​AkzoNobel: ‘We liggen op koers voor 2020’

16.03.2017 | Branchenieuws | 582 keer bekeken
​AkzoNobel: ‘We liggen op koers voor 2020’

AkzoNobel wil in 2020 de carbon footprint van haar producten met 25 tot 30 procent verminderen en 45 procent van haar energie halen uit duurzame bronnen. ‘We liggen op koers om deze doelen te halen,’ zegt manager externe energiezaken Remko Ybema.

AkzoNobel is een van de koplopers als het gaat om verduurzaming binnen de energie-intensieve industrie. Het bedrijf stond de afgelopen tien jaar vier of vijf keer bovenaan in de Sustainability Index van Dow Jones. ‘DSM heeft AkzoNobel tijdelijk verdrongen van de eerste plek, maar we zijn erop gebrand om deze positie terug te veroveren,’ zegt Remko Ybema, die sinds september vorig jaar werkzaam is bij AkzoNobel als manager externe energiezaken. In deze functie volgt hij externe ontwikkelingen, adviseert hij het management van AkzoNobel en stemt hij af met overheden, brancheorganisaties en andere bedrijven die bezig zijn met verduurzaming.

Hoog in vaandel
Duurzaamheid is niet op te hangen aan één indicator, zegt Ybema. ‘Het gaat over efficiënt gebruik van hulpbronnen, een lagere carbon footprint en het leveren van kwalitatief hoogstaande producten die het milieu niet belasten.’ AkzoNobel heeft wereldwijd als doel gesteld om in 2020, ten opzichte van 2012, de carbon footprint van haar producten met 25 tot 30 procent te verlagen. Daarbij kijkt het concern naar de hele keten, vanaf de winning van grondstoffen en productie van chemicaliën tot en met gebruik van afval. Ybema: ‘Onze carbon footprint verlagen is het overkoepelende doel. Doelen voor duurzame energie en energiebesparing zijn daaraan ondergeschikt.’

Verduurzaming
Volgens Ybema ligt AkzoNobel op koers met de verduurzaming. ‘In 2015 lagen we op schema. Ik verwacht dat dit ook geldt voor 2016.’ Ook nam het aandeel hernieuwbare energie verder toe. ‘In 2015 lag dit op 38 procent en in 2016 was het al 40 procent. Dat is al dichtbij het doel van 45 procent voor 2020. Ik heb er vertrouwen in dat we het gaan halen.’ Volgens Ybema is verlagen van het energiegebruik voor AkzoNobel geen doel op zich, maar wel het efficiënter maken van de benutting van hulpbronnen. ‘We willen ook in productie kunnen groeien. Wel streven we ernaar om de efficiency te verhogen en de CO2-emissies te verlagen.’

MEE-convenant
In Nederland zijn Delfzijl, Hengelo en Rotterdam de meest energie-intensieve locaties van AkzoNobel. Ybema: ‘Delfzijl springt er qua energiegebruik bovenuit door de chloorproductie en de zoutwinning, maar Rotterdam gebruikt meer elektriciteit. Uit de energiebesparingsplannen die we hebben opgezet in het kader van het MEE-convenant blijkt dat het meest valt te besparen in Rotterdam. Dat kan met overstap naar de nieuwste technologie voor elektrolysers, apparaten die veel stroom gebruiken voor de productie van chloor en natronloog. Hiervoor moeten de elektrolysecellen vervangen inclusief de randapparatuur. Dat vergt een grote investering, maar dit verdienen we terug via de besparing.’

Diversificatie
AkzoNobel wil haar energieinkoop ook diversificeren, om niet alleen afhankelijk te zijn van aardgas. Dat is ook een reden om over te stappen op duurzame energie. Diversificatie is iets dat al lang geleden is ingezet. Ybema: ‘In de jaren tachtig schakelden bedrijven over op warmtekrachtinstallaties. Tegenwoordig neemt AkzoNobel veel stoom af uit de afvalverbrandingsinstallaties, en sinds kort ook uit de biomassacentrale van Eneco in Delfzijl. Dat is ook een manier om onze CO2-footprint te verlagen.’ Volgens Ybema speelt bij het biostoomproject in Delfzijl de subsidieregeling voor duurzame energie een cruciale rol. ‘Zonder de SDE+ was dit project niet kosteneffectief geweest.’

