruik niet realistisch is. De software die gebruikt wordt voor passiefhuizen (PHPP-methode) geeft een veel reëler beeld van het energieverbruik omdat hierin isolatie niet ondergewaardeerd wordt en de invoer omvangrijker is.

    Het probleem is dus dat met EPC-software wordt gewerkt die ongeschikt is om een betrouwbaar beeld van het energieverbruik te geven.

    Met die kennis heb ik mijn woning flink nageïsoleerd en de luchtdichtheid aanzienlijk verbeterd. Het energieverbruik is daardoor gedaald van 10,4 m³ gas per m² per jaar naar 3,2 m³/m² (van 2.600m³ naar 800m³ voor ruimteverwarming bij 250m²), een structurele besparing van 70% !!! En inderdaad, de thermostaat is hierbij hoger ingesteld, van 16-21°C voorheen naar 21°C constant. Nachtverlaging heeft geen zin meer want de woning koelt 's nachts nauwelijks af.

  • 12.04.2016 - 09:41 uur | Edwin Bommezij

    Na het energielabel light nu ook het maatwerkadvies light? Ik lees niks nieuws: alles is al bekend. En de oplossing bestaat ook al: maatwerkadvies. Elk huis wordt namelijk anders bewoond, met een ander energieverbruik door de bewoners. Daarom werkt alleen maatwerk. Ook een nul-op-de-meter advies bestaat al en is en blijft maatwerk. Met de uitvoering van alle maatregelen is ondertussen veel ervaring opgedaan, met het totaalplaatje (een nul-op-de-meter woning) wordt momenteel ervaring opgedaan (o.a. Urgenda, Susteen).
    De enige vraag die beantwoord moet worden: hoe krijgen we alle bewoners zover dat ze daadwerkelijk maatregelen gaan nemen? Als deze promovenda daar nu een goed onderzoek naar had gedaan, en met goede oplossingen was gekomen...

  • 12.04.2016 - 09:11 uur | Richard Spaander

    Wanneer je een koukleum die niet op de kosten let in een goed geïsoleerde woning zet zal die meer energie verbruiken dan iemand die het snel warm heeft en goed op de kosten let. Datzelfde effect treed op in een woning met label G. De niet variabele factor is de woning en dus de manier om een goed vergelijk te krijgen. Een label gebaseerd op gemiddeld gebruik maakt het pas wazig.