Boete op gemiste CO2-reductie beter dan ETS

Expertartikelen | 1316 keer bekeken
Boete op gemiste CO2-reductie beter dan ETS

Het huidige Europese emissiehandelssysteem levert door de lage CO2-prijs te weinig emissiereductie op. Het is beter om de gemiste CO2-reductie te beboeten, schrijft Jos Klomp, directeur van Gasworks BV.

In aansluiting op het Kyotoprotocol is aan de uitstoot van CO2 door grote vervuilers in Europa een prijskaartje komen te hangen. Via het Europese emissiehandelssysteem ETS is het recht te koop om 1 ton CO2 in de atmosfeer te brengen. Initieel was dat bedrag nog redelijk te noemen om effect te hebben op beperking van de CO2-uitstoot. Maar doordat prijs met een factor zes is gedaald is dit effect drastisch verminderd. De prijsdaling komt doordat de overheid nogal scheutig is geweest met  het uitdelen van gratis emissierechten. Daardoor is er geen koopbehoefte meer.

Milieuschade
Waar leidt dat nu toe? De prijs voor de uitstoot ten behoeve van 1 kWh fossiele stroom kost nog maar een paar tiende van een eurocent. Daar ligt dus niemand wakker van, terwijl dat wel zou moeten, want de milieuschade van fossiele energie is veel groter omdat het vele tientallen jaren achtereen kosten veroorzaakt die staan ten opzichten van een eenmalige economische activiteit.
 
Wat het allemaal nog veel erger maakt is het feit dat het bedrag(je) dat dan wordt opgehaald via het ETS op geen enkele manier terecht komt bij diegene die effectief de schade lijdt. Dat alles weerhoudt de producenten niet van om nog meer CO2 uit te storen, zoals we dat kunnen zien aan het steenkoolgebruik dat vanaf 2010 alsmaar aan het stijgen is.

Einde aan ETS
Het wordt tijd dat het ETS stopt, want het systeem faalt langs alle kanten, niet op de laatste plaats omdat er geen enkel realistische termijn in het vooruitzicht is gesteld waarop het falen van dit systeem zou stoppen. Ondertussen voltrekt zich een zeer onwenselijk effect aan dit alles, namelijk dat duurzame energieproductie de deuren moeten sluiten omdat ze niet meer uit de kosten komen, zelfs niet met de torenhoge overheidssubsidies.

Binnen het gezegde 'de vervuiler betaalt' zit het ETS op twee punten verkeerd. Het betaalt te weinig en aan de verkeerde instantie. Als de vervuiler zou moeten betalen, dan veel meer dan nu het geval is, en wel uitsluitend aan diegene die effectief de rommel opruimen, anders heeft het nog geen zin.

Het is 1 tegen 0 voor de vervuilers die het met de door ons gegunde zelfregulering het schijnbaar niet voor elkaar krijgen om de CO2-uitstoot niet alleen drastisch, maar ook blijvend te verminderen. Uiteraard zullen ze gloeiend van trots wijzen op het verschil ten opzichten van het Kyoto-jaar 1990. Maar zijn we daarmee klaar dan, is het dan allemaal gered?  Neen, is het antwoord, bij lange na niet. Als oorzaak van dit probleem werd al genoemd de overheid. Dan is dat de aangewezen plek om de oplossing hiervoor aan te reiken.

Kern van de oplossing
Het spel van CO2-emissie moet een andere naam krijgen. Niet van het beprijzen van de CO2-emissie, maar CO2-emissiereductie zou de kern van de oplossing moeten zijn. Nu is het nog zo dat je voor vijf hele euro’s 1.000kg CO2 de lucht in mag brengen conform het ETS. Die regel zouden we moeten schrappen om ervoor in de plaats een op wettelijke basis rustende verplichting in te voeren dat aan elke geleverde kWh aantoonbaar een percentage CO2-emissiereductie tot stand is gebracht. Over een totaal aantal geleverde kWh moet het totaal aan CO2-emissie gerapporteerd worden.

