​Hoe kan industrie energietransitie helpen?

Expertartikelen | 963 keer bekeken
​Hoe kan industrie energietransitie helpen?

Wat kan de industrie in Nederland doen om het gat tussen fossiele en duurzame brandstoffen te overbruggen? De industrie heeft de kennis, de organisatie en het geld om de energietransitie te versnellen. Dat schrijft senior projectmanager Gertjan Dahm van Royal HaskoningDHV.

De Nederlandse industrie profiteert momenteel van lagere energieprijzen en een verminderde prijsbeweeglijkheid. Maar hoe lang zal dit duren? Grootschalige elektriciteitscentrales en hun energiebedrijven ondergaan fundamentele veranderingen die leiden tot moeilijkheden bij het plannen van nieuwe projecten. Tegelijkertijd sluiten de ontwikkelingen met duurzame energie niet aan bij de eisen die de industrie stelt. Dat zorgt voor onzekerheden bij de productie op korte termijn en de planning op lange termijn. Wat kan de industrie in Nederland doen om het gat tussen fossiele en duurzame brandstoffen te overbruggen?

Status van de energietransitie
De energiemarkten in Nederland en Noordwest-Europa ondergaan fundamentele veranderingen: veel elektriciteitscentrales die op fossiele brandstoffen draaien, verliezen hun business case en lijden verliezen voor te lage of zelfs negatieve verschillen tussen de prijzen van brandstoffen en elektriciteit. Ook hebben we te maken met een groeiend aanbod van duurzame energiebronnen zoals wind en zon. Traditionele fossiele centrales worden afgebroken of in de mottenballen gelegd. Middelgrote en kleinschalige centrales worden steeds meer geïnstalleerd op basis van bio-energie en/of lokale of regionale afvalstromen.

De energietransitie, die mikt op een groei van het aandeel van duurzame energiebronnen van net boven de 5 procent naar 14 procent in 2020 (en 16 procent in 2023) in Nederland, verloopt langzaam. Resultaten liggen nog steeds ver achter bij de meeste andere Europese landen. Als dit zo doorgaat kunnen we niet voldoen aan de doelen die we met de Europese Unie hebben afgesproken.

De transitie heeft een gebrek aan focus en consistentie over de keten. Noch de regering, noch de private sector lijkt aanstalten te maken om op korte termijn een fundamentele verandering door te maken. Het Europese beleid richt zich op langere termijndoelstellingen (zoals gebaseerd op de Europese handel in CO2-uitstootrechten) en heeft beperkte invloed op de ontwikkeling in Nederland, zowel op korte als op middellange termijn. Hierdoor is energie – een belangrijke grondstof voor de industrie – een groeiende kostenfactor, maar ook een toenemend risico voor industriële productie en plannen op lange termijn.

Positie van de industrie
De positie van de industrie in Nederland moet worden verbeterd. Velen denken dat grootschalige industriële bedrijven geen toekomst hebben vanwege hoge kosten voor arbeid en energie, milieuzaken en een algemene, verminderde acceptatie van de samenleving. Beleidsmakers lijken de toegevoegde waarde van de industriële sector soms moeilijk te begrijpen en beleidsmaatregelen die ze ontwikkelen helpen niet om de belangrijke problemen op te lossen.

Dit betekent dat de industrie zelf een nieuw momentum moet creëren rond toekomstige industriële ontwikkelingen. Dit kan tegelijkertijd van invloed zijn op vele problemen waar de samenleving tegen aankijkt, zoals efficiency, veiligheid en betrouwbaarheid van onze energievoorziening, evenals de economische beweeglijkheid in de beschikbaarheid van grondstoffen en energie.

Weg vooruit: onafhankelijkheid
Traditionele, lineair-bestuurde economieën zijn op lange termijn afhankelijk van de betaalbaarheid en van de toegang tot ruwe materialen en energiebronnen die, vanwege de bevolkingsgroei en milieuredenen, niet meer duurzaam zijn. In het algemeen zou de industrie moeten mikken op een structurele ommekeer door zich te richten op nieuwe productiemethoden in plaats van traditionele kleine efficiencyverbeteringen. Deze laatste route brengt naar verwachting geen significante verdere vooruitgang.

