​Energietransitie extra lastig voor Zuid-Holland

09.12.2016 | Branchenieuws | 995 keer bekeken
​Energietransitie extra lastig voor Zuid-Holland

Het kabinet wil dat Nederland in 2050 een CO2-neutrale energievoorziening heeft, maar voor de industrierijke provincie Zuid-Holland is dat een extra lastige opgave. De provincie moet haar pijlen richten op de industrie en de warmtevoorziening.

Dat concludeert adviesbureau Kamagir, dat met een studie in beeld bracht wat er nodig is om de provincie CO2-neutraal te maken in 2050. De provincie Zuid-Holland gebruikt zo’n 30 procent van de totale energievraag in Nederland; een aanvullende 30 procent wordt in de industrieel rijke regio bewerkt en doorgevoerd. Alleen tegen zeer hoge kosten en met negatieve effecten op landgebruik kan deze ruim 2000 petajoule vervangen worden door duurzame elektriciteit en biomassa.

Als de provincie Zuid-Holland tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten de CO2-uitstoot tot 95 procent wil terugbrengen in 2050, dan is primaire energiebesparing een randvoorwaarde, maar het is zeker niet genoeg. Voor de energietransitie in de Zuid-Hollandse industrie is een transformatie van de chemie nodig naar bijvoorbeeld biobased productie, een circulaire economie en een goed werkend emissiehandelssysteem.

Geen simpele taak
Dit adviseert het rapport ‘Van volume naar waarde’, dat Kamangir opstelde in opdracht van provincie Zuid-Holland en het programmabureau Warmte Koude Zuid-Holland. Uit het rapport wordt duidelijk dat het doorvoeren van de Parijse klimaatafspraken in Zuid-Holland geen simpele taak is. De industrie is de grootste energieverbruiker met een verbruik van ruim 650 petajoule. Hiervan komt driekwart voor de rekening van de exporterende petrochemie en raffinaderijen. Verder is de provincie bijna in zijn geheel afhankelijk van geïmporteerde energie en kwam in 2013 iets meer dan 1 procent van het gebruik uit hernieuwbare bronnen. De energietransitie is in Zuid-Holland door haar internationale karakter meer dan een ‘simpele vervangingsopdracht’, aldus het rapport.

Ongemakkelijke scenario’s
Om de energietransitie in deze ‘op energiegebied unieke provincie’ mogelijk te maken stelde Kamangir met een groep energie-experts (waaronder Britta van Boven van Gasunie, John Post van de TKI Urban Energy en Pallas Agterberg van Alliander) een lijst op van 55 ‘onontkenbaarheden’ en 35 wensen. ‘Onontkenbare’ ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld de transitie naar hernieuwbare bronnen en verdergaande elektrificatie van energietoepassingen en meer onzekere, maar wenselijke ontwikkelingen, zoals de verbetering van luchtkwaliteit in gebouwde omgevingen.

Op basis van deze lijst zijn drie ‘uitdagende, niet per sé comfortabele’ scenario’s ontwikkeld voor 2050. Deze zijn ‘bewust extreem doorgevoerd en enigszins ongemakkelijk, om zo de praktische en morele grenzen van de energievoorziening in kaart te brengen en scherper oog te krijgen voor mogelijke conflicten’, stelt het rapport. De drie scenario’s laten zich vatten in drie vragen: wat als we moeten roeien met de duurzame riemen die we hebben, wat als de industrie de energietransitie leidt en wat als elektriciteit de centrale energiedrager wordt? 

Warmterotonde
Als we geen keuzes maken, dan kan een van de drie extreme scenario’s werkelijkheid worden, licht Arash Aazami van Kamangir toe. Deze scenario’s brengen grote maatschappelijke kosten met zich mee. Die zouden echter omlaag kunnen door elementen te combineren. Met die combinatie komen Kamangir en de betrokken experts tot een aantal aanbevelingen, waaronder de eerdergenoemde: energiebesparing als randvoorwaarde. Ook zou provincie Zuid-Holland er volgens Kamangir verstandig aan doen om niet te lang te wachten met de Warmterotonde, een warmtenet dat de Rotterdamse haven verbindt met het Westland en steden als Leiden, Dordrecht en Den Haag.