Het gemiddelde moet ten opzichte van de CBS-waarde voor CO2-uitstoot een vastgestelde CO2-emissiereductiepercentage (de prestatie) laten zien. Wordt de prestatie niet gehaald dan geldt voor elke gemiste ton CO2-emissie reductie een boete van 500 euro.  Dat dit een realistische oplossing is bewijst het feit dat precies zo’n systeem in Duitsland is ingevoerd voor alle vloeibare fossiele wegtransportbrandstoffen. De invoer hiervan op 1 januari 2015 heeft weinig tot geen problemen veroorzaakt. Er wordt gewoon doorgereden op de Autobahn, maar dan elk jaar met steeds minder CO2-emissie. Zoiets zou ook moeten gaan gelden voor stroom, aardgas en warmtenetten.

Duurzame energie profiteert
Hoe profiteert de duurzame energiesector van zo’n systeem? De grote energieproducenten zullen een steeds hogere prestatie moeten laten zien. Dat geeft dus schaarste op de energievormen met een zeer hoge CO2-emissiereductie, zoals wind, zon, geothermie  en sommige vormen van biomassa. Het missen van de verplichting leidt tot een halve euro boete per kilogram CO2. Dat zal betekenen dat energieproducenten op zoek gaan naar productiemethodes die de meeste CO2-emissiereductie tot stand brengen. Nu is de uitstoot voor bijvoorbeeld stroom nog ongeveer 0,5 kilogram per kWh conform CBS. In termen van boete is dat een kwartje per kWh.

Fossiele stroom kost ongeveer 3 eurocent om te maken. Als men voor duurzame stroom bereid is om 12,5 eurocent te betalen dan bespaart de stroomproducent nog altijd de helft van een eventueel boetebedrag.  Dat evenwicht zien we trouwens ook terug bij de Duitse fossiele wegtransportbrandstoffen waar de boete 470 euro bedraagt per gemiste ton CO2-emiessiereductie en de handel in prestaties op 230 euro zit.  Met die 12,5 eurocent per kWh in de hand van de duurzame energieproducenten hoeft de Nederlandse overheid letterlijk miljarden minder aan subsidies uit te keren aan de productie van diezelfde duurzame energie.

Passend bij klimaatakkoord
Hoe profiteert het klimaatverhaal van zo’n systeem? Het systeem koppelt winstmaximalisatie aan de drang om CO2-emissiereductie te maximaliseren. Van het reduceren van de CO2-emissie moeten we het hebben als we de opwarming van de aarde willen tegengaan. Nederland tekende vorige week voor het akkoord van de klimaattop in Parijs. Een akkoord die in het teken staat van CO2-emissiereductie. Daar moeten we onze pijlen op richten, en dat doen we niet met een kapot ETS.

Tekst: Jos Klomp

Over de auteur:
Jos Klomp is eigenaar van Gasworks BV, een bedrijf dat zich sinds 2011 onder andere richt op duurzame energieoplossingen in biogas op basis van Better Biomass (voorheen NTA8080) richtlijnen. Duurzaamheid komt terug in toepassingen op energieproductie (boerderijschaal bijvoorbeeld), maar ook met CO2-emissiearme brandstoffen voor wegtransport.

Foto: Het Europese emissiehandelssysteem is dringend aan herziening toe (foto EPthinktank.eu)

Redactie Ensoc, 28-apr-16

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld jezelf nu aan voor de Ensoc nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, trends en aanbiedingen.

