Energiecoöperaties en gemeenten – De Haarlemse aanpak

27.11.2015 | Trends | 1423 keer bekeken
Energiecoöperaties en gemeenten – De Haarlemse aanpak

De laatste jaren is er een ware opmars gestart van burgers die de handen ineen slaan om zelf duurzame energie op te wekken. Dit creëert nieuwe situaties tussen burgers en lokale overheden die moeten leren samenwerken.

Dit kwam naar voren op het congres 'HIER Opgewekt' in Den Haag. Margreet van der Woude, beleidsmedewerker bij de gemeente Haarlem en betrokken bij het gemeentelijke programma Haarlem Klimaatneutraal 2030, vertelt in een sessie over haar ervaring en lessen voor collega-gemeenten. Het is binnen de gemeente Haarlem haar taak om particuliere woningeigenaren te stimuleren energie te besparen onder andere door het activeren van bewoners en het vinden van ondernemers die hieraan bijdragen. Van der Woude:“Het probleem is dat het niet onze huizen zijn en uiteindelijk doen de woningeigenaren wat hen goeddunkt. Ik kan alleen maar proberen het proces te versnellen”

Initiatieven
Om de verduurzaming van Haarlem vorm te geven werd na het eerste idee in 2010 gestart met ‘experimenten om duurzaam samen te werken’. Via deze methode van ‘De Energieke Stad’ begon Haarlem initiatieven aan te moedigen, op te halen, actief te ondersteunen en waar mogelijk te faciliteren. Andre Brasser, zelfstandig ondernemer, was één van de Haarlemmers met een goed idee. Hij was één van de initiatiefnemers die het monumentale pand Het Seinwezen in Haarlem wilden verduurzamen. Tegelijkertijd wilde hij het pand een sociale functie geven in de buurt. Brasser: “In het begin was dit vooral ons idee en nog niet per se iets wat de buurt ook wilde. Maar we zijn dichtbij begonnen in onze eigen netwerken, op zoek naar gelijkgestemden. Vanuit daar is het initiatief uitgegroeid naar een coöperatie.”

Wat heeft een plant nodig?
De lessen van de Haarlemse methode worden in de sessie aan de hand van een metafoor overgedragen. In  drie groepen wordt gebrainstormd over ‘wat heeft een plant nodig’. Veel antwoorden volgen over water, zon, bodemstoffen, aandacht etc. Maar dan volgt de clou van de oefening, wat voor plant was het eigenlijk? Heeft de plant wel iets nodig of is dit een plant die zelf wel groeit en bloeit zonder hulp? Dit is ook de boodschap die in de sessie aan bod komt. In de ervaring van Haarlem staat de rol van de gemeente ter discussie. Er is een hele belangrijke rol voor de gemeente, maar wat deze inhoudt? Dat kan sterk verschillen per situatie.

Samenwerking tussen lokale overheid en burgerinitiatieven wordt gekenmerkt door enkele dilemma’s:

Dilemma 1: Grote doelen en kleine initiatieven
In het voorbeeld van Haarlem ligt er een doelstelling om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Dat betekent dat er ieder jaar een stukje van zo’n doelstelling behaald moet worden. Burgerinitiatieven zijn vaak kleinschalig zoals zonnepanelen op een gymzaal in de buurt. Schiet dat wel voldoende op?

Dilemma 2: Korte termijn vs. lange adem
Bij de lokale overheid wisselt het bestuur na vier jaar. Voor een wethouder is het daardoor zaak om in die vier jaar, en het liefst elk jaar, met mooie cijfers en resultaten te komen. Bij burgerinitiatieven kost het doorgroeien naar een cooperatie of een opgeleverd project veel tijd. Er wordt gewerkt met veel vrijwilligers die de activiteiten voor het initiatief moeten combineren met hun reguliere werk en gezin. Het is lastig om de initiatiefnemers van het eerste uur meerdere jaren enthousiast te houden tot de tastbare resultaten geboekt worden.

Dilemma 3: Empowerment vs. ontzorgen.
De lokale overheid neemt van oorsprong een dirigerende rol. Zij is gewend te bepalen waar een initiatief aan moet voldoen, wat er aan hulp of middelen beschikbaar is en tegen welke voorwaarden. Deze traditionele rolverdeling is niet langer houdbaar of gewenst meer. Ieder initiatief dat ontstaat is uniek en heeft andere ondersteuning nodig.  Aan de gemeente de schone taak om dit maatwerk te leveren.