Risico’s
Het idee dat AkzoNobel alleen duurzame projecten uitvoert die volledig ‘uit’ kunnen bestrijdt Ybema. ‘We doen het niet alleen om er financieel beter van te worden. We nemen als bedrijf bij innovatieve projecten ook risico’s om te verduurzamen. En als twee projecten even rendabel zijn, kiezen we de duurzaamste oplossing.’ Als voorbeeld wijst Ybema naar Hengelo, waar AkzoNobel restwarmte van 40 graden levert ‘om niet’ om woningen en kantoren mee te verwarmen. ‘Het is onze verantwoordelijkheid om deze warmte niet verloren te laten gaan. Als er onderhoud is aan onze installatie leveren we even geen warmte. Dan zal een andere partij de warmte tijdelijk moeten leveren.’

CO2-prijs hoger
Volgens Ybema zou het voor verdere verduurzaming bij AkzoNobel goed zijn om de CO2-prijs te verhogen. ‘Dan wordt het financieel ook aantrekkelijker om te verduurzamen. Hiermee lok je verdere stappen uit, zoals elektrificatie van de industrie, zodat we kunnen overschakelen op warmtepompen. Het is wel belangrijk dat hierbij geen kinderziektes opdoemen als we dit gaan toepassen. De overheid kan dit echter borgen met projecten dankzij het TKI Energie & Industrie van de Topsector Energie.’ Ybema waarschuwt wel dat Nederland niet het enige land moet zijn die de CO2-prijs zou verhogen. ‘Het moet internationaal gezien een eerlijk speelveld worden.’

Verplichting
Ybema hoopt dat de koplopers in de zware industrie geen last krijgen van een verplichting voor energiebesparing, zoals die nu in voorbereiding is. ‘We hebben al met de overheid één-op-één-afspraken over aanvullende maatregelen op het gebied van energiebesparing. Dat gebeurt al in Delfzijl en verwachten binnenkort verdere afspraken te maken. Wij voldoen al aan die afspraken.’ Ybema begrijpt dat een verplichting waarschijnlijk komt, omdat de grote bedrijven bij elkaar te weinig energiebesparing opleveren, maar het zou op AkzoNobel een beperkte impact hebben, zegt Ybema. ‘Veel van de maatregelen die verplicht worden, nemen we al.’

Doorgaan met SDE+
Voor verdere verduurzaming van de zware industrie acht Ybema het nodig dat de overheid de subsidieregeling SDE+ ook na 2020 in stand houdt. ‘AkzoNobel zet behoorlijk in op duurzame energie. De SDE+ faciliteert dit door bedrijven investeringszekerheid te bieden in hernieuwbare energieprojecten. Een snelle ontwikkeling van wind op zee is ook nodig, want veel schone stroom faciliteert de transitie in andere sectoren, zoals de industrie.’

Wilt u in gesprek?
Remo Ybema is een van de sprekers op het congres ‘Warmte zonder gas’ op 18 april bij de Hermitage in Amsterdam. Meer informatie over het congres staat hier.

Interview
Dit is een beknopte weergave van een interview in Ensoc Magazine. Wilt u meer lezen? Neem dan een gratis proefabonnement via
https://www.ensoc.nl/proefabonnement

Foto: Remko Ybema, manager externe energiezaken bij AkzoNobel: ‘We nemen verduurzaming heel serieus’.

Tekst: Norbert Cuiper

Redactie Ensoc, 16-mrt-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    17.03.2017 - 09:58 uur | P. Lomito

    Volgens Ybema speelt bij het biostoomproject in Delfzijl de subsidieregeling voor duurzame energie een cruciale rol. ‘Zonder de SDE+ was dit project niet kosteneffectief geweest.’

    Daarmee is eigenlijk alles gezegd, ons hele energiebeleid in een notendop: het is inefficiënt zodat we het eigenlijk niet zouden moeten doen maar met een zak gratis geld erbij wordt het weer interessant voor bedrijven die er hun verdienmodel op afstemmen... ten koste van burgers die de onnodige kosten moeten ophoesten via hun energierekening met de groenverdwaasde, ecofascistische overheid als machtsmiddel.