Reacties (15)

Reageren
  • jos Klomp
    13.05.2016 - 08:04 uur | jos Klomp

    Beste carel,
    Uiteraard is iedereen tegen oversubsidiëring dat spreekt voor zich. Het mooie van dit systeem is dat er geen oversubsdiëring plaats kan hebben omdat er geen exploitatiesubsidie op de decarbonisatie-verplichting verstrekt gaat worden. Een al dan wel of niet afgeschreven windmolen verkoopt zijn prestatie (die niet nodig is voor de eigen verplichting) op de vrije markt aan een ieder die nog een tekort heeft aan prestatie. Het boetebedrag van zeg € 500,- per gemiste ton CO2-emissie reductie (de prestatie) dient als benchmark waartegen zo’n vrije markt prijs gaat ontstaan. In Duitsland is de boete €470,- en je ziet dat de vrije markt zich op ongeveer €225 per ton CO2-emissie reductie stabiliseert. Bij zulke bedragen is helemaal geen subsidie van de overheid meer nodig en bespaart die overheid per jaar nu al 8 miljard EURO elk jaar opnieuw. Dat is per huishouden €1000,- per jaar. Als de netto-stroomprijs zou verdubbelen dan houden die nog altijd honderden euro’s over.
    Het systeem zorgt ervoor dat de beloning linea recta naar diegene gaat die de prestatie levert. De overheid heeft in de vorm van de NEa een prima controleapparaat om dat vast te stellen.

  • Carel Anink
    12.05.2016 - 22:56 uur | Carel Anink

    @ Jos Klomp. Als de overheid bij wet geldstromen initieert ten laste van mijn portemonnee om een bepaald doel te bereiken dan wil ik ook dat dat geld naar dat doel gaat en nergens anders heen. De overheid heeft verschillende manieren om die geldstromen te initiëren zoals subsidies, fiscale regelingen , boetes en wat al niet meer. De in het artikel voorgestelde boete op een teveel aan CO2 emissie bij de productie van elektriciteit is zo’n geldstroom. Het doel is de onrendabele top van productiemiddelen die geen of weinig CO2 emitteren te financieren. Een windfall profits is een over subsidiëring . Het geld gaat dan naar productiemiddelen die dat geld niet nodig hebben. Zoals waterkracht of een al volledig afbetaalde windmolen. Daar ben ik tegen. En ik weet dat ieder weldenkend mens aan wie ik dit uitleg daar ook tegen is. En verreweg het merendeel van de politiek is daar ook tegen. Als voorbeeld van die windmolen het volgende. In de jaren 2002 tot 2005 zijn er veel windmolens gebouwd met een vermogen van ca. één MW. De stichtingskosten van die windmolens waren toen tussen de 1 en 1,1 miljoen Euro. Deze molens hebben in tien jaar, naast de stroomprijs, 1,37 miljoen Euro aan subsidie ontvangen. Na tien jaar is de molen afbetaald en komt er geen subsidie meer. Ze draaien voor de gewone energieprijzen en daar zijn deze molens met een mooie winst voor de ondernemer goed van te exploiteren. In het voorgestelde boetesysteem blijven deze molens voor hun elektriciteit een vergoeding ontvangen die vergelijkbaar is met de subsidie die ze al gehad hebben. Dat is een onbedoelde over subsidiëring. Het is ook contraproductief. Als geld van de burgers, en dat is de verhoogde energieprijs door de boete, niet naar het doel gaat waar het voor bestemd is, wordt dat doel minder gehaald.

