​Waarom zo weinig bedrijven voldoen aan de EED

Expertartikelen | 2913 keer bekeken
​Waarom zo weinig bedrijven voldoen aan de EED

Waarom voldoet slechts een vijfde van de Nederlandse bedrijven aan de Europese regeling voor energiebesparing (EED)? Een gebrek aan communicatie, een snelle toename van regulering en vage richtlijnen zijn de voornaamste oorzaken, schrijft Roger Toussaint, directeur van Eurbanlab.

Tekst: Roger Toussaint

Gewekt door een publicatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in juli 2015 vroegen Nederlandse bedrijven ‘massaal’ om verduidelijking en uitstel. Aanleiding voor de verwarring was de inwerkingtreding van het Europese ‘Energy Efficiency Directive’ (EED). Met de inwerkingtreding van Artikel 8 in juli 2015 werden Europese bedrijven verplicht vóór 5 december 2015 een energie-audit te laten uitvoeren. Hierbij gaat het onder meer om het in kaart brengen van het energieverbruik van gebouwen en transport.

Hoewel de EED al in 2012 werd gepubliceerd en de audits kostenbesparende maatregelen voor bedrijven opleveren, werd al snel duidelijk dat veel Europese bedrijven onvoldoende waren voorbereid. In Engeland, waar de EED vertaald is in de ‘Energy Savings Opportunity Scheme’, kondigde de Environment Agency onlangs aan dat ongeveer zeventig procent van de audit-plichtige bedrijven al in meer of mindere mate voldoet aan de regeling. Andere landen zoals Frankrijk en Nederland laten een minder positief beeld van de invoering zien.

Waar komt de verwarring vandaan?
Ondernemers zien energiekosten als de post waarop het best kan worden bespaard. Toch doen ze dit in de praktijk zelden. De EED-regeling en de audits ondersteunen ondernemers in het nemen van maatregelen die kostenbesparend zijn en daarnaast de druk op het milieu verlichten. Eurbanlab voerde in samenwerking met Longevity Partners een marktanalyse uit om de effectiviteit van de regeling in Nederland te onderzoeken. In januari 2016 had slechts twintig procent van de benaderde bedrijven actie ondernomen.

Naar aanleiding van deze signalen uit de markt, bezocht Eurbanlab de Ensoc-conferentie ‘Hoe nu verder met de energie-audits?’. De deelnemers van de conferentie - bestaande uit energieadviseurs, vertegenwoordigers van de industrie en het bedrijfsleven – concludeerden dat er in Nederland weinig gevoel van urgentie bestaat voor energiebesparende maatregelen in het kader van de EED-regeling. Een gebrek aan communicatie, een wildgroei van regelgeving en vage richtlijnen liggen hieraan ten grondslag.

Verschillen tussen Omgevingsdiensten
In Nederland waren zowel de bedrijven als de omgevingsdiensten slecht geïnformeerd over de EED. De bedrijven waren niet op de hoogte van de vereisten en – misschien belangrijker nog – de voordelen die de audits opleveren. De omgevingsdiensten waren op hun beurt laat geïnformeerd over hun verantwoordelijkheden en de criteria voor de rapportages.

De handhaving van de EED is verdeeld over 29 omgevingsdiensten die de verschillende regio’s vertegenwoordigen. Voor ondernemingen met meerdere vestigingen zorgt dit voor verwarring, omdat het niet duidelijk is welke omgevingsdienst moet worden benaderd. De omgevingsdienst van de regio waar het hoofdkantoor van de onderneming is gevestigd zou de leiding moeten hebben in de beoordelingsprocedure. Dit is echter niet op nationaal niveau overeengekomen en moet zo snel mogelijk worden verduidelijkt.

Tijdens het congres werd een verschil in ambitie en de gehanteerde beoordelingscriteria geconstateerd bij de verschillende omgevingsdiensten. Er is een handreiking gepubliceerd om sturing te geven aan de kwaliteit van de rapportages, maar dit is slechts een vrijwillige richtlijn.

Nieuw certificeringsschema
Nederland heeft een groot aantal richtlijnen, voorschriften en certificeringsschema’s die moeten leiden tot milieubesparende maatregelen. We weten dus hoe we het moeten doen - er is immers geen gebrek aan wettelijke kaders en mechanismen - maar toch wordt daar met mate gehoor aan gegeven.

Zo worden bedrijven verplicht om te investeren in energiebesparende maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Echter, door een gebrek aan handhaving negeert een groot deel van de bedrijven (met een paar voorbeeldige uitzonderingen) deze verordening; resulterend in een hogere energierekening voor bedrijven en emissies van schadelijke stoffen.

