​Energie-innovatie: experimenteren in het kwadraat

Expertartikelen | 931 keer bekeken
​Energie-innovatie: experimenteren in het kwadraat

Energie-innovaties kunnen afstuiten op wet- en regelgeving, zo leert de praktijk. Om ze van de grond te laten komen moet ook juridisch gezien ruimte komen om hiermee te experimenteren.

Tekst: Robin Aerts en Lisette Baljon

Nederland zit in een transitieproces waarbij wordt overgestapt van fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energiebronnen. Willen de doelstellingen op dit punt gehaald worden dan is het noodzakelijk om te blijven ontwikkelen. De praktijk leert dat innovatieve ontwikkelingen kunnen afstuiten  op wet- en regelgeving. Wil energie-innovatie van de grond komen dan zal – ook juridisch gezien – de weg vrijgemaakt moeten worden voor experimenten. In deze bijdrage staan wij stil bij de wijze waarop het recht deze ruimte biedt.

Crisis- en herstelwet
Wet- en regelgeving op omgevingsrechtelijk vlak kan een horde vormen voor het realiseren van innovatieve ontwikkelingen op energiegebied. Door inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet (Chw) op 31 maart 2010 is het inmiddels echter mogelijk geworden om deze horde met succes te nemen. De Chw biedt immers een wettelijke basis om bij wijze van experiment af te wijken van wet- en regelgeving op omgevingsrechtelijk vlak.

De concrete aanwijzing van een experiment gebeurt bij algemene maatregel van bestuur. Randvoorwaarde voor het aanwijzen van een concreet project als experiment is dat het experiment bijdraagt aan innovatieve ontwikkelingen en voldoende aannemelijk is dat uitvoering ervan bijdraagt aan het bestrijden van de economische crisis en aan de duurzaamheid.

Een mooi voorbeeld uit de praktijk vormt de plaatsing van miniwindturbines. Dergelijke kleine windturbines worden vaak geplaatst op daken van bedrijven en zorgen op lokaal niveau voor opwekking van duurzame energie. Voor het plaatsen van de turbines zijn diverse omgevingsvergunningen nodig. Daarvoor dienen de nodige procedure gevolgd te worden.

Op voorstel van de provincie Utrecht is het onder toepassing van de Chw mogelijk gemaakt om bij wijze van experiment vergunningsvrij miniwindturbines te plaatsen op een aantal bedrijventerreinen in de gemeenten Amersfoort, Houten, Nieuwegein, Utrecht en Woerden. Later zijn daar nog een aantal bedrijventerreinen in de gemeenten Leusden en Nijmegen aan toegevoegd. Met dit experiment wordt een bijdrage geleverd aan innovatieve ontwikkelingen ter zake van miniwindturbines.

Elektriciteitswet 1998
Naast de Chw kent ook de Elektriciteitswet 1998 (E-wet) een experimenteerbepaling. Deze bepaling is in 2012 ingevoerd met het oogmerk initiatiefnemers ruimte te bieden voor experimenten, die daardoor tijdelijk kunnen afwijken van de regels in de E-wet. Deze mogelijkheid is er alleen als het experiment bijdraagt aan ontwikkelingen op het gebied van de productie, het transport en de levering van decentraal opgewekte duurzame elektriciteit, bijvoorbeeld de hierboven geschetste miniwindturbines, of elektriciteit opgewekt in een installatie voor warmtekrachtkoppeling.

De voorwaarden waaraan een project moet voldoen zijn uitgewerkt in het Besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteitsopwekking. Een voorbeeld van een experiment is een projectnet, wat bestaat uit een gezamenlijk net van ten hoogste 500 kleinverbruikers. Dit gezamenlijk net heeft slechts één aansluiting op het net van een netbeheerder.

Het projectnet kan gebruik maken van uitzondering op drie belangrijke principes. In de eerste plaats worden consumenten binnen het experiment niet volledig beschermd door de bepalingen in de E-wet, maar in plaats daarvan moeten alle consumenten zeggenschap hebben in de vormgeving van het project. Om die reden moet het project in de vorm van een coöperatie of vereniging van eigenaars zijn georganiseerd. In de tweede plaats is ruimte voor dynamische toedeling van kosten en baten. Anders dan in de standaardsituatie zijn afnemers beter in staat om hun energieverbruik aan te passen aan de productiecapaciteit, wat vertaald mag worden in hun aansluit- en afneemtarieven. In de derde plaats, en misschien wel de belangrijkste, is het bij projectnetten mogelijk om opwekking, levering, distributie en gebruik in eigen beheer te nemen. Hierdoor zijn de producenten en aangeslotenen op het net niet afhankelijk van een gereguleerde netbeheerder.