  • Jos Klomp
    11.05.2016 - 22:50 uur | Jos Klomp

    Beste Carel, ik ben het met je eens dat de MEP en ovMEP beide een debacle waren. De subsidiëring via SDE+ werkt beter omdat het deels aansluit bij de richtlijn 2009/28/EC maar laat op twee vitale punten de bal liggen daar waar die in de brandstoffen wel van toepassing zijn verklaard, EU-breed. Ten eerste voor duurzame energie bestaat geen minimum voor CO2-emissie reductie prestatie en ten tweede voor duurzame energie productie is geen verplichting zich te laten certificeren onder een duurzaamheidsschema. Daar door kunnen de groene-energie jongens het beeld ophouden dat alles in orden is terwijl dat geenszins het geval. Om het voorbeeld van de waterkracht (met name de stuwmeren) bij de hand te nemen. Het feit dat er een nieuw waterlichaam wordt gecreëerd heeft twee minder duurzame en ook soms CO2-emitterende effecten. Ten eerste er wordt land onder water gezet dat de biodiversiteit aantast en soms ook landbouwgrond inneemt (ILUC, indirect land-use change). Ten tweede wordt van een waterlichamen dat in feiten van een stromende geheel is een stilstaand geheel gemaakt. Plantaardig materiaal dat er was en die er met de tijd erin geraakt zal via verrotting methaan uitstoten. Het zijn deze twee zaken die energie uit een waterkrachtcentrale belasten met een CO2-intensiteit, ze zijn zeer zeker niet geheel “schoon”, maar zullen wel beter presteren dan welke vorm van fossiele energie dan ook en worden daarom toegejuicht als netto-bijdragers van het decarboniseren van energie. De windfall (waar ik verder niets op tegen heb), zal zeer zeker optreden maar dan wel op basis van bewezen duurzaamheid. Ik ben er verder niet bang voor dat elk Noors Fjord wordt omgetoverd tot waterkrachtcentrale want als voor duurzame energie dezelfde regels gaan gelden als dat die nu al voor duurzame brandstoffen in werking zijn getreden dan zal alleen al op grond van het biodiversiteit criterium de Fjorden dat lot bespaard worden.
    Ik gun iedereen die een netto decarboniserend effect heeft op energie een goede boterham. Maar een prestatie zal maar één maal aan een verplichting kunnen worden toegekend, zie het HBE-register van de NEa voor een puik uitgewerkte controlemechanisme, en derhalve zal bij een toename van de grootte de prestatie er schaarste ontstaan die met de tijd alleen maar groter zal worden. Dan komen duurdere vormen van decarbonisatie van zelf aan bod om deel uit te maken van die markt, de meest kostenefficiëntsten zullen daar uiteraard het hardst van profiteren, kwestie van kansen benutten.

  • Carel Anink
    11.05.2016 - 21:44 uur | Carel Anink

    De in het artikel voorgestelde beboeting van een te hoge CO2 emissie bij de productie van elektriciteit zal niet werken omdat er windfall profits zullen ontstaan. Deze windfall profits ontstaan doordat op de markt van duurzame energie een prijs zal ontstaan waarbij in de duurste productiemiddelen geïnvesteerd kan worden. Deze prijs zal ook gelden voor de goedkopere productiemiddelen en zelfs voor de productiemiddelen die al volledig zijn terug verdiend. Bijvoorbeeld waterkracht. Dit is een volledig CO2 vrije manier van elektriciteit produceren en de waarde daarvan zal dan gelijk zijn aan windmolens op zee die in diep water ver uit de kust staan en waarvan de elektriciteit ook nodig is om de emissie boete te voorkomen. De giga winsten die de waterkrachtcentrales zullen maken noemen we dan windfall profits en daar is de politiek, terecht, behoorlijk allergisch voor. Dat hebben we al een keer meegemaakt aan het einde van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw. Toen werd de zogenaamde groen stroom vrijgesteld van energiebelasting. En al snel werd stroom vergoend met waterkracht. De slimmeriken die dit deden zijn mega rijk geworden en de staat heeft zeer veel energiebelasting opbrengst gemist. De reactie van de politiek hierop was dat deze regeling van de ene op de andere dag werd opgeheven. Daarvoor in de plaats is de subsidieregeling Milieu Energie Productie (MEP) gekomen. Deze regeling was een vast bedrag per MWh. In 2006 bleek deze regeling ook weer windfall profits te veroorzaken door de stijgende energieprijzen en is ook deze regeling van de ene op de andere dag gestopt. Daarvoor inde plaats is de Subsidie Duurzame Energie (SDE) gekomen. Deze regeling houd ook rekening met de energieprijs. Daardoor is het een goede regeling die ook een compensatie is voor de variatie in CO2 kosten. Immers, als de CO2 kosten stijgen zal de energieprijs stijgen en de subsidie lager worden.