De industrie heeft de kans om de markt anders te benaderen door circulaire in plaats van lineaire business modellen toe te passen. De circulaire modellen spelen in op de veranderende vraag van consumenten, zoals een verbeterde duurzaamheid en transparantie in de productieketen, gebruik van lokale bronnen (biobased, hergebruik van afvalstromen) en gebruik in plaats van eigendom van producten.

Een belangrijk element van een dergelijke structurele ommekeer is meer flexibiliteit in het energiegebruik binnen de industrie: de netto consumptie is afgestemd op de beschikbaarheid van energie. De consument wordt een actieve deelnemer in plaats van een passieve gebruiker. Dit vereist een nieuwe strategische horizon voor zowel de industrie als de energiesector.

De industrie kan en moet onafhankelijker worden van het energienet. Daarvoor moet het haar eigen energievoorziening organiseren. Dit kan door het aanbod en de vraag in balans te brengen met lokale, duurzame bronnen die beschikbaar zijn. Onafhankelijkheid ligt binnen handbereik door de kringlopen voor materialen te sluiten via hergebruik van afvalstromen, benutten van wind- en zonne-energie en het stroomlijnen van haar verbruiksprofiel (inclusief actief combineren van inzicht in weersomstandigheden, prijsbeweeglijkheid en toepassen van demand-response en energieopslag).

Business case en financierbaarheid
Om de industrie in staat te stellen zich voorwaarts te bewegen zijn grootschalige investeringen nodig om de nieuwe strategieën te realiseren. Duurzame investeringen zijn momenteel relatief kleinschalig, en meestal ontwikkeld door nieuwe partijen, gebaseerd op een business case met een verschillend risicoprofiel. Daardoor zijn deze investeringen lastig te vertalen voor traditionele investeerders. Tegelijkertijd handhaven traditionele investeerders de investeringen in de fossiele sector, hoewel deze investeringen niet toekomstbestendig zijn.

De energietransitie vereist ook een transitie in financiering: leningen voor innovatieve energieinfrastructuur, die zijn gebaseerd op revolverende fondsen. De industrie heeft de kennis, de organisatie en het geld om de energietransitie te versnellen. Het creëren van een gevoel van urgentie is het enige dat nodig is.

Richting een duurzame toekomst
In essentie wil elke partij een toekomstbestendige marktpositie handhaven die nodig is voor haar rol bij het ontwikkelen van de productieprocessen, in combinatie met toegevoegde waarde voor de energietransitie. Om gestrande investeringen te voorkomen moet men zich bewust zijn van de periode waarin de investeringen zich moeten terugverdienen. De industrie – vooral deze spelers – die in staat zijn om de energietransitie te financieren, kunnen de koplopers zijn. Dat geeft hen een mooie kans om te helpen met het vullen van het financieringsgat bij de Nederlandse energietransitie.

Tekst: Gertjan Dahm, Ronald de Vries en Edward Pfeiffer van Royal HaskoningDHV

Vertaling: Norbert Cuiper

Foto: Ook de industrie kan helpen met de energietransitie, door overtollige windenergie om te zetten in producten of op te slaan in accu’s (foto Europoortkringen.nl)

Redactie Ensoc, 30-mrt-16

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (1)

Reageren
  • P. Lomito
    30.03.2016 - 22:50 uur | P. Lomito

    ...veel elektriciteitscentrales die op fossiele brandstoffen draaien, verliezen hun business case en lijden verliezen voor te lage of zelfs negatieve verschillen tussen de prijzen van brandstoffen en elektriciteit. Ook hebben we te maken met een groeiend aanbod van duurzame energiebronnen zoals wind en zon...

    Het is andersom: door het overaanbod van gesubsideerde windstroom daalt de marktprijs van stroom, onze markt wordt overspoeld met gratis stroom uit Duitsland, waardoor traditionele opwekking (fossiel, nucleair) onrendabel zijn geworden. Op korte termijn valt te verwachten dat grote energiebedrijven failliet zullen gaan met zeer hoge maatschappelijke kosten en op lange termijn zal bij gebrek aan investeringen in betrouwbare energiecentrales een tekort ontstaan aan basislast waardoor grote delen van het land regelmatig zonder stroom komen te zitten. De gevolgen voor de economie laten zich gemakkelijk raden.

    De marktverstoring kan alleen voorkomen worden door direct te stoppen met subsidies op energieopwekking.