‘Energiebesparing industrie gaat in kleine stapjes’

24.12.2014 | Branchenieuws | 1090 keer bekeken
‘Energiebesparing industrie gaat in kleine stapjes’

De industriële sector in Nederland kan meer energie besparen, maar het schiet nog niet erg op. ‘Energiebesparing gaat in kleine stapjes, of het nou vanzelf gaat of onder dwang’, meldt directeur Frans Rooijers van onderzoeksbureau CE Delft in Ensoc Magazine.

De energie-intensieve industrie doet wel iets aan energiebesparing, maar het schiet nog niet erg op. Dat is het beeld dat directeur Frans Rooijers van CE Delft schetste aan het begin van zijn lezing op de vakbeurs Energie 2014 in Den Bosch. De energie-efficiency verbetert met 1 procent per jaar, maar de doelstellingen voor energiebesparing liggen veel hoger. De Europese Unie wil de energie-efficiency in 2030 zelfs met 40 procent verbeteren. Hoe kan de industrie meer energie besparen? Het begint met interesse in energiebesparing, zegt Rooijers. In opdracht van DCMR Milieudienst Rijnmond heeft CE Delft een lijst opgesteld met rendabele maatregelen voor energiebesparing in de industrie. Dat zijn maatregelen met een terugverdientijd van twee jaar of minder tot drie a vier jaar.

Laaghangend fruit
‘We noemen dit het laaghangend fruit, waarvoor geen grote investeringen zijn vereist,’ aldus Rooijers. Als eerste rendabele maatregel voor energiebesparing noemt Rooijers het isoleren van appendages, verbindingen tussen leidingen die bijvoorbeeld stoom transporteren. Hierop valt 85 tot 95 procent te besparen. Ook luchtkoelers, die normaal met een constant toerental draaien, kunnen energie besparen met door een variabel toerental toe te laten. Datzelfde geldt ook voor pompen, die met een frequentieregeling 20 tot 40 procent kunnen besparen. Verder valt er veel te besparen op verlichting. Zo kunnen bedrijfshallen circa 40 procent besparen met hoogfrequent licht. Rooijers verwacht dat energiebesparende technieken rendabeler worden naarmate de CO2-prijs hoger ligt.

Hobbels
In de industrie bestaan diverse hobbels om energiebesparende maatregelen toe te passen, zegt Rooijers. Vaak ligt de prioriteit van een fabriek bij het productieproces, en niet bij energiebesparing. Ook kan een tekort aan technisch personeel ervoor zorgen dat een bedrijf niet toekomt aan energiebesparing. En als dit wel het geval is, valt de keuze vaak op een vertrouwde techniek, omdat bedrijven de risico’s laag willen houden. Een vierde hindernis voor energiebesparing is dat besluiten over investeringen in het buitenland worden genomen. Daar hanteren ze de vuistregel dat de investering zich binnen twee tot drie jaar terugverdient. Dat is voor sommige rendabele maatregelen net te kort, waardoor het bedrijf afziet van een investering in energiebesparing.

Uitzonderingen
In praktijk zijn niet alle maatregelen uitvoerbaar. Toch legt de overheid bedrijven op om energie te besparen. De Europese Unie nam medio oktober een besluit over de doelstellingen voor energiebesparing. Ook Nederland heeft afspraken voor energiebesparing vastgelegd in het nationale energieakkoord. Hoe moet dit worden omgezet in daden? ‘We hebben tien maatregelen opgesteld, maar er zijn uitzonderingen mogelijk’, zegt Rooijers. Hij adviseert bedrijven om met de overheid te bespreken waarom bepaalde energiebesparende maatregelen niet mogelijk zijn. ‘Soms is het nodig om een bochtje af te snijden,’ aldus Rooijers, doelend op een flexibele opstelling van zowel overheid als bedrijfsleven. ‘Energiebesparing gaat in kleine stapjes, of het nou vanzelf gaat of onder dwang’.

Foto: Olieëproducent IOI Loders Croklaan in Wormerveer bespaart energie door afsluiters van stoomleidingen goed te isoleren

Redactie Ensoc, 24-dec-14

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (0)

Reageren