Met de lancering van – wederom een nieuw certificeringsmechanisme – wil de overheid een extra impuls geven aan energiebesparing in Nederland. De ‘EPK’ (Energie Prestatie Keuring) gaat om een periodieke controle van de energieprestaties van een bedrijf.

Verantwoordelijkheid
In Nederland ligt de verantwoordelijkheid bij het bedrijfsleven en heeft de omgevingsdienst slechts een controlerende rol. Door het gebrek aan communicatie, handhaving en een de afwachtende houding van het bedrijfsleven, heeft de implementatie van de EED-regeling in Nederland nog weinig opgeleverd.

Variaties in de rapportages
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) waarschuwde bedrijven en energieadviseurs tijdens de conferentie dat er grote verschillen zijn waargenomen in de kwaliteit van de reeds ingediende auditrapporten. Bovendien is de prijs die wordt betaald voor het laten opstellen van de rapporten sterk variabel. Een eerste analyse levert op dat de audits een gemiddelde energiebesparing tussen de 20 en 40 procent oplevert voor bedrijven. Over het algemeen kunnen de kosten voor een audit gemakkelijk worden terugbetaald met de besparingen op energie.

De EED-regeling legt ook de nadruk op de rol van transport in het energieverbruik van een onderneming. Uit de ingestuurde rapportages blijkt echter dat veel energieadviseurs niet goed weten hoe dit deel van de eis moet worden geanalyseerd en beoordeeld. Veel van de rapportages voldoen daarom nog niet aan de eisen.

Nederlandse bedrijven moeten sinds 2008 energiebesparende maatregelen treffen als die binnen 5 jaar terug te verdienen zijn. De overheid heeft een lijst van ‘erkende maatregelen’ opgesteld met korte terugverdientijden voor bedrijven. Verrassend genoeg wordt er in de audits nog weinig gebruik gemaakt van deze lijst.

Nieuwe deadline?
Hoewel de Nederlandse overheid, formeel gezien, niet in staat is de deadline voor de audits te verlengen, is er door sommige omgevingsdiensten uitstel verleend tot 1 juni 2016. Of er uitstel verleend wordt, verschilt per omgevingsdienst en of de bedrijven al dan niet een officieel verzoek tot uitstel hebben ingediend. Wij adviseren de bedrijven dan ook om, op zijn minst, het bevoegd gezag te benaderen en een plan van aanpak in te dienen. Grote bedrijven riskeren een boete van 1 miljoen euro als zij niet voldoen aan de EED-regeling.

Dit artikel is een vertaling van het Engelstalige verslag ‘Confusion is the Source of Change - Implementing the EED in the Netherlands’

Over de auteur: Roger Toussaint is adviseur duurzaamheid en directeur van Eurbanlab, een Europees platform om de transitie naar duurzame steden te versnellen. Het voornaamste doel van Eurbanlab is het verspreiden van kennis en het verbeteren van innovatieve oplossingen.

Foto: Slechts een vijfde van de bedrijven heeft een energieaudit uitgevoerd, ook al is dat verplicht vanuit de Europese EED-regeling (foto Dekra.de)

Redactie Ensoc, 14-mrt-16

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (2)

Reageren
  • Roger Toussaint
    25.03.2016 - 13:02 uur | Roger Toussaint

    Het zou inderdaad niet juist zijn om de Energie Efficiëntie Richtlijn (Energy Efficiency Directive/EED) zelf verantwoordelijk te stellen voor de verwarring in Nederland. Het is echter de implementatie van de Nederlandse "EED-regeling" die sinds juli 2015 geldt - welke gebaseerd is op de Europese richtlijn 2012/27/EU - waar in dit artikel naar gerefereerd wordt. Ik heb gevraagd om de inleiding daartoe te verduidelijken. Bedankt voor uw reactie!

  • Richard Zwiers
    22.03.2016 - 13:27 uur | Richard Zwiers

    Er zijn diverse reden aan te voeren waarom het gros van de Nederlandse bedrijven weinig aandacht schenkt aan energiebesparing.
    Het is m.i. niet juist om de 'vaagheid' van de Energie Efficiency Richtlijn als een van die redenen aan te wijzen.
    1. een richtlijn heeft geen directe werking. Lidstaten moeten die eerst omzetten in nationale regelgeving. De EER (2012) moest uiterlijk 5 juni 2014 door de lidstaten geimplementeerd worden, maar Nederland is dat uiteindelijk pas (ruim) een jaar later gelukt.
    2. het lijkt er op dat de Regeling onder grote haast en druk tot stand gekomen is, om EU sancties (wegens niet implementatie) te ontlopen. Dat die (nationale) Regeling als vaag ervaren worden hangt daar wellicht mee samen, maar dat ligt niet aan de EER zelf.