Europa te afhankelijk van Russisch gas

Expertartikelen | 1193 keer bekeken
Europa te afhankelijk van Russisch gas

Europa is te afhankelijk van Russisch gas. Om dat tegen te gaan, moet er snel een Europees energiebeleid komen, vindt Ed Nijpels

Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne en vooral na de verschrikkelijke ramp met vlucht MH17, zijn er veel artikelen verschenen over de Europese afhankelijkheid van Russische olie en gas. Vanwege die afhankelijkheid zou Europa zich volgens sommigen geen stevige sancties kunnen veroorloven. Anderen stellen dat Europa juist door die afhankelijkheid Moskou economisch hard zou raken door minder olie en gas af te nemen.

Europa importeert 53 procent van de energie die het gebruikt en besteedt daaraan ruim 1 miljard euro per dag. Rusland is veruit de grootste leverancier: eenderde van de ruwe olie voor Europese raffinaderijen komt uit Rusland en ongeveer 39 procent van het geïmporteerde gas. Niet alle Europese lidstaten zijn even afhankelijk. Letland en Litouwen zijn bijvoorbeeld voor hun gasverbruik volledig aangewezen op import uit Rusland. Nederland heeft een eigen gasvoorraad en importeert slechts vijf tot tien procent van zijn gas uit Rusland.

Terecht is er bij geopolitieke en economische conflicten extra aandacht voor deze energieafhankelijkheid. Maar importafhankelijkheid is slechts een deel van het probleem. Europa staat op andere onderdelen van zijn energiebeleid voor minstens zo grote uitdagingen. In de stroomvoorziening vinden fundamentele veranderingen plaats. Conventionele elektriciteitscentrales, met name waar stroom wordt geproduceerd uit gas, zijn verliesgevend. De ‘uitfasering’ van Europese kerncentrales, naar aanleiding van de ramp in Fukushima, leidt onbedoeld tot verhoging van CO2-uitstoot. En de opkomst van zon en wind als nieuwe energiebronnen - in Duitsland nu al verantwoordelijk voor ruim een derde van de geproduceerde elektriciteit - leidt tot fluctuaties in het aanbod van energie die de betrouwbaarheid van de stroomvoorziening kunnen bedreigen. Daarbij komt dat de energieprijskloof tussen de EU en haar belangrijkste handelspartners toeneemt.

De EU staat voor de uitdaging om een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening te realiseren – en wel zo snel mogelijk. Een volwassen Europees energiebeleid biedt stabiliteit en een goed investeringsklimaat. Dat begint met heldere ambities voor de lange termijn. Begin dit jaar heeft de Europese Commissie haar voorstellen voor energie- en klimaatbeleid voor 2030 gepubliceerd: een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 40%, een bindend EU-breed doel van 27% duurzame energie en een voorstel voor versterking van het Europese systeem voor de handel in rechten om broeikasgassen uit te stoten.

Een volwassen Europees energiebeleid creëert de condities voor een goed functionerende interne energiemarkt. Met het Derde Energiepakket heeft de Commissie hiervoor belangrijke randvoorwaarden geformuleerd: samenwerking tussen landelijke netbeheerders, transportnetten die onafhankelijk zijn van productie en levering, onafhankelijke toezichthouders. De uiterste datum om dit om te zetten in nationale wetgeving was maart 2011. In 2014, het jaar waarin de interne markt zou worden voltooid, blijft een aantal lidstaten in gebreke.

Consistentie is een derde en essentieel kenmerk van een volwassen Europees energiebeleid. In alle EU-lidstaten is een transitie naar een duurzame energievoorziening op gang gekomen, maar van een gemeenschappelijke aanpak is geen sprake. We zien juist steeds verdere nationalisatie van beleid, waardoor Europees energiebeleid veel weg heeft van een lappendeken: subsidies voor energieopwekking uit zon, wind en biomassa, subsidies om de gevolgen van duurzame energie op te vangen, subsidies en opslagen voor versterking van transportnetten en ga zo maar door. Dit onsamenhangende beleid kost Europa miljarden. Samenwerking is nodig om overbodige kosten weg te nemen.

Last but not least kenmerkt een volwassen Europees energiebeleid zich door het vermogen om te anticiperen. Alle aandacht voor korte termijn maatregelen om de importafhankelijkheid (tijdelijk) te verkleinen kan beter gericht worden op structurele maatregelen voor de lange termijn. Een voorbeeld is de ontwikkeling van opslagcapaciteit om het wisselende aanbod van elektriciteit uit zon en wind op te vangen. Of de realisatie van intelligente netten die op regionaal niveau het aanbod en de vraag van elektriciteit, gas en warmte met elkaar verbinden. Europa beschikt over alle middelen die nodig zijn om in de eigen energiebehoefte te voorzien: innovatieve bedrijven, goed opgeleide werknemers, hoogstaande energietechnologie, een goed ontwikkeld energietransportnetwerk en meer investeringskapitaal dan menigeen vermoedt.

Europa mist echter een beleid dat al deze sterke punten inzet voor een stabiele koers naar een toekomstbestendig energiesysteem. Dat volwassen energiebeleid is hard nodig, niet allen voor de lange termijn, ook voor investeringszekerheid op de korte termijn. Daartoe is in Nederland het Energieakkoord voor duurzame groei gesloten. Het Nederlandse voorzitterschap van de EU in de eerste helft van 2016 biedt een uitgelezen kans om een Europees Energieakkoord voor duurzame groei te formuleren. Daarmee zou Europa krijgen wat het verdient: de basis voor een stabiel, consistent beleid dat een eind maakt aan importafhankelijkheid en bedrijven investeringszekerheid biedt. Voor de Nederlandse regering bij uitstek het moment om richting te geven aan het Europese energiebeleid.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (0)

Reageren