​Warmtewet en koudelevering

Expertartikelen | 348 keer bekeken
​Warmtewet en koudelevering

Hoewel de Warmtewet koude niet reguleert, kan de wet wel gevolgen hebben op de koudelevering uit een warmte-koude-opslag via een bronnet. Een voorstel om de Warmtewet te herzien kan hiervoor ruimte bieden.

Tekst: Iman Brinkman

Een hoofddoel van de Warmtewet is de kleinverbruikers te beschermen tegen onredelijke tarieven en voorwaarden voor warmtelevering. De gedachte is dat verbruikers met een aansluiting van maximaal 100 kilowatt op een warmtenet niet zijn opgewassen tegen een groot warmteleveringsbedrijf. Deze groep kleinverbruikers omvat huishoudens en kleinzakelijke afnemers. Warmte is een eerste levensbehoefte. Voor de voorziening in die levensbehoefte is de kleinverbruiker afhankelijk van de leverancier die doorgaans immers beschikt over het warmtenet waarop de kleinverbruiker is aangesloten. De leverancier heeft dus een machtspositie. Volgens de wetgever hebben grootverbruikers minder te duchten van de machtspositie van de warmteleverancier. De Warmtewet strekt zich daarom niet uit tot grootverbruik.

Om een goed evenwicht tussen kleinverbruiker en leverancier te bereiken, schrijft de Warmtewet onder meer voor dat de tarieven voor warmtelevering aan kleinverbruikers niet hoger mogen zijn dan een maximumtarief. Ook reguleert de Warmtewet de eenmalige aansluitbijdrage, evenals de vergoedingen voor de terbeschikkingstelling van een warmtewisselaar respectievelijk de meting van warmteverbruik.

Wat is warmte?
De Warmtewet reguleert dus de levering van warmte aan kleinverbruikers. Maar wat verstaat de wetgever dan onder warmte? Oorspronkelijk is de Warmtewet geënt op stadverwarming. Warmtebedrijven leveren stadsverwarming via netten aan grotere groepen verbruikers. Stadswarmte is doorgaans hoogthermische warmte. Dat wil zeggen dat de warmte, die de verbruiker aan het net onttrekt, zonder verdere ‘bewerking’ geschikt is voor ruimteverwarming en de verwarming van tapwater. Aanvankelijk was de aanvoertemperatuur in stadverwarmingsnetten circa 90o Celsius of zelfs hoger, maar tegenwoordig is de aanvoertemperatuur vaak een stuk lager.

De warmtevoorziening diversificeert echter naarmate de energietransitie voortschrijdt. Warmtelevering kan een aantrekkelijk – en duurzaam – alternatief vormen voor een conventionele energievoorziening, zoals door middel van aardgas. Een populaire warmtevoorzieningstechniek is warmtekoudeopslag (WKO). In een WKO wordt omgevingswarmte opgeslagen. Die opslag heeft een relatief lage temperatuur van bijvoorbeeld 12 of 14o Celsius. De verbruiker onttrekt omgevingswarmte aan de opslag en transformeert die via een warmtepomp naar een hogere temperatuur, zodat die geschikt is voor ruimteverwarming of de verwarming van tapwater, of gebruikt de afgenomen omgevingswarmte voor koeling op een warme dag.

Valt warmtelevering via een WKO nu ook onder de Warmtewet? De definitie van ‘warmte’ in de Warmtewet laat op zijn minst ruimte voor discussie over het antwoord op die vraag. Volgens de hoogste rechter, het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), valt warmte uit een WKO ook onder de Warmtewet. Die heeft dit oordeel geveld in een zaak tussen bewoners van een wijk in Naaldwijk en hun warmteleverancier Vestia. Vestia voedt met een WKO een ‘bronnet’ waarop de huizen van de betrokken bewoners zijn aangesloten. De bewoners stelden dat de warmte die zij via dit bronnet afnemen ook onder de Warmtewet valt en dat zij als kleinverbruikers daarom bescherming kunnen ontlenen aan die wet. Het CBb oordeelde dat ook warmte van een lage temperatuur, zoals afkomstig uit Vestia’s bronnet, onder de Warmtewet valt en dat het bereik van de Warmtewet niet gelimiteerd is tot een minimumtemperatuur.

