Eneco: goede aanleg warmtenet beperkt kosten onderhoud

18.05.2015 | Branchenieuws | 1545 keer bekeken
Eneco: goede aanleg warmtenet beperkt kosten onderhoud

Het rendabel exploiteren van een warmtenet begint al bij de planning. Een goede aanleg van warmteleidingen beperkt kosten voor onderhoud, meldt energieleverancier Eneco.

Tekst: Norbert Cuiper

De opleiding 'Warmte in 2 dagen' is anderhalve dag aan de gang als ik in het hippe lunchcafé Verhip in Rotterdam aankom. Boven het café spreekt projectleider Gerrit Trouwborst van Eneco over de exploitatie van warmtenetten. Volgens hem worden klanten nog niet beloond voor energiezuinig gedrag. Dat komt volgens Trouwborst door de tarievenstructuur, dat moet worden aangepast om energiebesparend gedrag bij warmte te stimuleren. Ook zegt hij dat een warmtenet voor 80 procent van de tijd slechts de helft van het vermogen nodig heeft. Dat komt omdat een warmtenet wordt ontworpen op extreme winterse omstandigheden, zoals tien graden onder nul en windkracht 12.

Kosten
De kosten van een warmtenet richten zich op de investering, zoals de planning en de aanleg, en het onderhoud. Zaak is om de aanleg zo goed mogelijk te laten verlopen, om de onderhoudskosten te beperken, vertelt Trouwborst. Zo kan een verkeerd aangebrachte mof leiden tot een kostenpost van circa tien- tot twintigduizend euro, terwijl de aanleg van een mof maar honderd tot tweehonderd euro kost. Na de aanleg van een warmtenet dient te worden gecontroleerd op gebreken zoals lekken. Ook dienen afsluiters te worden gecheckt en moet het suppletiewater worden gemeten. Lekken kunnen worden opgespoord met injecteren van gas. Als het gas ergens uitstroomt duidt dat op een lek. Als alternatief noemt Trouwborst lekdetectie, waarbij lekken automatisch worden opgemerkt.

Verschillen
Warmtenetten zijn niet allemaal hetzelfde uitgevoerd, zegt Trouwborst. Gemeenten zoals Utrecht en Purmerend beschikken over warmtenetten die geen hulpenergie nodig hebben. Dat betekent dat ze bij een stroomstoring in de meeste gevallen gewoon warmte kunnen leveren. Eens in de vijf jaar treedt een lek op in de radiator, waarbij stoom en warm water de woning inspuiten. De kans hierop is echter met 1 op de 400.000 zeer gering, zo stelt Trouwborst zijn toehoorders gerust. Warmtenetten in Nederland beschikken niet over een veiligheidsklep, in tegenstelling tot andere landen zoals Zweden. Dat land heeft de laatste jaren veel geïnvesteerd in innovatieve warmtenetten.

Storingen
Storingen bij warmtenetten komen weinig voor, maar als wel storingen optreden kan het veel klanten treffen. Om gevolgen te beperken kiest Eneco ervoor om warmtenetten aan te leggen in een ringleiding, waarvandaan kleinere leidingen zich vertakken naar de wijken in de vorm van een ster. Het vervangen van leidingen in warmtenetten vindt meestal plaats vanaf 1 april, na het stookseizoen. Wanneer de klanten tijdens het vervangen van hoofnetten toch warmte nodig hebben voor de ruimteverwarming, dan worden er elektrische kachels ter beschikking gesteld door Eneco. Collectieve mobiele ketels kunnen ook, maar dan duurt aansluiten langer dan een dag, zegt Trouwborst.

Backup
De meeste warmtenetten hebben backup installaties om de warmtelevering te garanderen. In Amsterdam-zuid (Nuon) en Amstelveen (Eneco) was dit in het verleden niet geregeld. Dit waren de zogenaamde bivalente netten. De klant had dan zelf een back-up installatie (CV-ketel) in het pand. Hebben warmtenetten er last van dat gascentrales worden uitgeschakeld? Trouwborst: 'Dat kan gebeuren, maar het risico ligt bij de producent. Volgens het contract moet de leverancier alternatieven achter de hand houden, zoals een collectieve cv-ketel. Die loopt op aardgas en is minder duurzaam dan een warmtekrachtcentrale.' Volgens Trouwborst vormt dit een reëel probleem: een leverancier die overschakelt op een andere warmtebron maakt meer kosten, maar mag de prijs niet verhogen. Ook kan de overschakeling de afspraken met toeleveranciers over duurzaamheid schenden.

Trend
Contracten tussen leveranciers en afnemers zijn korter geworden, meldt Trouwborst. 'Eerst ging het om contracten voor tien tot zelfs twintig jaar, maar nu gaan we steeds meer naar contracten van vijf jaar.' Volgens Trouwborst is warmte onder consumenten minder populair dan zonnepanelen vanwege de zichtbaarheid. 'De gemiddelde klant van stadswarmte vermindert de CO2-uitstoot net zoveel als iemand die zijn dak vol legt met zonnepanelen. Stadswarmte is echter nauwelijks zichtbaar, terwijl zonnepanelen veel beter zijn te zien. Daardoor trekt zonne-energie meer consumenten dan stadswarmte.' Dat het transport van warmte veel energie kost bestrijdt Trouwborst: 'De pompenergie scheelt 1 tot 2 procent van de totale energie bij een warmtenet.'

Dit artikel is een verslag uit Ensoc Magazine over de opleiding 'Warmte in 2 dagen' op 26 en 27 maart 2014. De opleiding wordt opnieuw gehouden op 4 en 5 juni 2015 in Rotterdam. Meer informatie over de opleiding staat op www.fedec.nl

Wil jij ook naar congressen, evenementen en seminars en hier verslag van uit brengen voor Ensoc? Zie hier voor meer informatie. 

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (2)

Reageren
  • P. Lomito
    26.05.2015 - 18:56 uur | P. Lomito

    En aanvullend: we weten nu ook dat de restwarmte niet echt restwarmte (afvalwarmte) is maar primaire warmte die afgetapt wordt om voldoende hoge aanvoertemperatuur naar de woningen te bereiken. Er worden dus gewoon meer kolen verstookt om de benodigde restwarmte-zonder-stroomproductie te produceren...

  • 19.05.2015 - 19:17 uur | jos Schalks

    Prima artikel, helaas is een van de belangrijkste nadelen van stadsverwarming nog onbelicht gelaten.
    De bron van de afval warmte is 24 uur per dag 360 dagen per jaar aanwezig , vaak met een vrij constante waarde.
    De behoefte als gesteld is variabel waardoor slechts 50 % van de capaciteit benut wordt in 80% van de tijd, hier mis ik
    de zomertijd waarbij gedurende 6 a 8 maanden de energie afname slechts een paar procent is.
    Er moet dus een backup zijn voor warmte opwekking als de bron uitgevallen is , maar ook een backup verbruiker (koeltoren of rivier)
    die de overtollige niet bij de verbruikers te benutten warmte af kan voeren.