‘Energiebesparing verdient zichzelf terug’

07.06.2017 | Branchenieuws | 253 keer bekeken
‘Energiebesparing verdient zichzelf terug’

Energiebesparing vereist hoge investeringen, maar deze verdienen zichzelf terug. Dat is een reden om een hogere doelstelling voor energiebesparing op te nemen in het Europese energiebeleid.

Dat betoogt Adam Gierek, een Poolse politicus die namens het Europees Parlement rapporteert over de Europese richtlijn voor energiebesparing. Gierek wil een doelstelling voor energie-efficiency van 40 procent niet uitsluiten, zo vertelt hij in een interview aan Euractiv. Een meerderheid van de Europese ministers wil een ambitieuzere doelstelling dan de huidige 20 procent. Dit komt tegemoet aan het klimaatakkoord van Parijs, omdat efficiënter energiegebruik resulteert in minder CO2-uitstoot, zegt Gierek. Het Europees Parlement stemde eerder al voor de doelstelling om 40 procent energie te besparen. De Europese Comissie stelt echter 30 procent voor.

Ambitieuzere doelstelling
Gierek: ‘Ik denk dat het realistisch en noodzakelijk om een ambitieuzere doelstelling voor energiebesparing vast te leggen, omdat dit bijdraagt aan de verbetering van het gehele energiesysteem. Dit helpt ons bij het fors verminderen van de CO2-uitstoot.’ In een concept versie van de herziene EED-richtlijn komt Gierek met een voorstel voor een doelstelling van 35 procent. ‘Wat het uiteindelijk moet worden dient onderwerp van gesprek te worden,’ zegt Gierek. Hij is bereid om een ambitieuzere doelstelling te steunen onder voorwaarde dat ‘alle drie de fasen van energiestromen’ worden meegenomen in het Europese beleid.

Energiestromen
Wat bedoelt Gierek met de drie fasen van energiestromen? ‘Het eerste niveau is dat van de primaire energieopwekking, zoals de productie van elektriciteit door kolencentrales, waarbij 60 procent van de energie gaat verloren. In kerncentrales is het rendement nog lager. Er is dus een groot potentieel om primaire energie beter te gebruiken. Ook zijn er grote verliezen bij de energietransmissie. Bij transport over hoogspanningslijnen gaat gemiddeld 50 procent van de energie verloren. En op het niveau van het gebruik kan het ook beter. Zo kunnen woningen en gebouwen veel energie besparen, maar daarvoor moeten ze wel eerst worden gerenoveerd.’

Verschil in potentieel
Gierek ziet verschillen tussen sectoren als het gaat om het potentieel voor energiebesparing. ‘Het potentieel in gebouwen is het makkelijkste om te realiseren. Besparende maatregelen zoals isolatie kunnen snel worden uitgevoerd. Wel verschilt het potentieel tussen Europese landen vanwege het klimaat. In centraal Europa ligt het jaarlijkse energiegebruik in een geïsoleerd huis op circa 200 kWh per vierkante meter, terwijl dat in een geïsoleerd gebouw rond de 40 kWh ligt, en in passiefhuizen zelfs 20 kWh of minder. Natuurlijk is het in Spanje, Italië en Malta heel anders, maar in het algemeen kunnen we met energiebesparing veel winnen in korte tijd. Daarnaast kan het verbeteren van de energie-efficiency in gebouwen nieuwe banen scheppen en de eigen industrie een boost geven.

Energieverspilling
Gierek: ‘Het voorkomen van energieverspilling in gebouwen staat centraal in de pogingen van Europa om haar economie te vergroenen. Ook helpt energiebesparing om Europa minder afhankelijk te maken van de import van fossiele brandstoffen. Er ligt echter nog veel ongebruikt potentieel bij het moderniseren van installaties voor verwarming, koeling en ventilatie. Dit komt vooral doordat technische gebouwbeheersystemen niet of nauwelijks worden toegepast, zo blijkt uit onderzoek.’

Meer investeringen
Er is echter ook een nadeel. Een doelstelling voor energiebesparing van 40 procent in plaats van 30 procent vergt fors meer investeringen, zo blijkt uit een impact assessment van de Europese Commissie. Maar volgens Gierek baseert dit assessment zich op een economisch model en houdt de Europese Commissie geen rekening met de drie energiestromen. ‘De assessment schat alleen de marktvraag, de andere twee energiestromen ontbreken. We hebben een nieuwe analyse nodig. Het is duidelijk dat grote investeringen nodig zijn, maar die verdienen zichzelf terug.’

Uniforme rapportage
Gierek stelt voor om de doelstelling voor energiebesparing uit te drukken in het primaire energiegebruik. Dit is een van de meest controversiële onderwerpen tussen de Europese lidstaten. ‘De Europese Commissie praat over een doelstelling dat wordt uitgedrukt op twee manieren, in primaire en finaal energiegebruik. Met zo’n benadering wordt het lastig om de voorderingen van verschillende lidstaten te vergelijken. Een uniforme rapportage is belangrijk.’

Appel en appeltaart
Om het probleem te verduidelijken vergelijkt Gierek het met een appel en appeltaart. ‘De appel is de primaire energie, maar de taart is geen fruit meer, het is een bewerkte appel. We moeten de efficiency van energiemixen vergelijken op basis van een eenduidige indicator, namelijk de primaire energiefactor.’

Transportsector
Gierek vindt ook dat de transportsector moet worden betrokken bij het berekenen van energiebesparingen volgens artikel 7 uit de EED. ‘Dit zou niet moeten worden weggelaten vanwege zogenoemde flexibiliteit, zoals Duitsland voorstaat. We moeten ons met energiebesparing zowel richten op de elektriciteitssector en de gebouwde omgeving als de transportsector. Dit is ook een reden waarom het beter is om alle rapportages over energiebesparing uit te drukken in primaire energie, zodat er geen verwarring ontstaat.’

Foto: Adam Gierek (foto Adéla Denková/Euractiv.cz)

Redactie Ensoc, 7-jun-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    07.06.2017 - 22:09 uur | P. Lomito

    Het wordt ook eens tijd zeg dat verbetering van energie-efficiency wordt aangepakt. Hier had men sowieso mee moeten beginnen, niet met hernieuwbare opwekking.