Tips voor andere wijkinitiatieven
Andre Brasser komt met enkele concrete tips voor andere initiatieven. Zo kan je als initiatief gebruik maken van de korte termijnvisie van de lokale politiek. Dit kan helpen om lokale bondgenoten te vinden. Brasser: “Zoek bij de gemeente niet naar de juiste subsidie maar naar de juiste ambtenaar. Iedereen moet een Margreet in de gemeente hebben”.  Door uit te vinden welke problemen jouw initiatief voor de gemeente oplost kan je ook kijken wat dat de gemeente waard is.

Praktisch en pragmatisch
Brasser noemt ook andere tips. "Vind medestanders en moedig die ook aan ideeën te delen en uit te werken. Het is handig als je een fijne ontmoetingsplek hebt om elkaar te treffen. Ga niet zelf het wiel opnieuw uitvinden, er bestaan meer initiatieven waar je van kunt leren. Hou het vooral ook praktisch en pragmatisch en kies regelmatig voor de ‘light’ variant. Zorg dat je als initiatief zichtbaar bent online, op social media, in lokale nieuwsbladen, met buitenactiviteiten en benut bestaande bijeenkomsten. Zorg dat je de eerste activiteiten breed introduceert in de buurt met huis aan huis flyers en maak de activiteiten voor en door de buurt."

Uithoudingsvermogen
“Het wordt pas lastig in de tweede fase als het initiële enthousiasme begint te vervagen, een tegenslag volgt of vrijwilligers weer wat anders gaan doen. Dan komt het aan op uithoudingsvermogen',” aldus Brasser. "Zorg daarom voor continuïteit. Bijvoorbeeld door het wijkinitiatief als een maatschappelijke onderneming neer te zetten zodat vrijwilligheid geen vrijblijvendheid wordt. Kies met je initiatief niet voor het geld maar zorg wel voor activiteiten die geld kunnen opleveren, het is belangrijk om naast gemeentesubsidie een andere bron van inkomsten te hebben."

Tips voor andere lokale overheden
"Creëer ruimte om te experimenten met initiatieven en kijk én vraag per situatie wat voor hulp er van jouw, als lokale overheid gewenst is.  Neem de rol aan van coach en begeleider en zorg dat je in die rol initiatieven stimuleert en niet belemmerd. Begrijp als overheid dat initiatieven geen lineaire stijging van resultaten laten zien van 5% per jaar. De initiatieven zijn heel lang kiemplantjes die lange tijd nodig hebben voordat ze groot kunnen worden. Maar als ze eenmaal groot zijn geworden staan ze wel heel sterk. Geloof in die Bottom up mogelijkheden. Wees ook eerlijk over de eigen top down acties, hoe goed hebben die gewerkt? Leer van je ervaringen en gebruik feedback," aldus van der Woude.

Meer informatie
Alle tips en lessen uit Haarlem zijn online terug te vinden. Gemeente Haarlem schreef de publicatie “De energieke stad”.  De lessen voor andere initiatiefnemers worden gedeeld in “Garage garenkokerskwartier; startersgids voor wijkinitiatieven”.
Contact met Andre Brasser kan via andre@seinwezen.nl, contact met Margreet van de Woude kan via mvdwoude@haarlem.nl .

Tekst: Lian van Mourik
Beeld:
Uit “Garage Garenkokerskwartier; startersgids voor wijkinitiatieven”. 

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    29.11.2015 - 12:06 uur | P. Lomito

    De mogelijkheden voor een huurder om de woning energiezuinig te maken zijn fors beperkter dan voor een woningeigenaar. In het gunstigste geval zal de woningeigenaar de kosten van de verbouwing op zich nemen en verrekenen in de huurprijs maar de kans is groter dat de huurder zelf voor de kosten moet opdraaien en bij vertrek alles in oorspronkelijke staat moet terugbrengen...

    Toch zijn er wel mogelijkheden om het energieverbruik te verlagen zonder hoge kosten te maken en zonder ingrijpende verbouwingen:
    - verbeteren luchtdichting van kozijnen en dak met acrylaatkit en van ramen/deuren met nieuwe tochtstrippen
    - radiatorfolie achter radiatoren plaatsen
    - cv-ketel instellen op maximaal 50-60° en maximaal 50% vermogen
    - waterbesparende douchekop 5 liter/minuut
    - plaatsen programmeerbare kamerthermostaat (evt. draadloos)
    - hotfill-aansluiting voor wasmachine/vaatwasser

    Maar het zou ook helpen als het huurbedrag gekort mag worden als de woning een energielabel C-G heeft, met de grootste huurverlaging bij label G.