Grootste opgaven
Een andere aanbeveling is dat Zuid-Holland zijn pijlen zou moeten richten op haar grootste opgaven: industrie en warmte. De Zuid-Hollandse industrie loost op dit moment tot 150 petajoule in de vorm van restwarmte. Deze warmte kan echter goed worden benut in de gebouwde omgeving; Zuid-Holland is de dichtsbevolkte Nederlandse provincie. De vraag is hier vier á vijf keer zo groot als de elektriciteitsvraag, aldus het rapport. “Om de CO2 uitstoot substantieel terug te brengen, moeten we ons wenden tot de industrie en warmtevraag.”

Kamangir raadt provincie Zuid-Holland aan niet te lang te wachten met haar Warmterotonde. “Een warmtenetwerk is niet alleen een middel om, voor zolang het nodig is, fossiele bronnen efficiënter te gebruiken, maar vergroot de kansen voor restwarmtebenutting en geothermie. Dan moet er wel vroeg en gestaag doorgebouwd worden.” Een warmtenet is overigens geen ‘silver bullet’ volgens Kamangir. “Energiebesparing, isolatie, warmtepompen, PVT-panelen (zonnepanelen die zowel warmte als elektriciteit kunnen benutten, red) en andere opties zullen allemaal nodig zijn.”

‘Heel veel moet gebeuren’
Gedeputeerde Han Weber: “We moeten starten met de grootste opgaven: industrie en warmte. Zonder besparing en innovatie gaan we de opgave niet halen. Er moet heel veel gebeuren en we kunnen niet wachten. Met warmte zijn we heel hard aan de slag. Onze ambitie is om in 2030 20 PJ voor verwarming van woningen en kassen te leveren via de warmterotonde. Ook innoveren staat boven aan onze lijst. Ons voorstel is een revolverend fonds van € 100 miljoen in te stellen voor warmtenetten en innovatie. Daar heeft de industrie in Zuid-Holland ook baat bij.”

Directeur Programmabureau Warmtekoude Zuid-Holland Maya van der Steenhoven:  “We moeten bestaande dogma’s loslaten, zoals ‘alleen lokaal’, of ‘alleen elektrisch’, omdat de implicaties op de ruimte te groot zijn en tot te grote weerstand zullen leiden. We kunnen het ons niet langer veroorloven om 12,5 procent van onze energie ongebruikt weg te gooien. We moeten slim gebruik gaan maken van alle energiestromen. Uitwisseling tussen elektriciteit, duurzame warmte, waterstof en biogassen is essentieel. We hebben geen tijd te verliezen en we zullen op elke maatregel in moeten zetten: besparing, duurzame warmte en all-electric, lokaal én centraal.”

Rapport
Het rapport ‘Van volume naar waarde’ is hier te vinden.

Tekst: Joost Agterhoek

Foto: Via de Warmterotonde kan restwarmte van de industrie in de Rotterdamse haven worden benut voor verwarming van huizen en gebouwen in de omliggende steden (foto warmopweg.nl)

Redactie Ensoc, 8-dec-16

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    09.12.2016 - 09:45 uur | P. Lomito

    Dit kabinet heeft weinig meer te willen, op 15 maart 2017 gaan we naar de stembus en de kans dat de huidige coalitie voortgezet kan worden is vrijwel nihil. De kans is zelfs groot dat er een heel andere politieke wind gaat waaien waarbij er een dikke streep gaat door de voorgenomen kapitaaloverheveling van burgers naar het eco-industrieel complex. Zonder financiële ondersteuning via SDE+ en EIA valt het fundament weg onder deze bruingroene (eco-fascistische) industrie.