​Hoe een koude douche de energietransitie bepaalt

Columns | 464 keer bekeken
​Hoe een koude douche de energietransitie bepaalt

ECN-onderzoeker Casper Tigchelaar schrijft over de toekomstige warmtevoorziening van huishoudens in Nederland. Hoe kunnen we de overgang naar duurzame consumentenkeuzes versnellen?

Tekst: Casper Tighelaar

Je kent het wel: op een koude wintermorgen schuifel je nog half slapend richting badkamer. Je zet de douche aan, maar het water wordt maar niet warm. CV-ketel defect! Na wat gehannes met waterdruk en waakvlam arriveert niet veel later de monteur die al snel je bange vermoeden bevestigt; de ketel is te oud en moet vervangen worden. Je CV-ketel vervangen, was daar laatst niet iets over op TV? Zei minister Kamp niet dat Nederland gasloos moet worden? Ook de wethouder heeft geroepen dat de gemeente in 2030 van het gas zal zijn. Dat is al over 13 jaar! Misschien is het niet zo handig om gewoon weer een nieuwe gasketel aan te schaffen. 

Gasloos
Ondertussen laat de monteur al een foldertje zien van een fonkelnieuwe HR-combi ketel voor 1.149,- euro. “Maar heeft u ook iets gasloos?”, vraag je hoopvol. “Ja, we verkopen ook hybride systemen, dan krijgt u  een warmtepomp bij uw HR-ketel. ”Maar dan gebruik ik toch nog steeds gas?”. “Oh, u  bedoelt echt zonder gas?”, vraagt de monteur vol ongeloof. “We hebben wel lucht-warmtepompen, maar die werken alleen goed als u uw huis heel goed isoleert. Dat enkele glas in de keuken moet er dus uit en ook uw radiatoren moeten vervangen. Voor uw warmwater is dan een boilervat nodig”. 

Wat kost dat?
“Wat gaat me dat allemaal kosten?”. “Ik doe alleen installaties, dus ik weet niets van isolatie, maar ik kan wel een aannemer vragen om een offerte te maken; en er schijnen subsidies te zijn, dus misschien kunt u daar nog gebruik van maken.”  “Maar lukt dat allemaal vandaag, want ik wil morgen wel weer warm kunnen douchen”. “In dat geval raad ik u aan om gewoon een HR-combi te kopen, want die kan ik vanmiddag nog voor u installeren”. En zo besluit je jouw persoonlijke energietransitie maar even 15 jaar uit te stellen.

Snel en goedkoop
Hoewel de situatie door mij verzonnen is, vrees ik dat dit een realistisch beeld schets van de échte besluitvorming over de toekomstige warmtevoorziening in woningen. Deze besluiten worden op dit moment niet genomen door overheden en netwerkbedrijven, maar door miljoenen individuele huishoudens. En hoe milieubewust ook, maken die keuzes op  basis van basale argumenten, zoals prijs, gemak en de behoefte aan een snelle oplossing. All-electric concepten zijn op deze punten nog geen concurrent voor de uitontwikkelde gasmarkt, om over collectieve warmte maar te zwijgen. 

Alternatieven
Als ‘gasloos’ afhankelijk is van de keuzes van individuen, dan is de hamvraag hoe we er voor zorgen dat deze keuzes in de toekomst anders uitpakken. In mijn ogen zijn hiervoor maar twee routes, die elkaar niet persé uitsluiten. In de eerste route beperkt de overheid de keuzevrijheid van huishoudens, bijvoorbeeld door op termijn de verkoop van gasketels te beperken of door netwerkbedrijven de gasinfrastructuur te laten uitfaseren. Wanneer de overheid dit niet wil, zal de markt moeten komen met alternatieven voor gasgestookte producten die aantrekkelijker, makkelijker, comfortabeler en goedkoper zijn dan de huidige HR-combi ketel.

Energieakkoord 2.0
Het ombouwen van onze warmte-infrastructuur kost tijd. De keuze voor één van deze routes of een combinatie is dus urgent. Een nieuw regeerakkoord moet de fundamentele vraag beantwoorden of de overheid de keuzevrijheid van huishoudens over hun eigen warmtevoorziening wil beperken. In een eventueel energieakkoord 2.0 moet prominent aandacht zijn voor de keuzes van individuen en hoe daarop door de markt kan worden ingespeeld met aantrekkelijke gasloze producten.  Voor een succesvolle omschakeling, moeten we rekenschap geven van de keuzes van individuen. Doen we dat niet dan begint en eindigt de energietransitie met een koude douche. 

Over de auteur: Casper Tigchelaar is onderzoeker bij de afdeling Beleidsstudies van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Hij houdt zich in zijn werk bezig met energiebesparing in de gebouwde omgeving.

