‘Koeling essentieel in energietransitie’

24.05.2017 | Branchenieuws | 496 keer bekeken
‘Koeling essentieel in energietransitie’

Door betere isolatie van gebouwen neemt de vraag naar koeling toe. Als pandeigenaren die groeiende behoefte energiezuinig en duurzaam invullen, moeten ze in overleg om bronnen en WKO’s te delen. Eneco-directeur warmte en koude Michiel van den Berg waarschuwt daarbij voor teveel geclaimde bronnen die suboptimaal worden gebruikt. “Vol is niet altijd vol.”

Tekst: Joost Agterhoek

De energietransitie in de gebouwde omgeving draait vaak om warmte, maar duurzaam koelen moet ook niet vergeten worden. De vraag naar koude zal immers gaan toenemen met betere en zwaarder geïsoleerde huizen en gebouwen, weet Van den Berg. “Die isolering kan ervoor zorgen dat het binnenklimaat minder comfortabel wordt. Dat betekent meer vraag naar koeling. En in een BENG-(bijna energieneutraal gebouw)pand is het natuurlijk hartstikke zonde om daar enorm veel elektriciteit voor te gebruiken.” 

Energieverspilling
Traditionele koelapparaten gebruiken doorgaans nog wel veel stroom en dat is, om bij het onderwerp van de energietransitie te blijven, hetzelfde als gas stoken om gebouwen te verwarmen vindt de Eneco-directeur. “Gas op 800 graden stoken voor verwarming van 20 graden is te vergelijken met de enorm lage conversie van koelmachines. Dat zal op een gegeven moment verdwijnen.” Waar moeten gebouweigenaren dan terecht voor hun groeiende koudevraag? Daar is meer overleg voor nodig, vindt Van den Berg. “Het delen van energiebronnen kan kansen bieden.”

Koude uit Maaswater
Delen en combineren is wat Eneco Warmte en Koude bijvoorbeeld doet in thuishonk Rotterdam. Het koudenet op de Wilhelminapier gebruikt koude uit het Maaswater om de woontorens New Orleans, De Rotterdam, Boston en Seattle te koelen tijdens de warme zomerdagen. De installaties van New Orleans en De Rotterdam leveren nu al meer dan 7 megawatt aan koelcapaciteit, terwijl dat nog kan doorgroeien naar 12 megawatt. Hiervoor loopt 4,5 kilometer leidingwerk door de gebouwen. 

55 procent CO2-reductie
Eneco becijfert dat het koudenet circa 55 procent CO2-reductie oplevert ten opzichte van conventionelere koelmethodes. “De jaarlijkse CO2-besparing is alleen bij De Rotterdam al 240 ton CO2. Met de andere aangesloten projecten erbij (New Orleans, Pakhuis Meesteren, Boston en Seattle) halen we straks makkelijk 330 ton CO2-besparing.” In een dergelijke kantooromgeving is sprake van een verhoogde koudevraag, zegt Van den Berg. Dan is het efficiënter om met één of enkele grotere installaties te werken dan dat ieder gebouw een eigen, kleinere oplossing gebruikt. 

Combi met stadswarmte…
De capaciteit van de centrale in De Rotterdam is vier keer zo hoog als die van New Orleans, bijvoorbeeld. “Daarbij combineren we dit koudenet met de stadsverwarming die in het gebied al aanwezig was. (Het stadswarmtenet in de regio Rotterdam van Eneco levert 45.000 huishoudens en honderden bedrijven restwarmte van de afval- en energiecentrale AVR, red.). De piekvraag van warmte is, met name door warmtapwater, groter dan die van koeling, zegt Van den Berg over de verbinding van netten. “Koelinstallaties in gebouwen kunnen dan kleiner gehouden worden door de behoefte van alle panden op elkaar en op de complementaire warmte- en koudevraag af te stemmen.” 

…of met WKO
De combinatie van verschillende warmte- en koudeopslagen (WKO’s) kunnen ook een disbalans oplossen waar sommige bronnen mee te kampen hebben, weet Van den Berg. “Ondergrondse bronnen moeten soms opgewarmd worden omdat er teveel warmte uit gehaald wordt en te weinig koude. Die balans kan je op orde brengen door meer gebouwen in de buurt aan te sluiten zodat de totale koudevraag toeneemt.” Door vraag en aanbod beter te matchen is niet alleen op energie te besparen, maar ook op investeringen en ruimte, benadrukt de directeur van Eneco Warmte en Koude. “De kosten en ruimte die WKO-installaties vragen kan je zo verdelen over meerdere panden.”