Is koude ook gereguleerd?
Bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) lag vervolgens de vraag voor of de prijs die Vestia de bewoners rekent voor warmtelevering niet uitkomt boven de maximumprijs. De Warmtewet onderscheidt een gebruiksafhankelijk en een gebruiksonafhankelijk maximumtarief. Vestia’s gebruiksonafhankelijke tarief bleek hoger dan het maximum. Vestia rekent echter geen gebruiksafhankelijk tarief. Daarbij stelde Vestia dat zij via het bronnet bronenergie levert die de afnemers zowel voor verwarming als koeling gebruiken en dat bovendien bij de verbruikers geen meters geplaatst zijn om het verbruik te meten.

Daarop heeft de ACM vastgesteld dat ongeveer een derde deel van de afgenomen bronenergie aangewend wordt voor koeling. Koeling valt niet onder de maximumprijsregulering van de Warmtewet. Voor het deel van de bronenergie dat Vestia ten behoeve van warmtevoorziening levert, rekent Vestia volgens de ACM niet meer dan de maximumprijs. Het deel van Vestia’s gebruiksonafhankelijke tarief dat boven de gebruiksonafhankelijke component van de maximumprijs uitstijgt, bedraagt volgens de ACM minder dan het bedrag dat de bewoners aan gebruiksafhankelijke vergoeding zouden betalen bij afrekening op grond van een combinatie van een gebruiksonafhankelijk en een gebruiksafhankelijk tarief onder de maximumprijs. Wel verplicht de ACM Vestia de bewoners via een jaarlijkse nota inzicht te verschaffen in de afgenomen hoeveelheid warmte, ook al heeft de leverancier bij de aansluitingen van de bewoners geen meters geplaatst.

Nieuw kabinet
Kortom, hoewel de Warmtewet koude niet reguleert, kan zij wel invloed hebben op de koudelevering door middel van een bronnet. De Warmtewet moet evenwel ruimte bieden voor de diversificatie van warmtevoorziening. Een conceptwetsvoorstel tot herziening van de Warmtewet biedt dan ook ruimte om afwijkende tariefregulering vast te stellen voor specifieke warmtesystemen, bijvoorbeeld systemen die warmte- en koudelevering combineren. We zullen nog even moeten afwachten of het nieuwe kabinet de Warmtewet wil herzien om de diversificatie van de warmtevoorziening ruimte te bieden.

Tussen schrijven en publiceren van dit artikel is het wetsvoorstel voor wijziging van de Warmtewet naar de Tweede Kamer gestuurd.

Over de auteur: Iman Brinkman is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

Foto: Nieuwbouwwoningen in de wijk Hoogland in Naaldwijk (foto KAW Architecten)

Redactie Ensoc, 15-jun-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    15.06.2017 - 12:11 uur | P. Lomito

    Het is een misvatting dat warmtenetwerken (warm en koud) duurzaam zouden zijn. De zogenaamde restwarmte blijkt in de praktijk gewoon productiewarmte te zijn waarvoor extra fossiele brandstoffen worden ingezet. Het eindeloos rondpompen in de netwerken vergt veel pompenergie en door de grote afstanden tussen plaats van opwekking en gebruik gaat er ook veel warmte verloren. Een energiezuinige woning verwarmen met gas is niet alleen goedkoper maar zelfs duurzamer dan het verwarmen van een matig geïsoleerde woning via een warmtenetwerk.

    Eindgebruikers laten vaak horen dat de kosten van verwarmen via een netwerk hoger zijn dan met een eigen gasketel, het Nadrukkelijk Meer Dan Anders-principe dat inherent blijkt aan de machtspositie van warmteleveranciers. Het maximum airef dat nu bij wet geregeld wordt zal in de praktijk resulteren in een tarief dat minimaal gelijk is aan dat maximum. Bovendien blijken er belachelijke tarieven gevraagd te worden voor het afsluiten van het netwerk waardoor huishoudens die in financiële nood komen niet in staat zijn om deze kostenpost te reduceren (want vooral vaste kosten) of te vermijden door afsluiting. En daar doet de wet dus niets aan.

    Aan iedereen die de keuze heeft: ga met een grote boog om warmtenetwerken, je wordt compleet kaalgeplukt. Steek je geld beter in woningisolatie en voorzie in je eigen warmteproductie, bijvoorbeeld met een pelletkachel of als je echt weinig warmte nodig hebt in elektrische verwarming.