Foto: Een ongewild koude douche duidt meestal op een defect in de CV-ketel (foto LinkedIn)

Redactie Ensoc, 6-feb-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (3)

Reageren
  • 07.02.2017 - 14:59 uur | Carel Anink

    Ik vind het verbazingwekkend dat er rücksichtslos over verwijderen van gasinfrastructuur wordt gesproken zonder ook maar één woord te weiden aan vervangende infrastructuur. Er wordt alleen een keer genoemd dat warmte-infrastructuur tijd kost. Wat er onder warmte-infrastructuur verstaan wordt is niet duidelijk. Het kost niet alleen tijd maar ook bijzonder veel geld als de gasleidingen de grond uit gaan en er iets voor in de plaats moet komen. Een warmtenet met restwarmte uit een industrieel proces zal voor de meeste woonwijken niet van toepassing zijn dus wordt het elektriciteit. Nu hebben de meeste huishoudens HR ketels met vermogens van ca. 20 kW. Laten we er vanuit gaan dat met elektriciteit en warmteopslag (boilers en andere vormen van warmteopslag) het vermogen terug gebracht kan worden tot 10 kW. Deze 10 kW komt dus bij het huishoudelijke gebruik. Het is een volledig uitbreiding. Er moet daardoor in bestaande woonwijken extra elektrische infrastructuur worden aangelegd met een capaciteit van minimaal 10 kW per woning. Ga er maar aanstaan. En moeten de woningen die wel een warmtenet krijgen dan via de netkosten meebetalen aan de woningen die een elektrische verwarming nodig hebben na het slopen van de gasleiding? Lijkt mij van niet.

    ECN bereken nu eerst even wat het kost om de individuele bewoner de keuze te kunnen laten maken om van gas af te stappen. Dan weten ook wij over welk kostenplaatje we spreken als een politicus zegt dat het gasloos moet. Eigenlijk informatie die in de stemwijzer zou moeten staan.

    Ten slotte. Warmte-infrastructuur op basis van restwarmte uit industriële processen is het beste excuus voor de industrie om niet aan kostbare energiebesparing te hoeven werken. Even goed kijken of er eerst bespaart kan worden. Als er dan nog restwarmte over is, van voldoende hoge temperatuur om niet meer aan transport kwijt te zijn dan de waarde van de warmte, dan pas aan warmtedistributie gaan denken.

  • P. Lomito
    06.02.2017 - 15:58 uur | P. Lomito

    Overigens heb ik mezelf wel voorbereid voor de overstap naar een warmtepomp door het primaire energieverbruik voor ruimteverwarming en SWW te verlagen van 105 naar 30 kWh/m²a. Met nog enkele maatregelen te gaan zoals WTW-ventilatie en kleine isolatiewerken verwacht ik op 25 kWh/m²a uit te komen, voldoende laag om over te stappen naar een kleine lucht/water-warmtepomp met een vermogen van ca. 4 kW. Het rendement van de warmtepomp is tijdens de koudste dagen een stuk lager, de verwarming wordt dan geconcentreerd rond de middaguren wanneer de buitenluchttemperatuur op z'n hoogst is (opslag warmte in betonvloer) aangevuld met een simpele houtkachel om de benodigde vermogenspiek op te vangen.

    Dus als de gasketel (14 jr) het plotseling begeeft kan ik vrij eenvoudig overstappen op een L/W-warmtepomp die de warmte kwijt kan in de betonvloer en dikke leemwanden op de verdieping (LTV). Wat het verschil maakt is dat ik 10 jaar geleden al begonnen ben en nu ver genoeg gevorderd ben om stap 2 van de Trias Energetica te gaan maken. De meeste huishoudens hebben nog een lange weg te gaan maar die tijd is er ook.

    Dus geen reden tot paniek, neem gerust een gasketel voor de komende 15 jaar en gebruik die tijd om je woning energiezuinig te maken.

  • P. Lomito
    06.02.2017 - 12:40 uur | P. Lomito

    Voor de gemiddelde (matig geïsoleerde) woning is verwarming met gas zowel economisch als ecologisch een verantwoorde keuze en zal nog vele decennia als belangrijkste energiebron voor woningverwarming gebruikt worden. Dat is misschien niet wat men graag wil horen maar het is een feit. Warmtepompen zijn 5-10x duurder dan gasketels en het rendement blijkt in de praktijk telkens vies tegen te vallen, bovendien is het onmogelijk om de stroominfrastructuur in korte tijd aan te passen aan een all-electric energieverbruik. Momenteel neemt stroom slechts 14% van het totale energieverbruik in beslag, bij een volledige verdubbeling van de huidige stroominfra heb je nog niet eens een derde van de stroombehoefte te pakken.

    Wat dan wel?

    Allereerst moeten we stoppen met het bouwen van energielekke gebouwen, passiefhuis 15 kWh/m²a moet de nieuwe norm worden of nog beter 10 kWh/m²a, technisch is dit prima te realiseren. En bestaande gebouwen moeten bij renovatie ook verbouwd worden naar deze norm (uitzondering voor monumenten/beschermd stadsgezicht). Dit gaat vele tientallen jaren duren en ondertussen kan onderzoek gedaan worden naar nieuwe, toekomstbestendige energiebronnen zoals thoriumcentrales, kernfusie e.d. terwijl we gebruik blijven maken van fossiele brandstoffen.

    Pas wanneer de energieverspilling beteugeld is wordt het tijd om te gaan kijken naar duurzame opwekking. Dat dit nu al gedaan wordt is nogal dwaas want hiermee wordt slechts de grootschalige verspilling verduurzaamd.