Comfort
Het koudenet langs de Rotterdamse Maas is een van de duurzame koeloplossingen die zich volgens Van den Berg bewezen hebben en opschaalbaar zijn. Koudenetten op grotere schaal dan de verbonden Rotterdamse kantoorpanden zijn mogelijk, denkt Van den Berg, maar dergelijke netten krijgen wel te maken met dezelfde uitdaging als hun ‘warme broertjes’:  de noodzaak van een forse investering in infrastructuur en de verbinding van allerlei verschillende partners in een gebouwde omgeving. Om samen één koudebron en -installatie te gebruiken, moeten contractueel verschillende gebouwen immers samenwerken. Dat geeft een ‘stakeholdersspel’ waar diverse belanghebbenden met elkaar om tafel moeten. Van den Berg denkt dat hier een rol weggelegd is voor stadsplanners. “In dat kader is overleg over de aanleg van zulke netten zeker mogelijk.”

Ondergrond raakt vol
Wat stadsplanners nu wellicht nog over het hoofd zien als het gaat om efficiënt duurzaam koelen is de hoeveelheid geclaimde bronnen. De ondergrond begint immers vol te raken, stelt de directeur Eneco Warmte en Koude. “Zodra een vergunning is aangevraagd voor een WKO met een bepaalde bron, dan is dat gebied niet langer beschikbaar voor anderen. Dat terwijl een dergelijke bron waarschijnlijk meerdere gebouwen kan bedienen en voorzien van energiebesparende koude. Beperkte afname van een grote bron is daarom niet goed.” Nu is het nog zo dat partijen als Eneco Warmte Koude in gevallen van suboptimaal brongebruik faciliterend optreden, maar als de ondergrond ‘echt vol’ raakt en er in toenemende mate behoefte is aan nieuwe en duurzamere bronnen van koeling, kan de gemeente of provincie zich in de discussie mengen, denkt Van den Berg. 

Gasloze wijken
“Kijk naar warmte. Er worden op het moment plannen opgezet om hele wijken over te laten stappen van gas naar een andere verwarmingsbron. Op termijn kan die aanpak ook voor koudenetten voor de hand liggen. Vooralsnog is duurzame koeling minder dominant in de energietransitie dan duurzame warmte. Maar in het kader van de Nederlandse verduurzamingsdoelstellingen, het weren van gas in de gebouwde omgeving en de Energieagenda, zal efficiënt koelen belangrijker worden. Het gaat in de energietransitie immers niet alleen om enkel grote stappen, maar ook om de kleinere bijdragen.” 

Om daadwerkelijk daaraan bij te dragen, moeten duurzame bronnen wel zo goed mogelijk benut worden, vindt Van den Berg. “Vol is niet altijd vol. Er is soms sprake van suboptimaal gebruik. Het voordeel is dat Eneco met haar kennis hierin de rol kan oppakken van discussieleider tussen de eigenaar van de bron, naburige pandeigenaren, de provincie en de gemeente.”

Foto: directeur Eneco Warmte en Koude Michiel van den Berg vindt dat de rol van besparende koude in de energietransitie nog onderbelicht, maar essentieel is.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    25.05.2017 - 00:22 uur | P. Lomito

    Er is geen noodzaak voor meer koelingsbehoefte, afgezien van maatregelen om oververhitting door zonbestraling te voorkomen (zonwering, zware isolatie, natuurlijke beschaduwing) zijn er tegenwoordig genoeg middelen om oververhitting via interne warmtelast te voorkomen, denk daarbij aan LED-verlichting en energiezuinige computerapparatuur. Verder valt er veel winst te behalen met balansventilatie en zomernachtventilatie.

    De koelingsbehoefte wordt dan ook vooral veroorzaakt door het slecht toerusten van gebouwen waarmee oververhitting voorkomen en gecorrigeerd kan worden zonder actieve koeling te moeten gebruiken. Ook hier zien we weer dat stap 1 van de Trias Energetica verwaarloosd wordt en de aandacht volledig op stap 2 gericht wordt... en dat is niet anders dan verduurzaming van verspilling.