  • Jos Klomp
    11.05.2016 - 10:09 uur | Jos Klomp

    Beste Ruud,
    Met plezier lees ik dat je het idee van decarbonisatie op producten wilt toepassen (auto’s en gebouwen) maar zover ben ik zelf eerlijk gezegd nog niet. Waar decarbonisatie zich in eerste instantie op zou moeten richten is energieproductie vandaar ook mij link naar de ETS die dat zou moeten bewerkstelligen maar het niet doet.
    Welke referentie? Dat zou bijvoorbeeld de CBS cijfers voor CO2-intensitie van stroom, gas en warmte kunnen zijn (van hernieuwbare plus niet hernieuwbare).
    Rekenvoorbeeld: De decarbonisatie van brandstoffen in Duitsland.
    Voor 1 MJ benzine of diesel is via de Richtlijn 2009/28/EC (bevordering van hernieuwbare energie richtlijn) voor heel de EU als vaste referentie 83,8 gram CO2 uit onderhandeld. Dit jaar moet in Duitsland daarop 3,5% CO2-emissie reductie plaats vinden, de prestatie. Dat wil dus zeggen 80,9 gram CO2/MJ. Men zal dus in de mix van diesel en benzine ook brandstoffen moeten opnemen die een veelvoud aan prestatie in zich hebben om zodoende over de complete mix van verkochte brandstoffen als gemiddelde op die prestatie uit te komen. Volgend jaar wordt de prestatie 4,0%.
    Wanneer een Duitse brandstofleverancier meer prestaties heeft geleverd dan waar deze op grond van het verkochte volume toe verplicht is kan het surplus aan prestatie verkocht worden aan een andere brandstofleverancier. De verkopende partij is b.v. in staat veel goedkoper een prestatie te leveren en de kopende partij voorkomt bovendien een boete voor het niet halen van de prestatie.
    Vertaald naar bestaande bouw zou je het energielabel kunnen uitbreiden met een decarbonisatie-factor. Maar helaas hangt het de CO2-intensiteit van een gebouw (of van welk product dan ook) af van de gebruikers. Als die het product aanwenden onder excessief energiegebruik dan is per saldo nog niets bereikt. Vandaar dat het richten op energieproductie meteen de decarbonisatie aan basis van alles beïnvloed.

  • Ruud van den Bosch
    11.05.2016 - 08:44 uur | Ruud van den Bosch

    Beste Jos,

    Ik vroeg mijzelf af hoe de referentie wordt bepaald van waaruit de niet behaalde besparing wordt gerekend.
    Het voorbeeld van de auto's in Duitsland lijkt me makkelijk omdat dit een serieel product is en omdat het een kortere levensduur heeft.
    Heb je ideeën over hoe je dit met de (bestaande) bouw kunt doen?

  • Jos Klomp
    10.05.2016 - 23:05 uur | Jos Klomp

    Dank je Carel voor je reflectie. Je zorg dat de merit order dan te laag wordt om uit de kosten voor de investering te komen (die van zon en wind wel te verstaan) kan ik weg nemen. De denktrant die je daarbij moet aannemen is dat de CO2-emissie reductie prestatie ieder jaar groter wordt en dat kosten voor CO2-emissie reductie prestatie een vast onderdeel van de merit zelf gaan worden. Een en ander is al in gang gezet op de transportbrandstoffenmarkt in Duitsland. Daar zien we dat goed presterende duurzame brandstoffen nu gevraagder zijn dan de makkelijk voorhanden zijnde duurzame brandstoffen.
    Dat gaat overigens geheel zonder subsidies, althans zonder de meeste kwalijke, de exploitatiesubsidie, waarmee nu duurzame energieproductie mee gesubsidieerd is.

