​Energiebesparing onderbelicht in verkiezingsprogramma’s

Expertartikelen | 285 keer bekeken
​Energiebesparing onderbelicht in verkiezingsprogramma’s

De politieke partijen schenken in hun verkiezingsprogramma’s ruim aandacht aan energie, maar nauwelijks aan energiebesparing, en al helemaal niet aan energie-efficiency in de industrie.

Tekst: Bram van As

Woensdag 15 maart zijn er verkiezingen voor de  Tweede Kamer der Staten-Generaal. Het hieruit te vormen volgende kabinet krijgt te maken met boeiende beleidsvragen over energie. In de komende parlementsperiode zullen op de agenda diverse zaken staan, waaronder de laatste fase van de meerjarenafspraken (MJA-3), cruciale stappen in de naleving van het energieakkoord en de eerste stappen naar de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. In al die zaken zal energiebesparing een essentiële rol spelen. Hoe kijken partijen daartegen aan?

Meer dan een kreet
Voor De Kleijn is het onderwerp energie-efficiëntie meer dan een kreet: het is een onderdeel van ons dagelijks werk. Tegelijk zijn wij ons er van bewust, dat het een onderbelicht aspect is in het publieke debat over de toekomstige energiehuishouding van ons land. Reden voor ons om eens te kijken wat een paar grote partijen erover zeggen. Wij hebben gekeken naar de verkiezingsprogramma’s van VVD, PVV, PvdA, CDA, D’66, GroenLinks, SP, CU en de Partij voor de Dieren.

Energie-paragraaf
Wie inzicht wil krijgen in de maatschappelijke opvattingen van de verschillende partijen doet er goed aan de energie-paragraaf op te zoeken in de verkiezingsprogramma’s. Het is opmerkelijk hoezeer de maatschappelijke filosofie achter de partijprogramma’s doorschijnt in de benadering van dit onderwerp:

  • GroenLinks legt de nadruk op groene energieopwekking en afbouwen van de fossiele bronnen;
  • De VVD wil meer ruimte voor marktwerking, terwijl de PvdA en de SP het energiebeleid verbinden met sociale rechtvaardigheid en veel ruimte voor collectieve burgerinitiatieven;
  • De CU en het CDA plaatsen energiebeleid in het kader van een goed beheer van de aarde, geheel in lijn met hun confessionele achtergrond;
  • De Partij voor de Dieren benadrukt dat de energietransitie niet op zijn beurt ten koste mag gaan van het milieu en dat welzijn van mens én dier een onderdeel moet zijn van het te voeren beleid;
  • De PVV presenteert geen visie op energiebesparing maar wil geen financiering meer van windenergie;
  • D’66 ten slotte benoemt het onderwerp energie als een onderdeel van een groter geheel van economische, ecologische, sociale en juridische aspecten.

Vooral GroenLinks en PvdD presenteren lijsten van concreet geformuleerde maatregelen, soms vrij gedetailleerd. Bijvoorbeeld het invoeren van een klimaatwet met het voorschrift het energiegebruik in 2040 (PvdD) of 2050 (GL) geheel CO2-neutraal te laten zijn.

Aandacht voor energie
Energie krijgt in alle programma’s, behalve dat van de PVV, dus ruim de aandacht. De nadruk ligt echter steeds op het stimuleren van duurzame opwekking en het daarmee terugdringen van fossiele brandstoffen. Vermindering van energiegebruik door rationeel gebruik en besparing krijgt nauwelijks aandacht. Slechts één besparingsmaatregel wordt door alle partijen benoemd: zuiniger maken van woningen en andere gebouwen. Alle partijen leggen de nadruk op de noodzaak om dit te stimuleren met verschillende vormen van (fiscale) ondersteuning en wettelijke dwang (PvdA, SP, GroenLinks) of met financiële bijdragen (CDA, VVD).

Overigens is de VVD in alle gevallen van mening dat private initiatieven de vrijheid moeten krijgen en wil de nadruk leggen op het halen van prestaties en minder op het stimuleren van technieken. Het doel is om uiteindelijk een duurzame energiehuishouding te hebben die zonder subsidie kan draaien. Opmerkelijk in dit verband is het VVD-voorstel om de SDE+ in te zetten voor onderzoek en ontwikkeling.

Energiebesparing industrie? Geen woord
Energiebesparing in de industrie komt in géén van de bekeken programma’s expliciet aan de orde. Met geen woord. Waar de partijen het wel over eens zijn, is dat het Energieakkoord en internationale overeenkomsten zoals het klimaatakkoord van Parijs leidend moeten zijn in het energiebeleid. Er zal dus toch beleid moeten worden ontwikkeld voor bedrijfsmatig energiegebruik, want dat is onderdeel van deze overeenkomsten. Bovendien, de doelstelling voor 2050 uit het akkoord van Parijs is zonder efficiëntie-maatregelen niet haalbaar.

Overeenkomstige plannen
Een aantal plannen komt in bijna alle programma’s terug. Wij verwachten daarom dat daar in de komende jaren ook werkelijk uitvoering aan zal worden gegeven:

  • Er komt een klimaatwet die een streefgetal vastlegt voor de CO2-uitstoot in 2050;
  • Energiehuishouding komt onder een speciaal ministerie;
  • Energiebesparing in de gebouwde omgeving wordt sterk gestimuleerd, zowel met financiële ondersteuning als met strengere voorschriften.

Instrument voor CO2-reductie
Terugdringen van industrieel energiegebruik zal onder het Energieakkoord, de Europese richtlijn voor energiebesparing EED, de Energieprestatiekeuring (EPK), etcetera wel een wezenlijk beleidsterrein blijven, maar is vooralsnog geen onderdeel van het politieke debat. Helaas, want het is een belangrijk instrument voor het halen van welke CO2-doelstelling dan ook.

Dit artikel is opgesteld door De Kleijn Energy Consultants & Engineers.

Bram van As is directeur van De Kleijn Energy Consultants & Engineers. De Kleijn richt zich op energiebesparing voor industriële bedrijven. De Kleijn ondersteunt bedrijven met zowel energieadvies als engineering en bouwondersteuning bij de realisatie van energie-gerelateerde projecten. Van As is tevens bestuurslid van FedEC, beroepsvereniging van energieadviseurs.

Redactie Ensoc, 9-mrt-17

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (0)

Reageren