‘Doel van 100 PJ extra energiebesparing volstrekt onhaalbaar’

22.10.2015 | Branchenieuws | 1106 keer bekeken
‘Doel van 100 PJ extra energiebesparing volstrekt onhaalbaar’

Volgens het energieakkoord moet de industrie 100 petajoule extra besparen in 2020. Deze doelstelling is volstrekt onhaalbaar, zegt directeur Kees den Blanken van Cogen. 'Dit komt deels doordat wkk-installaties onrendabel zijn geworden.'

Den Blanken deed zijn uitspraak tijdens een debat op een bijeenkomst van ondernemersorganisatie FME op de vakbeurs Energie 2015 in Den Bosch. ‘De 100 PJ aan extra energiebesparing is volstrekt onhaalbaar. Dat komt deels door het verlies van de energiezuinige techniek warmtekrachtkoppeling (wkk).' Wkk-installaties wekken zowel warmte als elektriciteit op uit aardgas. Door de relatief hoge gasprijs en relatief lage elektriciteitprijs is wkk echter de laatste jaren onrendabel geworden. Volgens Den Blanken zorgt dit ervoor dat de industrie juist 60 tot 100 PJ extra energie verbruikt in plaats van minder. Hij adviseert de industrie om integraler te kijken naar processen om te besparen op het energieverbruik. Zo moet de sector restwarmte voorkomen door de eigen processen efficiënter te maken.

Doel buiten bereik
Dat het doel van 100 PJ extra energiebesparing buiten bereik ligt blijkt ook uit de recente Nationale Energieverkenning.  ‘Een grotere inzet van alle partijen blijkt nodig’, schrijft minister Kamp in een brief aan de Tweede Kamer. Hij gaat met de industrie in gesprek om te komen tot concrete afspraken over maatregelen om het doel van 100 PJ extra energiebesparing binnen bereik te brengen. ‘We moeten onderzoeken hoe we bestaande maatregelen voor energiebesparing effectiever maken en welke maatregelen binnen de kaders van het energieakkoord nog genomen kunnen worden. Als daarmee het doel van 100 PJ extra energiebesparing niet wordt gehaald, moeten we nagaan of aanvullende maatregelen bovenop de huidige afspraken mogelijk zijn.’ Kamp denkt dan aan extra financiële stimulering voor energiebesparing in de energie-intensieve industrie.

Vrijwillige afspraken
De industrie slaagt er wel in om te voldoen aan vrijwillige afspraken over energiebesparing, zo meldt Kamp in een brief aan de Tweede Kamer. Het gaat om de convenanten voor de Meerjarenafspraken (MJA3) en het MEE-convenant, de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie voor ondernemingen die meedoen aan het Europese CO2-emissiehandelsysteem (ETS). Sinds de ondertekening van het MJA3-convenant (2008) en het MEE-convenant (2009) hebben deelnemende bedrijven energie-efficiëntieverbeteringen gerealiseerd die overeenkomen met een energiebesparing van 89,2 PJ. Hiervan is 18,4 PJ in 2014 gerealiseerd: 1,5 procent voor de MEE-bedrijven en 3,9 procent voor de MJA-3 bedrijven. De convenanten werpen hun vruchten af, concludeert ook zakelijke belangenbehartiger VEMW.

Concurrentiekracht
Kamp: ‘Het positieve nieuws is dat het jaarlijkse besparingstempo de komende jaren tussen 1,3 en 1,5 procent zal liggen. Hiermee halen we een van de doelstellingen uit het energieakkoord.’ Volgens Kamp draagt energiebesparing ook tot lagere productiekosten voor bedrijven, wat gunstig is voor hun concurrentiekracht. Het merendeel van de 110 deelnemers aan het MEE-convenant betreft grote, industriële bedrijven en instellingen die verplicht deelnemen aan het Europese systeem voor CO2-emissiehandel (ETS). Aan het MJA3-convenant neemt een diverse groep van 972 bedrijven en instellingen deel. De MEE- en MJA3- convenanten vertegenwoordigen gezamenlijk ruim 80 procent van het industriële energiegebruik en een kwart van het totale energiegebruik in Nederland.

