Kernenergie versus hernieuwbare energie

31.07.2014 | Branchenieuws | 359 keer bekeken
Kernenergie versus hernieuwbare energie

Zowel qua investeringen als geïnstalleerd vermogen legt nucleaire energie het af tegen de onstuimige groei van duurzame energie technologie, dat blijkt uit een statusrapport over de nucleaire industrie Het World Nuclear Industry Status Report 2014  van onafhankelijke consultants Mycle Schneider en Anthony Froggatt.

In het rapport wordt een gedegen overzicht gegeven van de status van de nucleaire industrie wereldwijd ; er zijn 31 landen met kerncentrales. In het totaal zijn er wereldwijd 388 reactoren met een totaal geïnstalleerd vermogen van 333 GW. Dat zijn er 50 minder dan in het piekjaar 2002. Het aandeel van kernenergie aan de mondiale primaire energie productie was 4.4% in 2014, zo’n laag percentage is voor het laatst in 1984 waargenomen. De bijdrage aan elektriciteitsproductie is gedaald van het 17.6% hoogtepunt in 1996 naar 10.8% in 2013. De gemiddelde leeftijd van reactoren stijgt en ligt nu op 28.5 jaar. De kosten voor het genereren van kernenergie stijgen en economische rendabiliteit wordt bedreigd in onder meer België, Duitsland en Zweden. Hernieuwbare energie en dan vooral wind en zon is een directe concurrent van nucleair in de zoektocht naar broeikasgasvrije energieopwekking om klimaatverandering tegen te gaan.

Hernieuwbare energie wint het op alle fronten. De investeringen in hernieuwbare energie wereldwijd waren in 2012 bijna een orde van grootte hoger dan die voor nucleair. Opvallend is dat de absolute dip in investeringen in nucleair in 2011, het jaar van de Fukushima ramp, gelijk valt met het piekjaar voor investeringen in hernieuwbaar. Uit de specificering van investeringen per regio blijkt dat de EU verreweg het meest in hernieuwbare energie heeft geïnvesteerd in de periode 2004 – 2013. Sinds het jaar 2000 zijn windturbines en zonnepanelen op grote schaal geïnstalleerd terwijl de totale capaciteit van kernenergie afnam. In de periode 2000 – 2013 is 301 GW wind geïnstalleerd en 135 GW zon, nucleair nam juist 19 GW af. Daarbij moet worden opgemerkt dat Schneider en Froggatt een andere norm hanteren dan bijvoorbeeld het Internationaal Energieagentschap (IE). Die laatste telt alle kerncentrales mee die niet zijn ontmanteld, ook als ze voor langere tijd niet operationeel zijn.

Schneider en Froggatt merken op dat het IEA daarom nog steeds bijvoorbeeld alle Japanse kerncentrales meetelt ook al zijn die gemiddeld drie jaar offline. Zij hanteren  daarom een nieuwe categorie voor genaamd Long-Term Outage. LTO centrales worden in veel van de cijfers en grafieken niet meegeteld. Maar zelfs al zou de IEA formule gehanteerd worden dan zou het aandeel van nucleair slechts zijn toegenomen met 17 GW.

 

Bron: Energiebusiness, 31-jul-14    

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (0)

Reageren