‘Industrie vindt energiebesparing belangrijk’

23.07.2015 | Branchenieuws | 1255 keer bekeken
‘Industrie vindt energiebesparing belangrijk’

De energie-intensieve industrie vindt verhoging van de energie-efficiëntie belangrijk om de toekomstige concurrentiepositie te verbeteren. Dat meldt minister Kamp van Economische Zaken aan de Tweede Kamer. Hij verwacht veel van vrijwillige afspraken tussen bedrijven en de overheid.

Om te voldoen aan afspraken uit het energieakkoord komt minister Kamp met een extra pakket aan maatregelen voor de energie-intensieve industrie. Dit moet zorgen voor een extra energiebesparing van 9 Petajoule in 2020. Het gaat om een raamwerk voor bedrijfsspecifieke, vrijwillige afspraken en het beter benutten van bestaande financieringsinstrumenten zoals de Energie Investeringsaftrek (EIA) en de Garantieregeling Ondernemingsfinanciering (GO-regeling), alsmede onderzoek naar aanvullende instrumenten voor financiering. Deze maatregelen komen bovenop de bestaande verplichtingen die de industrie is aangegaan in het kader van het MEE-convenant, waaraan bedrijven meedoen die vallen onder het ETS, het Europese systeem voor de handel in CO2-uitstootrechten. In het convenant is afgesproken dat bedrijven rendabele maatregelen nemen om de energie-efficiëntie te verbeteren.

MKB en utiliteit
Voor de niet-energie-intensieve industrie en utiliteitsgebouwen komt Kamp ook met een extra pakket aan maatregelen. Dit moet zorgen voor een extra energiebesparing van 8 PJ in de niet-energie-intensieve industrie en 28 PJ in de utiliteit. De maatregelen betreffen het vereenvoudigen en verbeteren van de handhaving van de Wet Milieubeheer, het uitvoeren van een pilot voor een Energie Prestatie Keuring (EPK) en het inrichten van een onafhankelijk expertisecentrum over energiebesparing. Dit pakket komt bovenop de bestaande verplichting om energie te besparen volgens de Wet Milieubeheer, dat inhoudt dat bedrijven energiebesparende maatregelen toepassen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Deze bedrijven doen ook mee aan de Meerjarenafspraken, zoals die zijn vastgelegd in het MJA3-convenant.

Energieakkoord
De extra maatregelen dragen bij aan het halen van de doelstellingen voor energiebesparing, schrijft Kamp in een brief aan de Tweede Kamer. Volgens het energieakkoord moet Nederland jaarlijks anderhalf procent besparen op het finale energieverbruik in 2020. Ook moet Nederland dan 100 PJ besparen op het eindverbruik. Onlangs is met brancheorganisaties overeenstemming bereikt over een raamwerk voor bedrijfsspecifieke afspraken, gericht op bedrijven die meedoen aan ETS en het MEE-convenant. Ook is het expertisecentrum over energiebesparing van start gegaan. Het centrum moet de vraag naar energiebesparingsprojecten bij bedrijven aanjagen en kennis over energiebesparing ter beschikking stellen aan bedrijven en het bevoegd gezag. ‘Dit biedt een goed fundament om daadwerkelijk resultaten te boeken op gebied van energie-efficiëntie,’ aldus Kamp.

Animo bedrijven
Minister Kamp ziet het raamwerk als een belangrijke stap om de ambities op gebied van energiebesparing te realiseren. Hij wil deze ambities ondersteunen, maar dit ‘is pas echt effectief als er bedrijfsspecifieke afspraken worden gemaakt en uitgevoerd’, schrijft Kamp. ‘Het succes staat of valt met de animo van bedrijven om verdergaande maatregelen voor energiebesparing te nemen. In mijn contacten met bedrijven merk ik dat zij energie-efficiëntie ook een belangrijk onderwerp vinden dat cruciaal is voor hun toekomstige concurrentiepositie. Ik verwacht dan ook dat er veel belangstelling zal zijn voor het maken van bedrijfsspecifieke afspraken.’ Kamp wil aan de hand van zijn ervaringen bekijken of het wenselijk is om bedrijfsspecifieke afspraken te maken met deelnemers aan de MJA3-convenant, dat is gericht op bedrijven die niet onder het ETS vallen.

Vrijwillige afspraken
Bedrijfsspecifieke afspraken zijn vrijwillige afspraken tussen de overheid en een bedrijf of een groep van bedrijven die meedoen aan het MEE-convenant. De afspraken gaan over maatregelen om de energie-efficiëntie te verbeteren en gaan verder dan wat is afgesproken in het convenant. Het kan  gaan over uiteenlopende maatregelen, zoals benutting van restwarmte, vervanging van apparatuur door energiezuinige exemplaren, of innovatieve projecten waarbij een nieuwe energiebesparende technologie wordt gedemonstreerd. Het kunnen ook maatregelen zijn om energie-efficiënte verbeteringen te versnellen, meldt Kamp. Uitgangspunt is dat de maatregelen aanvullende winst opleveren qua energie-efficiency. De afspraken richten zich op de koplopers op gebied van energiebesparing, aldus Kamp.

Initiatief bij industrie
Bedrijven die deelnemen aan het MEE-convenant en extra ambities hebben op gebied van energie-efficiëntie kunnen zich melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hiermee legt Kamp het initiatief neer bij de industrie. RVO zal vervolgens in onderling overleg bekijken wat voor afspraken er gemaakt kunnen worden, meldt Kamp. ‘Ik voer op dit moment al met een aantal bedrijven gesprekken over het afsluiten van bedrijfsspecifieke afspraken. Dit zijn constructieve gesprekken.’ Kamp verwacht met deze bedrijven tot concrete afspraken te kunnen komen tot substantiële verbeteringen in energie-efficiëntie. Hij denkt ook dat dit aanstekelijk kan werken op de sector. ‘Ik heb er vertrouwen in dat meer bedrijven de handschoen zullen oppakken.’

Foto: Zal Tata Steel in IJmuiden op vrijwillige basis extra energie gaan besparen? (foto Rijkswaterstaat)

Redactie Ensoc, 23-jul-15

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (0)

Reageren