​Vuistregels voor CO2-reductie

Columns | 384 keer bekeken
​Vuistregels voor CO2-reductie

Wat gaat Nederland komende jaren doen om haar CO2-uitstoot te verminderen? Er bestaan enkele vuistregels om dat op een effectieve manier te doen, schrijft Leo Smit in zijn column.

Tekst: Leo Smit

Nu de verkiezingen achter de rug zijn kunnen we voorzichtig gaan inschatten wat het CO2-beleid gaat worden in Nederland voor de komende jaren. Uiteraard staan er al een aantal verplichtingen vanuit Parijs die ronduit ambitieus te noemen zijn. De vraag is uiteraard hoe voortvarend die worden opgepakt. De angst om onze concurrentiepositie te verzwakken door hogere milieubelastingen en inleveren van comfort en welvaart remt ons in het maken van concrete keuzes.

Uiteraard is het belangrijk om te zorgen dat binnen het gestelde beleid er een goede concurrentiepositie blijft en onze verworven welvaart zo veel mogelijk in stand blijft. Je zou kunnen stellen dat het een uitgekiende strategie en de juiste investeringen vergt. Waar kun je dan concreet aan denken? Komen we er wel met de bouw van een flink aantal windparken?

Scope 3
Het antwoord op de laatste vraag is eenvoudig nee. Een ieder die kijkt naar de CO2-footprint van zijn/haar bedrijf of thuissituatie zal al snel ontdekken dat het merendeel van het energiegebruik zit in mobiliteit (meestal nog op fossiele brandstof) en verwarming. Elektriciteit wordt als energiedrager wel steeds belangrijker om over te schakelen van verwarmen op aardgas naar warmte (denk aan WKO en warmtepompen) of om met de auto niet meer op benzine maar op elektriciteit te rijden.

Dat is in Nederland echter nog slechts een beginnende verandering. Veelal wordt vergeten dat elke euro die wij besteden vroeg of laat wordt omgezet in CO2-uitstoot. Of het nu gaat om het voedsel dat wij inkopen, kleding of een nieuwe fiets; onze niet direct meetbare CO2-uitstoot (scope 3 voor ingewijden) is een veelvoud van ons direct aan te rekenen footprint.

Optimaliseren
In de tijden dat het goed gaat met de economie gaat het vaak nog wel lukken om te investeren in efficiëntere verwarmingssystemen, mobiliteit, energiezuinige elektronica en dergelijke, mits we de juiste doelen stellen. Mensen werken graag aan het optimaliseren en verbeteren van bestaande systemen. De goed draaiende economie geeft daarbij een steuntje in de rug. Echter, hoe zit dat met ons consumptiepatroon? Als we na tien jaar flink investeren veel minder energie zijn gaan verbruiken in Nederland, gaan we dan al het extra geld wat dan vrij komt weer stoppen in extra consumptie? Het waterbedeffect van de CO2-uitstoot is dan niet moeilijk voor te stellen.

Essentie
Het betreft uiteraard een zeer complex vraagstuk die ik voor deze korte column graag vereenvoudig tot de essentie. Wat zou het krachtig zijn en een snelle verandering teweeg te brengen als een ieder (bedrijf of consument) zijn inkooppositie bewust gebruikt om zich de volgende vragen te stellen:

• Vervangen of renoveren?
• Bezit of huren?
• Lekkere, gezonde en goede voeding; kan dat ook duurzaam worden gemaakt?
• Wat doet de producent (als je dat al kunt achterhalen) om zijn product verder te optimaleren als het gaat om beperken van grondstofgebruik, inzet van mens en milieu in brede zin. Wie doet het beter dan de rest?


Rol overheid
Wat is dan nog de rol van de overheid? Te veel en vaak complexe regelgeving leidt vaak tot wonderlijke keuzes. Het bijtellingsbeleid is hiervan een mooi voorbeeld. Of ‘milieusubsidies’ die vast hangen aan ingewikkelde fiscale constructies. Hoe moet het dan wel? Stel duidelijke eisen op voor producenten om te mogen blijven leveren. Op deze wijze houd je een eerlijk speelveld en houd je innovatie daar waar deze het beste tot stand komt.

Een paar voorbeelden:
• Stel een grens aan het maximumgewicht van auto’s voor een bepaalde toepassing zoals woon-werkverkeer. Met de elektrische auto gaat het energetisch namelijk niet opgelost worden als daarvoor ruim twee ton aan gewicht verplaatst moet worden. De vakantie dan? Hoe zat dat ook al weer met de keuze bezit of huren?
• Beoordeel en stuur op werkelijk energiegebruik van huizen, kantoren en andere gebouwen. En hang daar een prijskaartje aan onder het motto van de vervuiler betaalt. Abstracte criteria als energielabel en EED zijn aardig om inzicht te krijgen in verbetermogelijkheden, maar deze zijn volledig ongeschikt als waardeoordeel over hoe goed iemand het doet. Gedrag bepaalt immers al gauw voor de helft het resultaat als het gaat om energiegebruik.
• Hoe ga je om met zware industrie? Met de eerste de beste energiebelasting verdwijnt deze direct naar het buitenland. Stel financiële criteria op, waarmee het betaalbaar blijft om enerzijds de zware industrie (zolang daar behoefte aan is) te stimuleren de bedrijfsprocessen te blijven optimaliseren en anderzijds een voorsprong te houden op producenten die deze verbeteringen niet aanbrengen.

Sneller verduurzamen
Of je het nu duurzaam inkopen of circulaire economie noemt maakt niet uit. Als iedereen op deze relatief eenvoudige pijlers zijn beslissingen blijft aanscherpen, creëren we een versnelling in het verduurzamen van ons ruimteschip ‘planet earth’ (vrij naar Wubbo Ockels) die voor onmogelijk werd gehouden. Immers, het gaat dan niet meer om de laagste prijs, maar simpelweg om het product of de dienst met de meest toegevoegde waarde. Mensen zijn flexibel. Of we straks naar ons werk rijden in een elektrisch voertuig van nog geen 400 kg op duurzaam opgewekte elektriciteit of in de huidige auto van zo’n 1200 kg met een vijfvoudig energieverbruik en minder schone lucht. Dat zal toch niemand als een stap achteruit ervaren?

Over de auteur: Leo Smit is energieadviseur en oprichter van CO2 Management BV. Tevens is hij docent voor de opleiding Energiebeheer van stichting PHOE. Dit artikel verscheen eerder op zijn website.

Foto: Het verminderen van de CO2-uitstoot is een complex proces (foto tgthr.nl)

Redactie Ensoc, 10-apr-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (0)

Reageren