Ambitie voor 2020
De deelnemers aan het MJA3-convenant hebben de ambitie om in de periode van 2005 tot 2020 een efficiëntieverbetering van 30 procent te realiseren. Dat betekent een gemiddelde van 2 procent per jaar, waarvan tweederde in procesgebonden maatregelen. Resultaat tot op heden is een energie-efficiëntieverbetering van 21,2 procent. Dat is gemiddeld 2,4 procent per jaar; in het proces alleen ligt dit lager met gemiddeld 2,0 procent per jaar. Sinds de start van het MEE-convenant in 2009 bedraagt de energie-efficiëntieverbetering van de deelnemers 7,8 procent; een gemiddelde van 1,6 procent per jaar. Voor het MEE-convenant is geen concrete doelstelling afgesproken omdat de emissiereductie leidend is.

Extra middelen nodig
De energiebesparing die gerealiseerd moet worden als gevolg van de recente aanscherping van de MJA3- en MEE-convenanten in het kader van het energieakkoord ligt volgens de Nationale Energieverkenning met 55 PJ achter op de doelstelling van 100 PJ. Het realiseren van de doelstelling zal extra middelen vereisen. De MJA3-deelnemers spannen zich conform convenantafspraken ook in voor de productie en inkoop van hernieuwbare energie. De gehele inzet in 2014 betrof voor de MJA3-deelnemers samen 45 PJ. omgerekend 18 procent van het totale energieverbruik van de MJA3-deelnemers in 2014. Hiervan werd 9 procent zelf opgewekt.

Foto: Tata Steel in IJmuiden heeft in 2013 de staalproductie 2,4% efficiënter gemaakt (foto Wikipedia)

Redactie Ensoc, 22-okt-15

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (4)

Reageren
  • Wouter van der Steen
    28.10.2015 - 07:38 uur | Wouter van der Steen

    Zijn de aangeleverde resultaten van de bedrijven die deelnemen aan het MJA3 betrouwbaar?
    Er wordt door RvO veelal uitgegaan van aangeleverde resultaten van de bedrijven. RvO voert geen diepgaande (fysieke) controle uit.
    Bedrijven worden (bijna) niet gecontroleerd door het bevoegde gezag (gemeente/provincie) op de energiebesparingsverplichting volgend uit de milieuwetgeving. Hierdoor hebben bedrijven welke aan het MJA3 deelnemen vaak 'vrij spel'.

    Optie: fysiek toezicht door RvO/bevoegd gezag instellen op de MJA3 bedrijven. Onder andere de 'zekere maatregelen' worden tijdens de controle vergelijken met de nieuwe erkende maatregelenlijsten (nu nog in concept) uit de Activiteitenregeling milieubeheer.

  • Dit is een reactie van de schrijver
    26.10.2015 - 08:41 uur | Redactie Ensoc

    Bedankt voor de oplettendheid. We hebben de fout verbeterd!

  • P. Lomito
    22.10.2015 - 14:05 uur | P. Lomito

    Met deze achterstand in energiebesparing door industrie en transport is duidelijk dat de kosten van het Energieakkoord ten onrechte worden doorberekend aan consumenten. Woningen in Nederland voldoen gemiddeld NU al aan de CO2-reductie van 17% ten opzichte van het jaar 1990 zodat de doorberekening van de Energieakkoord-miljarden via de Opslag Duurzame Energie in de gas- en stroomrekening van consumenten niet te rechtvaardigen is.

    Het is te hopen dat deze misstand zo spoedig mogelijk onderzocht wordt door de parlementaire enquêtecommissie Energieakkoord en de kosten alsnog geheel bij industrie en transport gelegd worden.

  • P. Lomito
    22.10.2015 - 13:54 uur | P. Lomito

    @redactie Ensoc, er is een lelijk foutje geslopen in de tekst, het moet zijn "relatief hoge gasprijs en relatief lage elekticiteitsprijs".