Het aantal ontheffingen dat de overheid op basis van deze grondslag kan verlenen is beperkt in aantal én aard, alsook onderhevig aan uitgebreide, strenge voorwaarden. De consequentie is dat vele op innovatie gerichte experimenten niet voor ontheffing in aanmerking komen. De overheid onderkent dit probleem en heeft onlangs ter consultatie conceptwetsvoorstellen gepubliceerd tot wijziging van de Gaswet, E wet en de Warmtewet die de mogelijkheden verruimen om te experimenteren op het vlak van duurzame energie, energiebesparing, efficiënt netgebruik, alsook nieuwe marktmodellen. De nadere uitwerking van de conceptwetsvoorstellen in regelgeving is nog niet bekend en zij zijn ook nog niet bij het parlement ingediend, maar de beoogde verruiming stemt hoopvol.

Juridische grenzen aan experimenteren
De experimenteerbepalingen uit de Chw en de E-wet vormen geen wondermiddel. Er bestaat een duidelijke begrenzing. Zowel de Chw als de E-wet bepalen dat uitzonderingen op de regels alleen maar bij wijze van experiment mogen plaatsvinden wanneer daardoor geen strijd ontstaat met Europees recht.

Conclusie
Binnen de grenzen van het Europees recht heeft de wetgever inmiddels voorzien in een aantal mogelijkheden om af te wijken van wet- en regelgeving. Zowel aan de voor- (bij de energie-opwekking) als aan de achterkant (bij de energielevering) kan geëxperimenteerd worden. Aldus is sprake van experimenteren in het kwadraat. Hierdoor wordt de weg vrijgemaakt van juridische hordes en wordt – uiteraard binnen de kaders - ruim baan gegeven voor energie-innovaties.

Over de auteurs: Robin Aerts en Lisette Baljon zijn advocaten bij het advocatenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

Foto: Het Amerikaanse computerbedrijf Intel plaatste 58 microwindturbines op het dak van haar kantoor in Sante Clara (foto businesswire.com)

Dit artikel staat in het themanummer van Ensoc Magazine over energie-innovatie. Wilt u meer lezen? Neem dan een gratis proefabonnement.

Redactie Ensoc, 6-okt-16

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (2)

Reageren
  • A. Dewereld
    11.10.2016 - 22:25 uur | A. Dewereld

    Inderdaad, het is bizar hoe in de media steeds lyrisch naar andere landen wordt verwezen, terwijl als men wat verder googelt gemakkelijk te vinden is dat in betreffende landen het niet allemaal zo'n zonneschijn is als wordt voorgesteld. Bijv, dit voorjaar een lyrisch artikel in De Telegraaf over hoe de gehele Duitse industrie nu volledig op zonne- en windenergie kan draaien. Tussen de regels doorlezend bleek dat dit ging om 1 dag, namelijk Eerste Pinksterdag, een dag waarop sowieso veel stilligt, en dit jaar was het toevallig zonnig met ook gunstige wind. En aan het verkeer (aanvoer en afvoer van producten) en de landbouw wordt dan niet eens gedacht. Pure propaganda dus.

  • P. Lomito
    06.10.2016 - 08:22 uur | P. Lomito

    De wetgeving is niet zo zeer het probleem, eerder het gebrek aan visie en technisch inzicht waardoor geëxperimenteerd wordt met mini-windmolens die nooit van enige betekenis zullen zijn voor onze energievoorziening omdat de stroomopbrengsten niet opwegen tegen de hoge kosten.

    Zelfs mega-windmolens zijn niet in staat om te zorgen voor een goedkope en betrouwbare energievoorziening, daarvan kregen we vorige week woensdag een demonstratie in Australië waar het licht uitging omdat de windmolens stilgezet werden vanwege de hoge windsnelheden waarna het netwerk uit balans raakte en het hele netwerk plat ging.

    Het is allemaal gerommel in de marge, met windmolens gaan we geen energietransitie realiseren en al helemaal niet met die mini-molens.