Reken jij al met de echte wensen van de klant?

Expertartikelen | 1193 keer bekeken
Reken jij al met de echte wensen van de klant?

Reken jij al met de echte wensen van de klant?

Wij techneuten vergeten in ons enthousiasme nog wel eens waar het eigenlijk om gaat: de wensen van de klant. In het geval van zeer energiezuinig bouwen liggen die wensen veelal op het vlak van energiebesparing, geldbesparing, comfort en rendabele investeringen. Deze wensen kun je concreet maken in cijfers, zoals bijvoorbeeld kWh, CO2 emissie, CO2 concentratie binnenlucht, energiejaarnota, investeringsbedragen, Netto Contante Waarde hiervan en terugverdientijden.

Goede ontwerpsystemen zijn er wel, en ook goede componentbibliotheken. Maar een goed toegankelijk beslissingsondersteunend model, vanaf dag één gericht op de eigenlijke wensen van de opdrachtgever, kende ik niet. En dus besloot ik het te maken.

De meeste gebouwontwerpers zijn niet gewend hun project en berekeningen te starten met deze gegevens, terwijl het voor de opdrachtgever wel enkele van de criteria zijn die uiteindelijk bepalen of ze enthousiast zijn over een gebouw of niet.

Wat als…?

Enkele jaren terug stelde ik mijzelf de volgende vragen. Zou het niet fijn zijn als er een rekeninstrument bestond waarin de opdrachtgever direct herkent wat voor hem of haar het meest belangrijk is? Een instrument dat begrijpelijk is voor zowel de ontwerper en zijn adviseurs als voor de opdrachtgever? Een instrument dat vanaf de allereerste start van een ontwerp voor alle betrokkenen als een digitale assistent is, die rekent met werkelijk gebouwgebruik, die hoofdlijnen toont en bijzaken op de achtergrond houdt, die denkt in zowel energiestromen als geldstromen, die helpt af te wegen waar wel en waar geen geld in gestoken moet worden bij gebouwschil- en installatiekeuzes, wat de netto contante waarde is van de investeringen en die reëel zicht geeft op de toekomstige energienota?

Mijn visioen verwezenlijkt

Inmiddels zijn we enkele jaren verder en heb ik mijn rekenmodel BENG2020 op de markt gebracht. Het is getest op een veelheid van projecten: nieuwbouw en renovatie, flats, woonhuizen, rijwoningen, zwembad, bedrijfsruimten… En in al deze hoeken en gaten van de ontwerppraktijk bleef BENG2020 de besluitvorming effectief ondersteunen. Het instrument is gebaseerd op slimme versimpelingen in de bouwfysica van de zeer nauwkeurige en uitvoerig geteste Duitse passiefhuisrekenmethodiek. Door deze versimpelingen versnellen de analyses enorm en kan BENG2020 effectief inspelen op de specifieke technische en economische ontwikkelingen in de Nederlandse markt. 

Tevens is er behalve energiestromen ook een koppeling gelegd naar geldstromen: zowel de investeringen in gebouwschil en installaties, maar ook de jaarlijkse energienota. Een complete BENG analyse kan in zo’n 3 - 6 uur gemaakt worden als de ontwerper goed getraind is en alle invoergegevens paraat heeft en daarnaast een heldere ‘doelformulering’ voor de analyses. Want het optimaliseren met BENG2020 vergt wel een helder idee ‘wat optimaal is’ in de ogen van de gebouwgebruiker. Het verzamelen van de invoergegevens en het integreren van de resultaten in goede besluiten neemt uiteraard meer tijd in beslag en bepaalt uiteindelijk de nauwkeurigheid van de berekeningen.

Inzicht in tools die je helpen

Ben je nieuwsgierig welke tools jou kunnen helpen om betere beslissingen te nemen rondom een Bijna Energie Neutraal Gebouw? Kom dan ook op 13 juni naar het NulNu congres over kwaliteitsborging in de duurzame bouw: www.nul-nu.nl. Het congres NulNu 2016 stippelt de route uit hoe de bouw en installatiesector in Nederland grip krijgt op energie en integrale bouwkwaliteit. Verhalen over tools en methodieken voor duurzaam ontwerp, toetsing en garantie staan centraal. Ik geef er een masterclass over BENG2020 en laat je graag zien hoe dit model jou kan helpen je opdrachtgever actief mee te nemen in het proces en meer dan tevreden maakt.

