​Gasunie ziet heil in biogas, NAM nog sceptisch

06.06.2017 | Branchenieuws | 347 keer bekeken
​Gasunie ziet heil in biogas, NAM nog sceptisch

De toekomst van Gasunie in de energietransitie ligt in het gasnet besloten. Dat zegt ceo Han Fennema, die kansen ziet in biogas, lng en waterstof. Ondertussen houdt de NAM de portemonnee liever gesloten tot het duurzame projecten vindt met een goed verdienmodel.

Minder Gronings gas betekent niet minder werk voor Gasunie. Het internationaal verbonden leidingennet kan immers een rol spelen in de energietransitie volgens Fennema. In een interview betoogt de ceo van Gasunie dat de infrastructuur mogelijkheden biedt voor andere energiebronnen dan aardgas, zoals waterstof, biogas, lng. Op het moment zet Gasunie hoogcalorisch gas uit andere bronnen om naar laagcalorisch gas, waardoor de gasproductie in Groningen verder ingeperkt kan worden zonder dat er tekorten ontstaan. Die omzetting gebeurt onder andere met stikstofinstallaties en Gasunie heeft vorig jaar 23 miljard kubieke meter van dit omgezette gas gemaakt, vertelt Fennema.

Biogas en LNG
Biogas valt ook onder gas uit andere bronnen. Gasunie onderzoekt een grootschalige en efficiënte productie van biogas, vertelt Fennema, die vooral vergassing van biologische reststromen op grote schaal werkbaar acht. Het gasnet kan gebruikt worden voor de transport van dit gas en kan daarmee volgens Fennema een belangrijke rol spelen in de vergroening van industriële processen en verwarming van woningen, in combinatie met hybride warmtepompen. Twee Groningse woningcorporaties gaan in het kader van de campagne Groenversnelling ruim honderd woningen verwarmen met een hybride warmtepomp en biogas. Fennema denkt ook dat Gasunie munt kan slaan uit de ontwikkeling van vloeibaar aardgas (LNG), met name voor de scheepvaart.
 
Waterstof uit zon
Gasunie kijkt verder  buiten de kaders van aardgas: bij een van de opslaglocaties gaat waterstofproductie uit zonne-energie getest worden. Groningen is volgens Fennema een ‘ideale provincie’ voor de productie en verspreiding van waterstof. De locatie bij Zuidwending gaat ongeveer 5000 zonnepanelen inzetten voor de elektrolyse die water gaat omzetten in waterstof en zuurstof, meldde het Dagblad van het Noorden eerder.

NAM voorzichtiger
De Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) houdt zich ook bezig met de energietransitie, maar bestuursvoorzitter Gerald Schotman en financieel directeur Anton Broers lijken daarin voorzichtiger dan Fennema. In een interview met het Financieele Dagblad zeggen Schotman en Broers dat de overstap op alternatieve energiebronnen kansen biedt voor de NAM, maar dat nu ‘niet veel’ van de 100 tot 140 miljoen die de NAM investeert naar duurzame energieprojecten gaat.

‘Heldere plannen’ nodig
Schotman wil eerst ‘heldere plannen’  hebben en vindt dat er nog niet genoeg duurzame projecten zijn met een goede business case. Daarom richt de NAM zich nu op de ontwikkeling van energieconcepten die waarde kunnen toevoegen in de toekomst. Het Parijs-akkoord schrijft voor dat de energietransitie hard moet gaan, beaamt Schotman, maar energieprojecten moeten wel wat opleveren, zo benadrukt de bestuursvoorzitter.

Foto: Biogas van het mestverwerkingsbedrijf Gebroeders Oude Lenferink in Fleringen stroomt via de transportleiding van het Biogas Netwerk Twente naar een opwerkinstallatie in Almelo (foto Agro & Chemie)

Redactie Ensoc, 6-jun-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    06.06.2017 - 13:14 uur | P. Lomito

    Een goed verdienmodel... daar zullen de meningen wel over verdeeld zijn. Groendwaze bedrijven zullen er bijvoorbeeld geen moeite mee hebben als hun verdienmodel grotendeels gebaseerd is op het cashen van SDE+ subsidie, investeringsaftrek en andere fiscale voordeeltjes die gesocialiseerd worden. Dat betekent echter wel dat zodra het gratis geld op is, en met het huidige verspiltempo zal dat niet lang duren, deze verdienmodellen en bedrijven keihard onderuit gaan.

    Economisch drijfzand dus.