  • Carel Anink
    10.05.2016 - 21:12 uur | Carel Anink

    Op de elektriciteitsmarkten wordt de prijs bepaald naar de zogenaamde merit order. Dat betekent dat op basis van de directe kosten (de kosten om installatie te laten produceren) de verschillende productmiddelen worden aangeboden. Daar waar vraag en aanbod elkaar raken ontstaat de prijs. Is er veel vraag dan wordt de prijs bij duurdere productiemiddelen vastgesteld en is er weinig vraag (in de nacht) dan komt de prijs bij goedkopere productiemiddelen tot stand. Als de productiemiddelen die CO2 emitteren duurder worden doordat er een prijs voor de CO2 emissie moet worden betaald, dan stijgt de prijs waarvoor zij aanbieden. En daarmee de elektriciteitsprijs. Door de kosten van de CO2 en daarmee de prijs voor elektriciteit zo hoog te maken dat het winstgevend wordt om ook zonder subsidie in windmolens en zonpanelen te investeren zal er een enorme groei komen. Het gevolg zal zijn dat er zoveel zon- en windenergie komt dat vraag en aanbod elkaar vinden bij zon en wind. Maar wat bepaald dan de prijs. Zon en wind hebben amper directe productiekosten De merit order zal dan een prijs veroorzaken die te laag is om de investering terug te verdienen. Wellicht dat de investeerders in zon en wind dit niet direct door hebben maar de banken die uiteindelijk een groot deel van het benodigde geld verstrekken weten dit wel.

    Conclusie: door het duurder maken van CO2 in plaats van het verstrekken van subsidie zal de groei van het wind en zon vermogen snel tot stilstand komen. Zelfs de combinatie van het kunstmatig via de CO2 component verhogen van de elektriciteitsprijs en daarmee het kunnen verlagen van de subsidie houdt een risico in.

  • Jos Klomp
    10.05.2016 - 15:13 uur | Jos Klomp

    Math, je hebt helemaal gelijk. men vaart er wel bij om het niet eens te worden. Een CO2-belasting is in mijn ogen ook niet de oplossing omdat het geld niet in de zakken wordt gestopt van diegene die effectief decarbonisatie bewerkstelligen. Gewoon afrekenen met diegene voor bewezen CO2-emissie reductie die een ander dan op zijn/haar product administratief mag toepassen bij een eventueel tekort. Dus stroom haalt overdraagbare decabonisatie bij stroom en gas bij gas en warmte bij warmte. Het moet gewoon lonen om CO2-arm te produceren.

  • 10.05.2016 - 14:54 uur | Math Geurts

    De deelnemers aan het ETS kunnen het niet eens worden over het "verbeteren" van dat systeem en zolang dat zo is is er geen enkele reden om te verwachten dat ze het wel eens zouden kunnen worden over een CO2-belasting.

  • Jos Klomp
    10.05.2016 - 12:04 uur | Jos Klomp

    Mark, dat was helemaal in het begin bij het Kyoto-verdrag ook de bedoeling maar omdat de rest van de wereld dat veel te ver vond gaan heeft ook de EU van dat standpunt verlaten. Nu zijn er stemmen binnen de EU die streven naar een minimum waarde van een recht. Maar laten we wel wezen als de stroom afgelopen zondag voor een negatieve prijs van 12euro/MWh uit Duitsland geleverd wordt dan helpt verhoging van ETS er op dat niveau helemaal niets aan. Het enige wat eraan helpt is dat je een verplichting tot decarbonisatie realiseert en wanneer dat niet tot stand is gebracht een boete van 500euro per gemiste ton CO2-emissie reductie wordt aangerekend. Dan is het ook snel genoeg afgelopen met negatieve stroom prijzen die alle duurzame initiatieven dood drukt.

  • 10.05.2016 - 11:27 uur | Mark Bouwmeester

    Heb je ook, Jos, het ETS onderzocht, waarbij de rechten uit de markt genomen worden in gelijke tred met de afgesproken reductie? Bijvoorbeeld 20% CO2 reductie in 2020 afgesproken? Dan ook 20% van de emissie rechten uit de markt halen. Dat levert waarschijnlijk nog steeds te weinig stijging van de CO2 prijs?