Ir. René de Brouwer is eigenaar van Evanston Consulting, is zelfstandig adviseur in het ontwerp van betaalbare energieneutrale gebouwen en is lid van het duurzame netwerk ‘De Nieuwe Aanpak (DNA) in de bouw’.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    26.05.2016 - 09:52 uur | P. Lomito

    Het probleem van versimpelingen en aannames in dergelijke berekeningen kennen we van de EPC-rekenmethode waarin gebruikersgedrag gestandaardiseerd wordt om woningen onderling vergelijkbaar te maken. Verder zaten in de EPC-methode enkele nare trekjes zoals het onderwaarderen van isolatie ten gunste van gebouwinstallaties waardoor we tot op vandaag matig geïsoleerde woningen bouwen die met een kerstboom aan installaties energiezuinig gemaakt worden (op papier dan).
    In 2010 heeft ECN een vergelijking gemaakt tussen de door de installatiebranche opgetuigde EPC-methode en de zeer uitgebreide passiefhuismethode (PHPP), voor een download even googelen op "vergelijking EPC PHPP", waarin het mechanisme wordt blootgelegd dat ervoor zorgt dat woningen die precies voldoen aan de geldende energieprestatienorm veel slechter presenteren in de PHPP.

    Particulieren die een woning gaan bouwen of kopen zouden moeten weten dat een passiefhuis geen verwarmings/koelingsinstallatie nodig heeft waarmee een flink deel van de meerkosten voor passiefhuismaatregelen (extra isolatie, luchtdichting en PH-kozijnen) gecompenseerd kunnen worden.

    Helaas is de bouwpraktijk in NL vooral gericht op projectontwikkelaars die het verdienmodel met passiefhuizen nog niet ontdekt hebben, er zijn maar weinig particulieren die zelf hun huis laten bouwen. In België en Duitsland zijn de opdrachtgevers doorgaans particulieren die veel beter op de hoogte zijn, er zijn aannemers die zich gespecialiseerd hebben in passiefwoningen en er zijn zelfs sleutel-op-deur aannemers die uitsluitend passiefwoningen bouwen.

    En dan is er nog de overheid die verzuimd om de bouwregelgeving voor nieuwbouw op PH-niveau te brengen en zelfs actief meewerkt aan het zo minimaal mogelijk opvoeren van de isolatie-eisen, worden er externe onderzoeken (bureau Nieman) geïnitieerd die moeten aantonen dat méér isolatie geen zin heeft . Zo kwam ik ook een artikel tegen met de titel "Slechte isolatie kost veel geld" dat uiteraard gelezen moet worden als "goede isolatie bespaart je veel geld" maar net zo goed gelezen kan worden als "isolatie is slecht en duur". Helemaal ziek is de versoepeling van isolatienormen in nieuwbouwwoningen die worden aangesloten op een warmtenetwerk. Daarbij wordt geredeneerd dat de geleverde warmte zodanig duurzaam is zodat de woningen wel wat minder kunnen. De aangesloten bewoners worden zo flink op kosten gejaagd in slecht geïsoleerde woningen.

    In de aannemerij in NL is isolatie ook een ondergeschoven kindje, er wordt geïsoleerd omdat het moet maar altijd zo minimaal mogelijk met de goedkoopste materialen en zonder de benodigde nauwgezetheid/zorg om een goed aaneengesloten, droge en schone isolatie te plaatsen. Ook is er de nodige weerstand bij aannemers om af te wijken van de gekozen energiemaatregelen bij seriematige woningbouw. Een koper die de 12 cm minerale wol wil vervangen door 12 cm PIR krijgt geen gehoor. Ook is het vrijwel onmogelijk om de lelijke en warmtelekkende raamroosters te laten vervallen en de mechanische ventilatie te vervangen door balansventilatie. Voor luchtdichting hoef je al helemaal niet aan te kloppen, laat staan een blowerdoortest waarmee de luchtdichting beproeft kan worden.