  • P. Lomito
    29.04.2016 - 15:26 uur | P. Lomito

    @ Jos, feit blijft dat de belangrijkste bron voor CO2-productie ligt in energieomzettingen/verbranding door industrie/stroomproductie. Door een CO2-arme omzetting te maken zoals thorium sla je twee vliegen in één klap:
    - grote reductie van het gebruik van fossiele brandstoffen
    - goedkope energiebron voor lage woonlasten, lage productiekosten -> economische boost
    Opwarming van de aarde is niet een groot probleem gebleken, de temperatuur is weliswaar 0,8°C gestegen in 100 jaar tijd, er zijn echter geen zware nadelen zichtbaar zoals versnelde zeespiegelstijging of toename van orkanen, terwijl wel de voordelen zichtbaar zijn qua wereldvoedselproductie en vergroening van de aarde (meer biomassa, meer brandstof, meer voedsel voor mens en dier, toename van biodiversiteit). CO2 is geen bedreiging maar een zegen voor het leven op aarde.

  • Jos Klomp
    29.04.2016 - 14:39 uur | Jos Klomp

    Beste P. Lomito,

    Het probleem is CO2-emissie en niet energie-opwekking. Het woord boete is alleen geformuleerd om iedereen alert te krijgen maar eigenlijk is het veel meer dan dat alleen. Wanneer een bijvoorbeeld een Thoriumreactor bijzonder goed presteert op het reduceren van CO2-emissie per kWh dan graviteert de hele industrie daar naar toe omdat het wellicht de goedkoopste manier is om een hele hoop prestatie te krijgen voor het minste geld. Houdt u zich eens de volgend gedachte voor; de opwarming van de aarde is niet het gevolg van de warmte die we afgeven maar van de CO2 die de warmte van de zon vasthouden. Het probleem is CO2 en een oplossing moet derhalve direct verband houden met CO2-emissie reductie.
    Een SDE is uiteraard een hopeloos middel omdat het zich bezighoudt met de volstrekt de verkeerde dimensie, namelijk duurzame energie (in GJ) ter vervanging van fossiele energie (in GJ) terwijl aansluitend op het vorige de dimensie zou moeten zijn duurzame energie met veel lagere CO2-emissie per GJ tegen fossiele energie met het maximale aan CO2-emissie per GJ. Het prijskaartje is dan niet meer zoveel subsidie per GJ maar zoveel subsidie per ton CO2-emissie reductie. Evenwel is de industrie nu niet te motiveren om op die manier te denken terwijl ze er de afgelopen 10 jaar gelegenheid genoeg gehad hebben om het te doen. Dus een verplichting tot CO2-emissie reductie betaald uit eigen zak van de industrie en laat dan de marktwerking de beste technieken doen bovendrijven. In Duitsland is heeft het ertoe geleid dat serieus goede klimaatonziende duurzame brandstoffen worden bijgemengd in plaats van uitsluitend de meest goedkope. De prijs van brandstoffen in Duitsland is niet noemenswaardig van zijn plek gekomen door deze maatregel en daar werd ook gezegd dat het allemaal niet kon omdat er te weinig zou zijn. Te weinig initiatief, dat was er daar ook maar dat is omgezet in een schouders eronder omdat het niet ander meer kan.

  • P. Lomito
    29.04.2016 - 11:16 uur | P. Lomito

    Het bestraffen van het uitstoten van CO2 is weinig zinvol zolang er geen volwaardig alternatief is voor fossiele brandstoffen. Het is dan niet meer dan het verhogen van de kosten zonder enige CO2-reductie omdat bedrijven geen keuze hebben. Daarom is het beter dat de energiebelasting ook door bedrijven betaald wordt en dat die opbrengsten gebruikt worden om nieuwe manieren van energieopwekking te financieren, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van thoriumcentrales. Daarmee is op korte termijn het CO2-probleem niet opgelost maar worden de middelen voor klimaatbeleid in ieder geval goed benut in tegenstelling tot de huidige exploitatiesubsidie SDE+ waarmee NIETS bereikt wordt.